Steeds verhuizen zonder doel

Na twintig jaar filmscripts te hebben geschreven voor nooit geproduceerde films, waagde George Hagen zich aan een roman: De nomaden. Afgelopen juni kwam het boek uit en nu al is het een internationaal verkoopsucces. Hagen (Zimbabwe, 1958) schreef dan ook een uiterst sympathieke familieroman.

Hagen volgt in De nomaden de levens van het gezin Lament in de jaren zestig van de vorige eeuw. Howard en Julia denken dat het gras bij de buren altijd groener is en dus is hun familiemotto: `Laments zijn altijd onderweg'. Onderweg begint in Zuid-Afrika waar Julia Lament in het ziekenhuis net bevallen is van een zoon. Die wordt ontvoerd door een andere net bevallen moeder maar tijdens de vlucht komen moeder en `zoon' om. De echte zoon van de ontvoerster wordt vervolgens door de Laments geadopteerd. Naast deze adoptiefzoon Will, krijgen Howard en Julia nog een tweeling: Julius en Marcus.

Vader Howard is een veelbelovend ingenieur die denkt ooit de Sahara te kunnen irrigeren. Zijn carrière voert de Laments naar voormalig Rhodesië. Daar leidt het gezin het schijnbaar idyllische leven van een Shell-gezin. Na een aantal jaren slaan de zelf gecreëerde onrust en het verlangen naar dynamiek weer toe en verhuizen ze naar Groot-Brittanië. De Laments eindigen hun avontuur in de Verenigde Staten maar dan is Howard allang de gedesillusioneerde, werkloze echtgenoot, terwijl Julia als makelaar de armoe van het gezin bestrijdt en de jongens bijna het huis uit gaan.

De familiesaga van Hagen is een groteske en doet denken aan Hagens literaire voorbeeld John Irving (The world according to Garp). Vooral de tweeling Julius en Marcus vijzelt de absurditeit en het kattenkwaadgehalte van de roman op; zo raakt één van hen bij een barbecue-incident een hand kwijt door met de schommel neer te komen op het vuur. Adoptiefzoon Will zorgt met zijn vroegrijpe overpeinzingen voor de melancholie van het afscheid nemen, want in elk land laat hij wel een vriendinnetje achter. Hij is ook degene die de excessen in het gezin Lament terugbrengt tot normale proporties; de zoon behoedt als vader zijn eigen vader voor al te diepe depressies en voegt de ratio aan zijn levendige en scherpe moeder toe.

De Laments vormen ondanks tegenslagen een warm gezin en in tegenstelling tot wat de Engelse titel van de roman en de familienaam (The Laments) doet vermoeden, vormt de roman geen klaagzang. Integendeel, De nomaden is een optimistisch boek waarin zelfs aan de dood van de tweeling levenskracht wordt ontleend. Hagen is dan ook een kordaat verteltalent. Hij is geestig maar niet hilarisch, vlot maar niet goedkoop. Marijke Versluys vertaalde de roman prima op een kleine fout na; de hondensoort `Rhodesian Ridgeback' is niet een `draadhaar' maar heet in het Nederlands een `pronkrug'.

Wat Hagen mist is focus en diepgang. Alle familieavonturen leiden uiteindelijk nergens toe. De dood van de tweeling, die aan het eind toch een dramatisch hoogtepunt zou moeten vormen, neem je enigszins fronsend van verbazing voor lief zonder diep geraakt te worden. Of Will nu wel of niet achter zijn adoptiegeheim komt, doet er niet zoveel toe. Hagen doet wel pogingen om dit motief als spanningselement op te voeren maar hij is toch vooral de schrijver van de directe impact van het moment, de anekdotische verzamelaar en niet zozeer de bedenker van doortimmerde composities of stilistische subtiliteiten. Hagen schrijft aangenaam op herkenning en zet de clichés dik aan. Politiek correct veroordeelt hij racisme in Afrika en Amerikaans nationalisme. Voor een deels autobiografische ontheemdingsroman die De nomaden zou moeten zijn, schiet de in New York wonende schrijver tekort, maar goed: een debuut dat zo lekker wegleest, is een cadeautje.

George Hagen: De nomaden. Uit het Engels vertaald door Marijke Versluys. De Bezige Bij, 375 blz. €19,90

    • Ingrid van Frankenhuyzen