Sofokles 1

Met stijgende wrevel heb ik de recensie gelezen die Wilfred Takken heeft gewijd aan de vertaling door Hein van Dolen van een viertal tragedies van Sofokles (Boeken, 03.09.04). Allereerst vind ik het verwerpelijk om het hele boek weg te poetsen op grond van twee betwistbare bezwaren. Vergelijk dat eens met de uitvoerige bespreking die Professor Bremer, een eminent kenner van de klassieke tragedie die dus wel het Grieks beheerst, over hetzelfde boek heeft geschreven in Amphora, het blad van de Vereniging van Vrienden van het Gymnasium. Je gaat je afvragen of het wel over hetzelfde boek gaat.

Laten we daarom Takkens argumenten bekijken. Hij verwijt Van Dolen het gebruik van `lullig' klinkende uitdrukkingen als `ze lachen in hun vuistje'. Wat is daar lullig aan? Een ietwat archaïsche zegswijze, ok. Maar zoals beauty is in the eye of the beholder, zo zit lulligheid in de pen van de recensent.

Verder zou Takken in een woordenboek het gebruik van `aan de kaak stellen' moeten nakijken. Zowel Van Dale als Koenen geven als eerste voorbeeld `iemand aan de kaak stellen.' Tenslotte heb ik een heel wat groter vertrouwen in het acteertalent van de Nederlandse toneelspeelsters. Als je tijdens een huilbui met verbazing of met woede constateert dat je staat te grienen, kan dat wel degelijk grote indruk maken. Om kort te gaan: Takken maakt op mij de indruk de vertaling van Van Dolen uitermate bevooroordeeld te hebben gelezen. Laten we liever zuinig zijn op goede vertalers die ongekende meesterwerken toegankelijk maken.

    • Ernst Bongers Muiderberg