Kabinet moet nieuw fiscaal systeem kiezen

Het kabinet maakt voor het eind van dit jaar een keuze voor de toekomstige vorm van de vennootschapsbelasting. Dat heeft staatssecretaris Wijn van Financiën, die verantwoordelijk is voor de belastingen, gisteren in Leiden gezegd op een seminar met belastingwetenschappers.

Het kabinet moet afwegen of het een onvoorspelbare daling van de belastinginkomsten voor lief neemt, dan wel een verdere afkalving van het investeringsklimaat ten gunste van bijvoorbeeld Oostenrijk en Luxemburg zal accepteren.

De vennootschapsbelasting wordt bedreigd door een uitspraak die in de loop van 2005 van het Europese Hof van Justitie wordt verwacht. De Nederlandse wet hanteert voor buitenlandse dochterbedrijven van hier gevestigde multinationals voor de verliesverrekening strengere fiscale regels dan voor binnenlandse dochterbedrijven van zulke ondernemingen. Naar de algemene opvatting van de bijeengekomen fiscale deskundigen zal het Hof deze praktijk onrechtmatig verklaren. De binnen de Europese Unie geldende waarborg van vrij verkeer van kapitaal staat een ongelijke behandeling van binnen de Unie gevestigde vennootschappen niet toe.

Het kabinet wil op de uitspraak van het Europese Hof anticiperen. Dat kan door ofwel het gehele concern als één onderneming te zien (een fiscale eenheid) dan wel de belastingheffing over de resultaten van zo'n concern over te laten aan de afzonderlijke landen waar die winsten of verliezen worden gemaakt.

In het eerste geval kan dat betekenen dat concerns die in Nederland veel winst maken, hier toch geen belasting betalen. Dat zou zich voordoen als in Nederland gemaakte winst wegvalt tegen verliezen bij buitenlandse onderdelen van de fiscale eenheid. Toepassing van een dergelijke verrekeningsmethode gaat de schatkist veel geld kosten.

In het andere geval kan het gebeuren dat een concern dat over het geheel genomen in Europa geen winst maakt, per saldo toch flink wat winstbelasting moet betalen. Over de in Nederland behaalde winst is dan hier vennootschapsbelasting verschuldigd terwijl het elders gemaakte verlies fiscaal (nog) nergens een corrigerende rol speelt. De toepassing van dit zogenoemde territorialiteitsbeginsel levert een multinational financieringsnadeel op. Dat zou Nederland onaantrekkelijker maken als vestigingsplaats voor hoofdkantoren van internationaal opererende concerns.

Een vanzelfsprekende keuze tussen beide systemen tekende zich op de Leidse bijeenkomst niet af. Wel bleek het aantal juridische, politieke, fiscale en bedrijfseconomische haken en ogen vrijwel onoverzienbaar.

    • Aertjan Grotenhuis