`Slag om Arnhem was toch juist een puinhoop?'

Zestig jaar na de Slag om Arnhem marcheren de oud-strijders wél over de brug. Ze worden niet als verliezers, maar als helden onthaald. ,,De bevolking bleef dankbaar, ondanks alles.''

Het tafereel doet denken aan de glorieuze intocht van de Nijmeegse vierdaagse. Onder luid applaus van toeschouwers langs de kant van de weg, marcheren de oorlogsveteranen over de John Frostbrug in Arnhem, al dan niet met hulp van een wandelstok. De wat minder kwieke volgen in gerestaureerde jeeps en vrachtwagens. Vanaf de oevers van de Rijn worden saluutschoten gelost. Zestig, voor elk jaar één.

Het defilé over de John Frostbrug is voor veel veteranen het hoogtepunt van de 60ste herdenking van de Slag om Arnhem. Wat in september 1944 niet lukte, doen 450 nog in levende zijnde Britse en Poolse oud-strijders alsnog. Ze schudden handen, nemen zonnebloemen in ontvangst en worden bedolven onder lof. ,,Thank you'', wordt vanuit het publiek geschreeuwd. ,,No, thank yóu'', klinkt het terug. De veteranen weten na al die jaren niet goed hoe ze met de Arnhemse dankuitingen om moeten gaan. ,,Waarom is deze geweldige ontvangst?'' vraagt A. Thomson (82) zich af. ,,We hebben er toch een puinhoop van gemaakt?''

De strijd om de verkeersbrug over de Rijn liep zestig jaar geleden uit op een fiasco voor de geallieerden, met meer militaire slachtoffers dan tijdens de invasie in Normandië. De binnenstad van Arnhem werd grotendeels verwoest en alle 95.000 inwoners moesten op last van de Duitsers de stad verlaten. Bij hun terugkeer, na de bevrijding in 1945, waren veel huizen vernield en geplunderd.

De Slag om Arnhem was onderdeel van Market Garden, de operatie die door veldmaarschalk Montgomery bedacht was om de opmars van de geallieerden te versnellen. Luchtlandingstroepen moesten de bruggen over de kanalen en rivieren in Noord-Brabant en Gelderland veroveren, opdat de grondtroepen vanuit Zuid-Nederland met een boog richting Roergebied en de rest van Duitsland konden trekken. Op deze manier werd de Siegfriedlinie omzeild, de uit duizenden bunkers opgetrokken verdedigingslijn. Als de verrassingsaanval slaagde, zou de oorlog nog voor kerstmis 1944 beslist kunnen worden.

Maar de verkeersbrug over de Rijn bij Arnhem, de meest noordelijke van de te veroveren bruggen, bleek `een brug te ver'. Van de 10.000 para's van de Eerste Britse Airbornedivisie en de Poolse onafhankelijke parachutistenbrigade die rond Arnhem werden gedropt, wist slechts een bataljon van zeshonderd militairen de brug te bereiken. Deze para's, onder leiding van luitenant-kolonel John Frost, moesten zich na vier dagen bij gebrek aan versterking overgeven.

De overige luchtlandingstroepen stuitten bij Oosterbeek op de Duitsers, waar ze na acht dagen strijd de aftocht bliezen. Een kwart van de gedropte militairen kon veilig terugkeren naar het deel van Nederland dat al was bevrijd. De rest kwam om, werd krijgsgevangen gemaakt, of dook onder bij Nederlanders. Verscheidene burgers hebben hun hulp aan de geallieerden met de dood moeten bekopen.

,,Niet zij, maar wij moeten hen dankbaar zijn'', zegt de geëmotioneerde oorlogsveteraan F. Collopy (85) uit het Warrington, Engeland. Zijn borst is behangen met medailles die herinneren aan gevechten in Noord-Afrika en Italië maar de Slag om Arnhem heeft op hem de meeste indruk gemaakt. ,,Het was een grote ellende. Alleen de toestand al waarin we de bevolking achter moesten laten.'' Toen de eerste veteranen direct na de oorlog terugkeerden naar Arnhem, rekenden ze op een vijandige houding van de Nederlandse bevolking. Maar in plaats van verwijten, werden ze onthaald op een warm welkom. Zo gaat het ook nu nog, bij de jaarlijkse herdenking. Waarom zouden we ze iets kwalijk nemen, vraagt de 73-jarige Arnhemmer J. van Heemskerken zich af, die vanuit zijn scootmobiel het defilé van oorlogsveteranen aan zich voorbij ziet trekken. De beelden van de verwoeste stad staan nog altijd op zijn netvlies. ,,En van ons eigen huis lag de hele voorgevel eruit. Maar ik verwijt deze jongens niets.''

Tijdens Market Garden zijn door de geallieerden grote fouten gemaakt. De landingsterreinen waren te ver verwijderd van de brug, door een tekort aan transportvliegtuigen konden niet alle troepen op dezelfde dag landen en waarschuwingen over de sterke Duitse tegenstand werden weggewuifd. In plaats van de verwachte reservisten stuitten de geallieerden op twee Duitse SS-pantserdivisies. De ongelijke strijd duurde niet lang, vooral omdat de steun van grondtroepen uitbleef.

,,Geen bevoorrading en geen versterking. Dit was van begin tot einde één grote mislukking'', zegt oorlogsveteraan H. Simmonds. ,,En dat neem ik Montgomery kwalijk.'' Majoor J. Pott, een zwager van de inmiddels overleden John Frost, zegt dat het achteraf altijd makkelijk is om schuldigen aan te wijzen. ,,In een oorlog worden wel meer fouten gemaakt'', zegt hij. Lopend, met wandelstok, is hij de brug overgestoken. De wandeling is een eerbetoon aan gevallen kameraden. ,,Ik ben de enige officier van mijn bataljon die het overleefd heeft.''

In een rolstoel wordt de 85-jarige Schot even later stadion Gelredome binnengereden, waar enkele duizenden schoolkinderen de oorlogsveteranen op een nog groter applaus onthalen dan even tevoren bij de brug. ,,Ik denk dat ik wel begrijp'', zegt Simmonds. ,,Wij zijn voor de Arnhemmers de eersten die geprobeerd hebben om een einde aan de oorlog te maken. En ook al is het niet gelukt, het wordt wel gewaardeerd.'' Voor veel oorlogsveteranen is het de laatste keer dat ze zo'n grootschalige herdenking meemaken. Hun dankbaarheid is voor eeuwig vastgelegd. Op een herdenkingssteen bij het Airbornemuseum in Oosterbeek excuseren de geallieerden zich bij ,,the people of Gelderland'' voor het feit dat ze het beloofde snelle einde van de oorlog niet hebben gebracht.