Patatzakjes en posters op pallets

Het is zo makkelijk. Zet een museumzaal vol pallets van mooi nieuw hout. Maak er stapeltjes van, leg hier en daar een ijzeren raster om overheen te lopen en zet tot slot een paar plateaus op hun kant om dingen aan op te hangen. Mark is een tentoonstelling van `gemeentelijke kunstaankopen 2003-2004 grafische vormgeving' in het Stedelijk Museum CS in Amsterdam. Door dat kale hout lijkt het alsof het niemand iets kan schelen. De enige uitleg is een vaag vouwblaadje. Op de achtergrond klinkt voortdurend geratel uit een tv.

Van sommige pallets zijn vitrinekasten gemaakt door er een stuk glas op te leggen. Daaronder ligt het werk van grafische ontwerpers: zoals de tijdschriften Butt, Re-Magazine en Dot dot dot. Mooie letters, mooie plaatjes, mooie pagina's, maar een beetje saai. Aan de muur hangen aan korte draadjes bladerexemplaren. Zo kun je de eerste catalogus van het Museum of Contemporary African Art van Meschac Gaba inzien.

Natuurlijk mag een museum T-shirts aanschaffen als daar bijzondere grafische dingen mee gebeuren, want ,,grafische vormgeving beperkt zich tegenwoordig niet meer tot papier'', weet het vouwblaadje. ,,De computer met al zijn mogelijkheden, video- en animatiefilmpjes en zelfs T-shirts behoren tot het werkterrein van de ontwerper.'' De keuze voor alleen shirts van Machine (Paul Dubois-Reymond) is echter vreemd.

Er hangt op Mark een overzicht van het publiciteitsmateriaal van Lost & Found, voor een serie bijeenkomsten over nieuwe media in De Waag in Amsterdam. Van een aanplakbiljetje met `Kamer gezocht' en een patatzakje tot een in papier gewikkelde videoband met een elastiekje erom – alle vormen en media zijn door steeds andere vormgevers benut. Spannend en goed ze eens bij elkaar te zien.

De achteloosheid van de presentatie van de expositie is maximaal als je op een vloer vol losse bladzijden moet staan om te kunnen bladeren in exemplaren van het tijdschrift Archis die aan de muur zijn geplakt. Je hoeft je dan alleen nog maar om te draaien om het hoogtepunt van Mark te zien: drie oude posters van de Italiaanse vormgever A.G. Forzoni (1923-2002). Hij hangt er als `sparring partner', schrijft het museum in de catalogus. Forzoni's affiche voor de Biennale van 1966 is een van onder afgeplatte cirkel met daarboven de boodschap in heldere letters. Op een ander affiche is de aankondiging van een expositie verticaal gezet en is in de tekst een gleuf gesneden die zich verbreedt tot een paar centimeter en zich dan weer vernauwt. Zo veel zeggingskracht weet geen van de nog levende geëxposeerden te bereiken.

De retrovormgeving van de affiches van Ben Laloua en Didier Pascal voor de Rotterdamse Veemvloer valt op door de letters van parallelle lijnen, maar het resultaat overstemt zichzelf. In de drukte van het beeld gaat de boodschap verloren. Mevis en Van Deursen zijn ingetogener voor het gastprogramma van het Muziektheater, maar blijvende grafische waarde hebben hun affiches niet. Nu had de jury het ook niet makkelijk met een selectie uit de 84 vrijwillig ingezonden ontwerpen – met als enige eis dat de maker wel eens een Amsterdamse opdrachtgever heeft gehad. Mark biedt hoogstens een greep uit wat je sinds vorig jaar op straat kon tegenkomen.

Van dat zwakke punt heeft Roel Wouters hors concours de sterkste presentatie gemaakt. De bovenkant van een zuiltje met het woord `trash' wordt gevormd door eem plat liggend beeldscherm. Daarin zit een verzameling knipsels, flyers en grafiek. Ze liggen kriskras onder het glas en als je er een met je vinger aanraakt kun je hem slepen, omdraaien en uit beeld trekken (het voelt net echt). Dan verschijnt meteen wat nieuws aan de rand van het scherm. Zo kun je eindeloos graaien in wat er ook in het echte leven aan vormgegeven beeld onder je ogen komt.

Tentoonstelling: Mark. Stedelijk Museum CS, Oosterdokskade 5, Amsterdam. T/m 7/11, dagelijks 10-18 do, 10-21. Inl.: 020-5732 911, www.stedelijk.nl