Kijk scherp, en de wereld is onleefbaar

Een nieuwe roman van V.S. Naipaul – na ieder boek van de in 1932 op Trinidad geboren schrijver denk je dat hij het nu wel verteld heeft, dat hij zijn grote thema's op alle mogelijke literaire manieren doorgrond heeft, maar dan blijkt hij opnieuw een vorm gevonden te hebben waarin hij nog dichter tot de kern van zijn schrijversschap nadert. Lange tijd leek hij de roman daarbij niet meer nodig te hebben. Vaak genoeg heeft hij in interviews en afgewogen essays – onlangs gebundeld in Literary Occasions – de traditionele roman tot een uitgewoond genre verklaard, waar voor een oorspronkelijk talent niets meer te halen viel. Maar een paar jaar geleden was daar ineens Half a Life; een korte, krachtige roman over het halfslachtige leven van Willie Chandra, geboren in een ashram in India, veroordeeld tot de rol van eeuwige buitenstaander, een man die, waar hij zich ook bevond, tegelijk overal en nergens was.

Veel van Willie Chandra was herkenbaar van Naipaul zelf: zijn gevoel van culturele onvolkomenheid tijdens zijn jonge jaren, de illusies die hij over Engeland koesterde, het gebrek aan scherpte in zijn blik, zijn zwervende bestaan dat hem aanvankelijk alleen maar verder van zichzelf leek weg te voeren. Maar veel ook was fictief: anders dan Naipaul lukte het Chandra niet om door het schrijverschap zijn blik op de wereld scherp te krijgen – hij bleef de auteur van één fantasierijke verhalenbundel. Aan het einde van Half a Life verdween hij in een betekenisloos bestaan in een gekoloniseerd land in Afrika, waar hij zich door zijn Portugese vrouw liet leiden.

Weerzin

Dat halve leven uit de titel leek dus overdrachtelijk; nu blijkt het ineens ook letterlijk te moeten worden opgevat. Magic Seeds, Naipauls nieuwe roman, is een vervolg op zijn vorige boek; het wankelmoedige leven van Willie Chandra blijkt helemaal niet af, maar moet juist nog beginnen. Na een verblijf van achttien jaar in Afrika bevindt hij zich bij zijn zuster in Berlijn. Ook daar laat hij zich weer leiden door omstandigheden, maar zijn radicale zuster spoort hem aan zijn leven een politiek doel te geven. Ze vult dat ook voor hem in: in de binnenlanden van India bevindt zich een revolutionaire beweging die de lagere kasten in afgelegen dorpen wil `bevrijden'. Op zoek naar zelfverwezenlijking sluit Willie Chandra zich bij hen aan.

Naipaul beschrijft zijn revolutionaire Werdegang in strak, geserreerd proza, waardoor de revolutionaire zaak pijnlijk abstract wordt: een jarenlange tocht van desillusie naar desillusie, één lang proces van Conradiaanse ontmenselijking in het oerwoud. Krampachtig probeert Chandra zich te hechten aan de buitenwereld door zich steeds opnieuw de verschillende decors waartegen zijn leven zich heeft voltrokken voor de geest te halen, maar ondertussen verliest hij steeds meer van zichzelf. De revolutionaire beweging waarvan hij deel uitmaakt, is een vluchthaven voor boze, beschadigde mannen, die wraak op de wereld willen nemen. De bewoners van de `bevrijde' dorpen worden onderdrukt, het opzichtige revolutionaire elan verbergt een verbeten nihilisme. Chandra levert zich uit aan de politie en wordt tot tien jaar cel veroordeeld. Door bemoeienis van een oude vriend uit Engeland, die Willie het imago weet te geven van een pionier van de Indiase literatuur van na de onafhankelijkheid, komt hij eerder vrij. Zijn leven blijkt een cirkel te zijn: hij keert gedwongen terug naar Engeland, het land dat het beginpunt was van zijn omzwervingen.

Tot dan toe heeft de roman een bijna onthechte toon gehad; de handelingen en emoties van Willie Chandra worden door Naipaul consequent tegen een helder licht gehouden, zonder dat de auteur veel empathie voor zijn personage lijkt op te brengen. Naipauls scherpe observatie van alledaagse details zorgt ervoor dat je de wezenloze Chandra blijft volgen; hij krijgt echter meer reliëf door wat hij onderweg tegenkomt dan door wat er in hem omgaat.

In de laatste hoofdstukken, die zich in Engeland afspelen, dreigt de auteur voor zijn personage te gaan staan. Het leven van Chandra's oude Engelse vriend, die hem gastvrij opvangt, dient als opmaat van een portret van een maatschappij in verval; het hedendaagse Engeland waarin de klasse die vroeger als personeel dienst deed, nu bijeengestopt in council flats nog even afhankelijk als altijd uitkeringen van de staat ontvangt en achteloos kinderen produceert, die als `vergissingen' worden afgedaan. Naipaul probeert zijn afstandelijke, observerende toon te bewaren in deze ontluisterende passages over het moderne welvaartsproletariaat, maar zijn afkeer van de Engelse actualiteit is voelbaar – af en toe smaalt hij zelfs op een nogal onverkwikkelijke manier. Chandra's vriend vertelt van zijn verhouding met een vrouw uit deze maatschappelijke onderlaag, een ordinaire vrouw die hem verschrikkelijk opwindt en hem (en de auteur) tegelijk vreselijke weerzin inboezemt; wat leidt tot de meest omzichtige beschrijving van anale heteroseks die ik ooit heb gelezen.

Paradox

Willie Chandra is dan merkwaardig uit het zicht geraakt; aan het einde van de roman woont hij een huwelijk bij van de zoon van Marcus, de zwarte man die in Half a Life slechts één ambitie verkondigde: het krijgen van een volkomen blank kleinkind. Dat is hem gelukt: tijdens het huwelijk loopt er al blank nageslacht rond. Het huwelijk vormt een vreemd opwekkend slotakkoord: deze Marcus, die overigens als ambassadeur de meest verschrikkelijke regimes heeft gediend, is een man in evenwicht, anders dan de Engelse schoonfamilie van zijn zoon, die hun statige huis vanwege de hoge kosten bewust hebben laten vervallen en zich in een bediendewoning hebben teruggetrokken. Dat moeten de Magic Seeds uit de titel en het slothoofdstuk zijn, kleine openbaringen van doelbewustheid en evenwicht die zich voordoen in een wereld die zich steeds opnieuw verslikt in zijn eigen grote verwachtingen en illusies.

Willie Chandra zelf is een tragische figuur, die zijn nieuw gewonnen inzicht in zichzelf en de wereld niet meer in praktijk kan brengen, domweg omdat het grootste deel van zijn leven voorbij is. Hij verbeeldt de paradox die het hart van Naipauls schrijverschap vormt: wie zich een plaats in de wereld wil verschaffen, moet de wereld eerst zo scherp mogelijk onder ogen zien; en wanneer je de wereld eenmaal ziet zoals ze is, blijkt ze grotendeels onleefbaar.

Aan het slot van de roman probeert Willie in een brief aan zijn zuster onder woorden te brengen wat hij nu eigenlijk heeft geleerd. Hij komt niet verder dan dit: `Het is verkeerd om een ideaalbeeld van de wereld te hebben. Dat is waar de ellende mee begint. Dat is waar de boel uiteen begint te vallen.'

Het lijkt de conclusie van een heel oeuvre, maar bij Naipaul weet je dat nooit.

V.S. Naipaul: Magic Seeds. Picador, 294 blz. €19,85. De Nederlandse vertaling verschijnt eind oktober bij Atlas.

    • Bas Heijne