Schoppen tegen het gezag

Van Kaat Mossel tot dominee Visser en van de Rapaljaan tot Pim Fortuyn. In Museum het Schielandshuis is een tentoonstelling over Rotterdamse oproerkraaiers en revolutionairen.

Op maandag 23 januari 1539 werd de wederdoopster Anneke Janszdochter Uyt Den Briel op last van de baljuw aan handen en voeten gebonden in de Rotterdamse Schie geworpen. De wederdopers werden gevreesd vanwege hun revolutionaire en anarchistische ideeën en praktijken. Op weg naar haar terechtstelling vertrouwde zij de zuigeling die zij bij zich droeg toe aan een omstander.

Het kind zou het tot bierbrouwer, bestuurder en zelfs tot burgemeester van Rotterdam brengen. Maar als inner van de Gemenelandsbelasting voor de krijgslustige prins Maurits ging zijn kantoor failliet, zijn administratie werd als een laatmiddeleeuwse `bonnetjesaffaire' door boekhouders gecontroleerd. Esaias de Lindt werd uit al zijn functies ontheven, zijn bezittingen verbeurd verklaard en om aan strafvervolging te ontkomen vluchtte hij tijdig de stad uit.

Het waren roerige tijden, regenten en stadhouders sloegen elkaar met bijbelteksten om de oren en betwistten elkaar met list en bedrog niet minder dan met geweld het gezag over stad en land. Godsdiensttwisten, verval van normen en waarden en verandering van zeden en gewoonten brachten de machthebbers tot despotisme en het volk in opstand.

Op zaterdag 16 september 1690 werd de Rotterdamse schutter Cornelis Costerman onder grote publieke belangstelling onthoofd. Bij een controle op de wijnaccijns, waarbij een partij onbelaste wijn in zijn bezit werd aangetroffen, had hij een bediende doodgestoken. De bevolking protesteerde niettemin tegen het vonnis. Tijdens zijn terechtstelling werd de woede van de toeschouwers extra gevoed door de onhandigheid van de beul die er te lang over deed om het hoofd van 's mans romp te scheiden.

Daags daarna werd het huis van de pachter van de wijnaccijns door een woedende menigte geplunderd, een maand later onderging het huis van de gehate en corrupte baljuw Van Zuylen van Nievelt (`Schijnheiligh Atheïst, Liefhebbent hoere vel/Geltsuchtig dwingelandt, uytbroedsel van de Hel') hetzelfde lot en werd zelfs de voorgevel omvergetrokken. De schutterij stond er bij en keek een andere kant op.

Costerman gaf postuum zijn naam aan het eerste grote volksoproer dat in de geschiedenis van de stad is opgetekend. Hij staat daarmee in een lange traditie van opstand en verzet tegen de arrogante, corrupte en incompetente machthebbers en bestuurders. Het verdwijnen van honderd miljoen euro in de verontreinigde slufter van onduidelijk transacties is er het meest recente voorbeeld van.

Met het Costerman-oproer begint de tentoonstelling Schoppen tegen het gezag die zondag in Historisch Museum Schielandshuis in Rotterdam wordt geopend. In woord en beeld wordt een aantal opstandige figuren ten tonele gevoerd: volksmenners, oproerkraaiers, revolutionairen, stakingsleiders en actievoerders. Enkelen hebben landelijke bekendheid gekregen, zoals de visvrouw Catharina Mulder, alias Kaat Mossel, die eind 18de eeuw de oranjeklanten tegen de patriotten wist op te zetten. De Oranjes wisten wel vaker het volk voor hun karretje te spannen, om het vervolgens in nog grotere armoede en ellende achter te laten.

Omdat er in Rotterdam nooit een instituut van landsbestuur was gevestigd, richtte het volk zich voornamelijk tegen de eigen kleine elite van regenten, bestuurders en havenbaronnen. Maar toen Troelstra in 1918 de revolutie in Rotterdam wilde uitroepen, liet datzelfde volk verstek gaan. In het interbellum zien we het optreden van Leendert Coremans, alias de Rapaljaan, een provo avant la lettre die ,,in een hoerenkast meer opvoeding hoorde dan in de Gemeenteraad'' waarin hij als eenmansfractie zitting had. Hij hield in de raadszaal of in zijn café De buik van Parijs in de Pannekoekstraat (Rue de Crèpe) vele acties die we nu ludiek zouden noemen. Zo pleitte hij voor een zesurige werkdag voor trekhonden en wilde hij helm en sabel van de politie vervangen door strooien hoed en wandelstok.

In onze tijd zien we het optreden van bijvoorbeeld dominee Visser, de Robin Hood van de drugsverslaafden, en Pim Fortuyn die in zijn eentje eerst de plaatselijke en vervolgens de landelijke PvdA `onthoofdde'. Maar er is ook aandacht voor minder populaire, bijna vergeten actievoerders, zoals Nelly Soetens, die in de jaren zeventig onvermoeibaar tegen de miserabele woonomstandigheden van de eerste generatie gastarbeiders ten strijde trok en de metaalarbeider Gerrit Sterkman die zich inzette voor de stadsvernieuwing van het Oude Westen, de buurt waar hij was geboren.

De haven- en industriestad Rotterdam heeft zich nooit veel aan zijn arbeiders gelegen laten liggen. Schoppen tegen het gezag was en blijft een bittere noodzaak.

`Schoppen tegen het gezag' tot 31 mei in Museum Het Schielandshuis, Korte Hoogstraat 31 Rotterdam. Zie ook: www.hmr.rotterdam.nl

    • Rien Vroegindeweij