Graffitispuiter wil zichtbaar zijn

Twee Tweede-Kamerleden van PvdA en CDA willen dat er meer gedaan wordt tegen graffiti. Zo moet er een databank komen van aangetroffen afbeeldingen. Maar ook gedoogzones, zoals een spoortunnel in Delft.

De tunnel onder het spoor bij station Delft wordt nog iedere dag voller. Elke plek op het beton is met graffiti gevuld, variërend van enorme afbeeldingen (`pieces') tot kleine kretologie (`tags'). Zelfs de vloer en plafond zijn tot ver buiten de tunnel bespoten.

Sinds een jaar is de Delftse Irenetunnel gedoogzone, het is een van de twee legale spuitplekken in de gemeente. Een zone als in Delft is niet uniek, maar wel zeldzaam. Het creëren van dergelijke gedoogzones is een van de punten in het door de Tweede-Kamerleden Van Heemst (PvdA) en Van Haersma Buma (CDA) opgestelde actieplan graffiti, dat maandag werd aangekondigd.

De gemeente Delft loopt onbewust op die plannen vooruit. De gedoogzone is een initiatief van cultuurwethouder Christiaan Mooiweer (Studenten Techniek in Politiek). ,,Ik vind dat je niet repressief moet optreden zonder een alternatief aan te bieden.'' Hij hekelt de dwingende toon van het actieplan van de twee Kamerleden, dat in tien punten vooral spreekt van het tegengaan van graffiti. ,,Gedoogzones zijn pas het negende punt.''

Andere actiepunten die maandag door de partijen werden gelanceerd zijn: statiegeld op de spuitbussen en legitimatieplicht voor wie een bus koopt, het verhalen van de schade op de dader, een databank voor herkenbare graffititekens – zodat daders sneller kunnen worden achterhaald – en ,,onopvallend toezicht'' in de openbare ruimte.

Van Heemst en Van Haersma Buma gingen maandag voor het eerst in gesprek met Rotterdamse gemeenteraadsleden, Rijkswaterstaat, de spoorwegen, graffiti-

artiesten, schoonmaakbedrijven en andere deskundigen over hun ideeën. In het overleg werden direct al diverse maatregelen uit de plannen geschrapt. De legitimatieplicht is van de baan, net als het statiegeld. Van Heemst: ,,Dat zou te veel rompslomp met zich mee hebben gebracht. We willen nu spuitbussen achter slot en grendel opbergen in de winkels. Bussen zijn zeer diefstalgevoelig. Een proef in Zoetermeer heeft geleid tot een diefstalafname van 50 procent.''

Het plan om een databank op te stellen blijft voorlopig wel staan. CDA en PvdA willen alle bestanden van de betrokken organisaties koppelen. Wordt een spuiter betrapt, dan kan in het archief worden opgezocht hoeveel schade de dader heeft aangericht.

Spuiters zelf zijn skeptisch over deze plannen. Jan-Willem van de Wal, lid van het hiphopplatform Undaground Legendz uit Rotterdam: ,,Er is een jaar voor nodig om je daar in te verdiepen. Spuiters zijn niet achterlijk, er zijn er veel die een reeks nauwelijks leesbare artiestennamen gebruiken.''

Het Rotterdamse raadslid Matthijs van Muijen (PvdA) evalueerde de aanpak van graffiti in New York. Zijn conclusie: ,,Er worden hier te weinig daders gepakt, de organisaties die met graffiti te maken hebben kennen elkaar niet en de schade wordt nog niet vaak genoeg op daders verhaald.'' Rotterdam moet een meldnummer krijgen, een graffiti hotline, zoals diverse steden in de Verenigde Staten die ook hebben, waaronder New York.

Een gedoogzone moet er ook komen, ,,maar de ervaring leert dat graffiti dan ook in de omringende straten verschijnt'', zegt Van Muijen. ,,Een dergelijke zone is veelal niet goed zichtbaar, terwijl dat wel is wat spuiters willen.'' Volgens het Rotterdamse raadslid is het hele Betuwelijn-tracé inmiddels ,,al ondergespoten'' en is het tijd voor lik-op-stukbeleid.

Toch krijgt ook Rotterdam enkele gedoogplekken, als het aan Van Muijen ligt. Logisch, want zo'n plek weerhoudt spuiters ervan om illegaal te gaan spuiten, meent de Westlandse graffitikenner Van de Wal: ,,Er zijn gasten die in gedoogzones echte kunstwerken maken, omdat ze meer tijd hebben. Vooral oudere spuiters hebben geen zin meer om moeilijk te doen, en spuiten alleen nog legaal.''

Tweede-Kamerlid Van Heemst ziet het voordeel van dergelijke zones, als alternatief voor graffiti als kunstvorm, en niet als vandalisme. ,,Het creëren van gedoogzones komt vooral op het bordje van de gemeente. Maar ik heb continu gezegd dat we niet alleen de lelijke kant van graffiti in het zonlicht moeten zetten, maar dat we het ook moeten zien als cultuur.''