Vanaf 2006 sparen voor `levensloop'

In 2006 moet er een zogenoemde levensloopregeling komen waarmee werknemers kunnen sparen voor loondoorbetaling bij onbetaald verlof. Het kabinet heeft een wetsvoorstel waar dit in staat gisteren naar de Tweede Kamer gestuurd.

De regeling, waarvan al een deel bekend was, voorziet erin dat werknemers maximaal 12 procent van hun brutoloon mogen sparen. Maximaal mag anderhalf keer een jaarsalaris bij elkaar worden gespaard. Werknemers mogen het spaarsaldo gebruiken om elke vorm van verlof te financieren tijdens hun loopbaan. Maar het spaarsaldo mag ook worden opgenomen om eerder met pensioen te kunnen gaan.

De Wet Aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en Introductie Levensloopregeling voorziet erin dat opgebouwde prepensioenrechten in de levensloopregeling mogen worden gestort als het aangesloten pensioenfonds dit toestaat. In dat geval geldt het spaarmaximum van 12 procent van het brutoloon niet, maar wel het maximale spaarsaldo van 150 procent van het jaarloon.

Het wetsvoorstel maakt deel uit van de plannen om mensen te stimuleren tot hun pensioen te werken. Volgens de ondertekenaars, staatssecretaris Wijn (Financiën, CDA) en minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) zal Nederland in 2040 1,5 miljoen meer 65-plussers tellen dan nu terwijl de gemiddelde levensverwachting sterk gestegen zal zijn. Daardoor zullen de lasten voor AOW, pensioenen en zorg toenemen, terwijl de deelname aan het arbeidsproces van ouderen laag is. Daarom moet de arbeidsparticipatie van ouderen omhoog.

Daarin past volgens het kabinet niet langer dat mensen die eerder dan 65 jaar stoppen met werken fiscaal worden ondersteund. Daarom geldt voor werknemers die nog geen 57 jaar zijn geworden vóór 1 januari 2005, dat vanaf een jaar later de door deze werknemers betaalde premies niet meer mogen worden afgetrokken van de belasting. De uitkering die deze werknemer te zijner tijd uit deze aanspraken ontvangt, is echter wel belastingvrij. Pensioenfondsen krijgen met ingang van 1 januari 2006 de mogelijkheid afkoop van prepensioenrechten toe te staan. Werknemers krijgen door de nieuwe regeling dus géén recht op afkoop van opgebouwd prepensioen, schrijven Wijn en De Geus. Of het in een bepaalde sector of regeling wenselijk is om afkoop toe te staan, is een beslissing die is voorbehouden aan de sociale partners die de pensioenfondsen besturen. Voor werknemers die vóór 1 januari 2006 met VUT of preprensioen gaan of al zijn gegaan, verandert er niets.