Salmonis maxima culpa

Wie niet sterk is, moet slim zijn. Sinds er met de euro één markt is ontstaan in staatsleningen van eurolanden, moet Nederland opboksen tegen de grootmachten van de eurozone bij de verkoop van zijn schuldpapier. Vroeger was dat niet zo nodig. Je had Duitsland, boven elke verdenking verheven als het ging om de nationale munt, de begroting of de inflatie. Duitsland kon altijd en overal terecht met zijn staatsschuld, verkocht tegen goede prijzen zijn obligaties en betaalde dus een lage rente op zijn leningen. Daarna al kwam Nederland dat meeprofiteerde van de Duitse reputatie. De rest van de EU-landen moest het doen met verdachte munten (vooral Italië), een verdacht begrotingsbeleid (vooral Italië) of een verdacht inflatieverleden (vooral Italië). Dat maakte hun staatsleningen beduidend minder aantrekkelijk, en dus betaalden zij meer rente.

Met de komst van de euro is de markt ingrijpend veranderd: de grootste wint. Duitsland dus, en verrassend ook Spanje, betalen nu een minder hoge rente op de toonaangevende tienjarige staatsleningen dan Nederland, dat daar iets boven zit samen met bijvoorbeeld Frankrijk, Oostenrijk en België.

Voorsprong kwijt dus? Vreemd genoeg niet. Op dit moment is op de obligatiemarkt de rente lager naarmate de vaste looptijd van een lening korter is. Net als bij hypotheken. Wie kortlopend leent betaalt minder rente, maar is wel gevoeliger voor een stijging van de rente, omdat de lening vaker moet worden vernieuwd. Tegenover minder rente staat meer risico, en dat is logisch.

De gemiddelde looptijd van de Nederlandse staatsschuld blijkt nu door minister Zalm (Financiën) fors te zijn teruggebracht. De Nederlandse overheid heeft op dit moment dan ook de kortste gemiddelde looptijd van alle belangrijke EU-landen, namelijk 6,74 jaar volgens databank Datastream. Ook de Nederlandse duration, een complexere definitie van de resterende looptijd van de schuld, is gemiddeld de laagste van de eurozone, met 5,45 jaar.

Dat heeft tot gevolg dat de gemiddelde couponrente van de Nederlandse staatsschuld – de rente die de overheid daadwerkelijk op de schuld betaalt – na Duitsland net als vroeger weer de laagste is van de eurozone. Nederland betaalt gemiddeld 4,77 procent rente op zijn schuld, Duitsland 4,67 procent, maar Frankrijk bijvoorbeeld 5,19, Italië 5,01 en Spanje 5,2 procent.

Dat scheelt een boel: had Nederland een vergelijkbare looptijd als de andere landen, dan resulteerde dat al snel in een extra jaarlijkse rentelast van 0,5 miljard euro. De staatsschuld is daarom wel wat rentegevoeliger dan die van de andere eurolanden. Maar ja: wie niet sterk is, moet risico's nemen.

    • Maarten Schinkel