`SBY', de ridder van Indonesië

Indonesië gaat maandag opnieuw naar de stembus. Aan `SBY', opponent van president Megawati, heeft niemand een hekel.

Wat zegt een naam? Westerlingen vernoemen hun kinderen naar geliefde voorouders of naar bewonderde gestorvenen. Voor Javanen is een naam een heilwens, waarvan de ouders hopen dat hij uitkomt. Toen de luitenant tweede klasse Soekotjo, rayoncommandant van Pacitan in Oost-Java, op 9 september 1949 vader werd van een jongetje, noemde hij hem Susilo Bambang Yudhoyono. Dat waren liefst drie wensen: susilo betekent `wellevend', bambang `ridderlijk' en yudhoyono `zegevierend in de oorlog'. Veel Indonesiërs vinden dat `SBY' is geworden wat zijn vader wenste.

Er is eigenlijk niemand die een hekel heeft aan de gepensioneerde generaal, die vorige week zijn 55ste verjaardag vierde. Hij heeft een vriendelijke uitstraling, maakt een gecultiveerde indruk en legt een oprechte belangstelling voor gewone mensen aan de dag.

Dat is volgens velen ook de reden waarom Yudhoyono op 5 juli, in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, als winnaar uit de bus kwam. Het ontbrak hem toen nog aan een absolute meerderheid, maar volgens recente opiniepeilingen gaat hij die maandag, als de bel klinkt voor de beslissende laatste ronde, ruimschoots halen. Het Indonesian Survey Institute (ISI) mat gisteren de krachtsverhoudingen en gaf SBY 52 procent van de stemmen. Zijn opponent, de zittende president Megawati Soekarnoputri, zou volgens die peiling goed zijn voor 34 procent.

De 155 miljoen Indonesische kiezers hebben maanden de tijd gehad om hun keuze te maken. Deze week kregen beide kandidaten de kans nog eens drie dagen campagne te voeren. SBY stal de show, Megawati werd door velen afgedaan als politiek ,,zwak''.

SBY is, behalve `wellevend' en `ridderlijk' ook een winnaar, want sinds zijn kadettentijd blonk hij uit in alles wat hij deed. Hij studeerde in 1973 als beste van zijn lichting af aan de Landmachtacademie, volgde voortgezette officierscursussen in de VS en spreekt intussen vloeiend Engels. Tussen de bedrijven door haalde hij een graad in de bedrijfskunde en in 1996 kreeg hij als eerste van zijn lichting de generaalsster. Sinds hij in de race is voor het presidentschap, werkt hij voor een doctoraalexamen landbouweconomie.

Menige generaal onder de Nieuwe Orde van president Soeharto stootte door naar de top door enige tijd te dienen als diens adjudant. SBY deed het op eigen kracht. Hij doorliep de rangen en zag de nodige `actie'. Als eerste luitenant deed hij in 1976 mee aan een militaire operatie in Oost-Timor. In 1996 gaf hij als kolonel leiding aan de militaire waarnemers van de VN in Bosnië. Soeharto zag graag dat Indonesiërs presteerden over de grens. In de nadagen van diens bewind bracht SBY het tot hoofd van de machtige sociaal-politieke sectie van de strijdkrachten. Daarmee werd hij de behoeder van wat toen nog bekend stond als dwifungsi, de sociaal-politieke en militaire dubbelrol van het leger. Daar wilden de studenten, die begin 1998 te hoop liepen tegen Soeharto, vanaf.

Toen de oude heer onder grote druk aftrad ten gunste van zijn vice-president, B.J. Habibie, formuleerde SBY een nieuwe taak voor de strijdkrachten, die paste in het tijdperk van `reformasi'.

[vervolg 'SBY': pagina 5]

'SBY'

Geen hemelbestormer, wel betrokken

[vervolg van pagina 1]

,,Wij zijn meer dan bereid tot hervormingen'', zei SBY in mei 1998. ,,We hebben geleerd dat de huidige problemen juist zijn ontstaan omdat we ons verantwoordelijk voelden voor alle aspecten van het nationale leven.''

Hier had hij over nagedacht. In 1991, tijdens een cursus in de VS brak hij in een werkstuk een lans voor professionalisering van het Indonesische leger, democratisering en respect voor de rechten van de mens. Daarmee toonde hij zich een voorstander avant la lettre van `reformasi'. Het was Susilo Bambang Yudhoyono die in 1998-1999 een `nieuw paradigma' voor de strijdkrachten ontwikkelde. Zij dienden zich terug te trekken uit de politiek. Als militairen een bestuursfunctie ambieerden, moesten ze de dienst verlaten.

SBY was in 1999 kandidaat voor de hoogste militaire post: stafchef van de gezamenlijke krijgsmachtonderdelen. Hij was dat graag geworden, bekende hij later, want hij wilde doorgaan met hervormingen van binnenuit. In oktober 1999 nam president Abdurrahman Wahid hem echter op in zijn kabinet, eerst als minister van Mijnbouw en Energie en vervolgens als coördinerend minister van Veiligheid. SBY verliet de dienst als viersterrengeneraal. Toen Wahid in 2001 in aanvaring kwam met het parlement, dat aanstuurde op zijn afzetting, gaf hij SBY bijzondere volmachten. Die haastte zich te verklaren dat hij de grondwet zou eerbiedigen en in geen geval de volksvertegenwoordiging buiten spel zou zetten. Hij bleek niet het geheime wapen waarop Wahid had gehoopt en werd ontslagen.

Wahid werd in juli 2001 afgezet en opgevolgd door zijn vice-president, Megawati Soekarnoputri, die SBY opnieuw superminister van Veiligheid maakte. Zij was tijdens kabinetsvergaderingen onder de indruk geraakt van zijn rust, goede manieren en sterke argumenten. Toen SBY besloot mee te doen aan de eerste rechtstreekse presidentsverkiezingen, was het uit met de liefde. Megawati passeerde hem bij beslissingen op zijn terrein en SBY hield de eer aan zichzelf. Hij nam in maart dit jaar zijn ontslag.

Over SBY's politieke visie zijn de meningen verdeeld. Voorstanders van radicale democratisering vinden hem een conservatief. Hij zou teveel hechten aan oude gezagsverhoudingen. SBY is geen hemelbestormer, maar zijn sterke punten zijn onkreukbaarheid, consistentie en engagement met de armen.

Hoofdthema in zijn verkiezingscampagne is `verandering'. Hij zegt voor de Indonesiërs een `beter leven' te willen: veiliger, vreedzamer, rechtvaardiger, democratischer en voorspoediger. Hij hecht aan de eenheidsstaat, maar is voor regionale autonomie. Hij is een nationalist in hart en nieren, maar heeft oog voor de culturele verscheidenheid van Indonesië. Hij is een vrome moslim, maar komt op voor de rechten van religieuze minderheden. Zijn economische programma komt neer op versnelling van de groei door overheidsinvestingen in de infrastructuur, corruptiebestrijding, vergroting van de rechtszekerheid en toegang tot krediet voor het midden- en kleinbedrijf. Hij hamert op sociale rechtvaardigheid – `Samen vooruit; welvaart voor allen' – en de kwaliteit van de publieke dienstverlening – `De staat slaapt nooit'. Gezien de jongste peilingen willen de meeste Indonesiërs dat hij werk maakt van dit programma.