Morele schuld achtervolgt industrie in Zuid-Afrika

In Zuid-Afrika is het huwelijk tussen de van oudsher blanke industrie en regering een moeizame. Mijngigant Anglo American heeft zich opnieuw de woede van de regering van Mbeki op de hals gehaald.

Praat de president van Zuid-Afrika niet over de ,,politieke risico's'' van zijn land, krap tien jaar na het einde van apartheid. Dan wordt hij boos. De directeur-generaal van Zuid-Afrika's grootste werkgever, mijngigant Anglo American, weet dat. Dus koos Tony Trahar zijn woorden heel voorzichtig toen de Financial Times hem vorige week vroeg of Zuid-Afrika hem stabiel genoeg was, of dat het tijd werd om het hoofdkantoor van zijn bedrijf naar Londen te verhuizen. ,,Ik denk dat het politieke risicogehalte van Zuid-Afrika kleiner wordt'', antwoordde Trahar, pauzeerde even en vervolgde toen: ,,hoewel ik niet zeg dat het helemaal is verdwenen.''

Fout. Tegen de tijd dat de Financial Times Zuid-Afrika bereikte, stormde het al op het kantoor van president Thabo Mbeki. Het commentaar van Anglo had hem te veel geklonken als dat van de blanke Zuid-Afrikanen die de afgelopen tien jaar uit Zuid-Afrika zijn gevlucht en in hun nieuwe onderkomen spookverhalen vertellen over de misdaad en de enge ziektes in het vaderland. ,,Kwaadsprekerij'', noemt Mbeki de woorden van Tony Trahar in zijn wekelijkse vlugschrift op het internet. ,,Wat is dat risicogehalte dat kleiner wordt maar nog niet is verdwenen?'', wil de president weten. ,,Het bedrijf ontwikkelde zichzelf en groeide in een periode van het grootst mogelijke politieke risico. Niettemin dacht het [Anglo] wel dat het wijs was om zijn operaties tijdens de jaren van het apartheidsbewind uit te breiden. Het overduidelijk politiek risico dat toen bestond heeft Anglo nooit naar het buitenland gedreven.''

Sinds deze woede-uitbarsting van de president afgelopen weekend in de zondagskranten werd afgedrukt, heeft het debat in talkshows en opiniepagina's niet meer stilgestaan over de ruzie tussen Zuid-Afrika's machtigste mannen.

Wie had beter op zijn woorden moeten letten? De directeur-generaal van Anglo, omdat buitenlandse investeerders in Afrika zijn woorden op een weegschaal leggen? Of Mbeki, met zijn veel te lange tenen?

In het parlement leidde de discussie afgelopen week tot harde woorden van een van de onderministers in het kabinet van Mbeki. Lulu Xingwana van het ministerie voor Energie en Grondstoffen beschuldigde ,,blanke kartels'' ervan Zuid-Afrika ,,zelfs vandaag de dag nog te beroven van onze diamanten'' en er veel geld mee te verdienen in Londen en Antwerpen.

Regering en Anglo hebben hun heibel volgens woordvoerders inmiddels bijgelegd. Er is druk gebeld tussen Londen en Pretoria de afgelopen dagen en Mbeki en Trahar hebben afgesproken elkaar te ontmoeten zodra hun agenda's het toelaten. Maar de felle woordenwisseling heeft opnieuw de moeilijke relatie blootgelegd tussen de grote industrie in Zuid-Afrika en de regering, een coalitie van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), de Communistische Partij (SACP) en de Vakbonden (COSATU).

Onder grote internationale druk liet het ANC van Nelson Mandela vlak voor de eerste non-raciale verkiezingen in 1994 haar haat tegen het grootkapitaal varen en beloofde het privatisering van de staatsbedrijven. Dat was een pragmatische keuze. De voornaamste financier van Afrikaanse bevrijdingsbewegingen, de Sovjet-Unie, had zelf gecapituleerd. En de grote bedrijven lieten er tijdens de onderhandelingen over de machtsovername in Zuid-Afrika begin jaren negentig geen misverstand over bestaan: laat ons met rust, anders vertrekken we naar het buitenland.

Thabo Mbeki heeft als geen ander politicus in Afrika gewerkt om de zakenwereld gerust te stellen. Hij herschreef het economisch handvest van het ANC waarin exportbevordering en buitenlandse investeerders als de steunpilaren van de Zuid-Afrikaanse economie worden gepromoot. Hij verzette zich met hand en tand tegen rechtszaken in de Verenigde Staten, waar de slachtoffers van apartheid schadevergoeding willen van bedrijven als IBM, Shell en Anglo wegens hun steun aan het apartheidsregime. Hij wilde ook niet weten van een `schuldbelasting' voor die bedrijven zoals de voorzitter van de Waarheids- en Verzoeningscommissie voorstelde.

Mbeki eist echter van de industrie afbetaling van de morele schuld via andere wegen. Black economic empowerment heet dat. De mijnen die nog altijd worden geregeerd door een kleine groep blanke industriëlen, moeten zwarte bazen krijgen. Twee jaar geleden schrikte hij de mijnindustrie op met het voorstel om binnen tien jaar de helft van de mijnen in Zuid-Afrika onder bestuur van zwarte directeuren te brengen. De beurzen reageerden als door een wesp gestoken. Toen de aandelen van Anglo met twintig procent kelderden, krabbeldeMbeki terug. De industrie heeft nu tien jaar de tijd om 26 procent van de managementfuncties aan zwarten te geven.

De lasten voor de grote industrieën zijn de afgelopen jaren ook op andere terreinen toegenomen. Anglo American en andere grondstoffenproducenten zijn een massale campagne begonnen om hun met hiv besmette personeel op de been te houden. Anglo hielp eerder mijnwerkers aan aidsremmende medicijnen dan de regering. Door grote druk van de vakbonden zijn ook de salarissen en sociale lasten van de werknemers toegenomen.

Opvallend is dat ondanks deze ontwikkelingen het internationaal vertrouwen in de Zuid-Afrikaanse economie de laatste jaren is toegenomen. De krant This Day bericht vandaag dat het vertrouwen van de zakenwereld in de afgelopen zestien jaar niet zo hoog is geweest. Volgens de vooraanstaande analist Iraj Abedian geldt Zuid-Afrika als de favoriet onder de opkomende markten. Hij leest dat af aan de rente die Zuid-Afrika moet betalen voor leningen in de eurolanden. In 1997 moest Zuid-Afrika nog 385 basispunten meer betalen dan de standaardprijs voor Europese landen, vorig jaar slechts 125 basispunten.

De Economist Intelligence Unit plaatst Zuid-Afrika op nummer 28 van 60 onderzochte economieën, voor Rusland, Turkije en India. Zowel de commentator van The Economist als van The Financial Times vraagt zich af of de gevoeligheid voor kritiek niet de grootste ,,politieke risicofactor'' is voor de Zuid-Afrikaanse economie. Vorig jaar noemde de president de bazen van chemieproducent Sasol ook al ,,racistisch'', toen ze bij de beursnotering in New York hadden aangegeven dat black economic empowerment voor Zuid-Afrikaanse bedrijven een kostenpost is. Giftige woorden in een toch al moeilijk huwelijk.