Europees parlement beschuldigt Servië

Het Europees parlement heeft gisteren in een resolutie Servië beschuldigd geweld tegen de Hongaarse minderheid in de Vojvodina te hebben genegeerd. Volgens de resolutie bestaat het gevaar van escalatie van het geweld en moet de regering in Belgrado onmiddellijk actie ondernemen voor de situatie uit de hand loopt.

In de resolutie worden de anti-Hongaarse incidenten – fysiek geweld, het vernielen van grafstenen, graffiti, het verbranden van de Hongaarse vlag – scherp veroordeeld en wordt een onderzoek geëist – een onderzoek dat overigens eerder deze week is toegezegd door de Servische president Boris Tadic. In de resolutie staat verder dat de incidenten weliswaar gewelddadig zijn, maar ook dat ze vooralsnog ,,geïsoleerd en lokaal'' zijn.

De Servische premier, Vojislav Koštunica, kondigde gisteren in Belgrado de vorming van een Raad voor Nationale Minderheden aan. Deze raad moet toezien op de respectering van etnische, religieuze, taalkundige en culturele rechten van de minderheden. De raad zal bestaan uit de premier zelf, een aantal Servische ministers en vertegenwoordigers van de tien etnische minderheden die Servië telt. Onder de taken van de raad valt de toetsing van alle wetten die met de minderheden te maken hebben.

De Hongaarse president Ferenc Mádl, die een bezoek aan Servië en Montenegro brengt, bezocht gisteren de stad Subotica, in de Vojvodina. Hij sprak er met een Hongaarse familie die is bedreigd en waarvan de woning was beklad met teksten als `Dood aan de Hongaren'. De familie voelde zich dermate bedreigd dat ze vandaag voorgoed naar Hongarije is vertrokken, al probeerde Mádl haar gisteren nog over te halen in Servië te blijven. Een van de leiders van de Hongaarse minderheid in de Vojvodina, József Kasza, zei gisteren dat Hongaarse extremisten, als antwoord op intimidatie door Servische extremisten, wraak nemen door hakenkruizen te schilderen op Servische woningen. Kasza zei dat de incidenten doen denken aan die welke in de jaren negentig tot oorlog in Kroatië en Bosnië hebben geleid.