Kritiek op instituut doven

De rechtbank in Den Haag heeft gisteren acht minderjarige jongens veroordeeld omdat zij een veertienjarige meisje, medeleerlinge van dovenschool Effatha in Zoetermeer, herhaaldelijk hebben verkracht. Volgens de rechtbank is het doveninstituut ,,ernstig tekortgeschoten in het houden van toezicht op deze kwetsbare groep dove kinderen''.

De jongens zijn tussen 14 en 16 jaar oud. Ze zijn doof en zwakbegaafd, maar hun handelingen zijn hun wel aan te rekenen, stelt de rechtbank. De acht jongens kregen voorwaardelijke celstraffen, een negende jongen werd vrijgesproken. De veroordeelde jongens moeten een leerstraf van tachtig uur volgen om hen te leren beter om te gaan met seksualiteit.

De medewerkers van Effatha hadden onvoldoende aandacht voor problemen die doven veelal hebben met seksualiteit. Dove kinderen zijn vaker dan horende kinderen slachtoffer van seksueel misbruik en vertonen vaker zelf grensoverschrijdend seksueel gedrag. Ook hadden de medewerkers onvoldoende aandacht voor signalen over afwijkend gedrag van zowel de jongens als het 14-jarige slachtoffer en hun ouders. Volgens de rechters van de jeugdstrafkamer staat vast dat leerkrachten vaak hun klaslokaal voor langere tijd verlieten, waardoor de jongens hun gang konden gaan. Het meisje deed in oktober 2003 aangifte.

Die aangifte was voor de raad van bestuur van de Effatha Guyot Groep (13 dovenscholen) aanleiding om alle scholen te laten onderzoeken door TransAct, het landelijk expertisecentrum tegen seksueel geweld. ,,Er zijn maatregelen getroffen om het probleem ook struktureel aan te pakken'', zegt bestuursvoorzitter H. Bakker.