Debat over pers weinig feitelijk

`Oorlog tussen pers en politiek' stond boven het artikel van Gerard van Westerloo in M van 4 september, het maandelijkse magazine van deze krant. Het leverde interessante discussiestof op voor de opiniepagina. Jammer alleen dat de feitelijke onderbouwing van het tien pagina's lange stuk zo mager was. Het artikel begon met de stelling dat de kritiek op de pers ,,steeds luider'' klonk en ,,het wantrouwen tussen pers en politiek nooit zo groot was''. Als smaakmaker voor een verhaal wel prikkelend, maar pershistorisch klopt er natuurlijk niets van.

De kritische citaten van premier Balkenende en minister Donner kunnen moeiteloos worden vervangen door uitspraken van voorgangers als Lubbers en Van Agt. Wie iets verder teruggaat, komt uit bij premier Drees die Volkskrant-journalist Henry Faas een jaar van informatie uitsloot wegens schending van een embargo. Of bij Donners grootvader, minister J. Donner, die smalende godslastering bij wet verbood. En dan hebben we het nog niet over regelrechte persbreidel via boetes, gijzeling en gevangenisstraf.

Als kroongetuigen voor de stelling dat ,,steeds meer bestuurders'' een ,,persvijandige houding'' aannemen, werden zes hoofdredacteuren geïnterviewd, vier van dagbladen (NRC Handelsblad, de Volkskrant, Trouw en de Leeuwarder Courant) en twee van tv-rubrieken (RTL Nieuws en Netwerk). Omdat het vooral ging over de omgang van Haagse redacties met Haagse politici, was dat een merkwaardige keus. Waarom geen journalisten aan het woord gelaten uit de Haagse praktijk, inclusief iemand van De Telegraaf? Waarom kwamen de veel gekritiseerde voorlichters niet aan het woord?

Van Westerloo citeerde wel Balkenende en Donner, maar sprak voor dit verhaal niet zélf met ministers. Hij ging te rade bij vier lokale bestuurders, van wie drie het ongenoegen van de overheid vertolkten en één, de Rotterdamse burgemeester Opstelten, zich opmerkelijk positief uitliet over de pers. De Amsterdamse deelraadsvoorzitter Anne Lize van der Stoel, mede-auteur van een rapport van de Raad voor het Openbaar Bestuur, kreeg haar boodschap ,,niet meer over het voetlicht'' en oud-wethouder Rob Oudkerk voelde zich nog steeds verongelijkt over de publicaties over zijn hoerenbezoek. Allebei waren ze kennelijk niet zo tevreden over Het Parool. Maar een weerwoord van die krant lazen we niet.

Het betoog van de Groningse burgemeester Wallage was meer geënt op zijn ervaring in Den Haag als Kamerlid en staatssecretaris. Bovendien was hij voorzitter van de commissie Overheidscommunicatie. Volgens die commissie hebben ,,alle overheidsinstanties de plicht alle informatie te allen tijde aan de burger te verstrekken''. Een half miljard was nodig om ,,tegenwicht te bieden aan de tekortkomingen van de vrije pers''. Wallage ,,gelooft oprecht dat de overheid zich belangeloos en zonder manipuleren van die taak zal kwijten''. Aan de pers kan je dat niet meer overlaten, want `die houdt de burger ongeïnteresseerd en cynisch'.

Die laatste woorden zijn geen citaat, maar een parafrase van Gerard van Westerloo die zo de bestuurder Wallage als vijand van de vrije pers afschildert. Nu kan men verschillend denken over het in 2001 verschenen advies, maar zou het niet goed zijn erbij te vertellen dat het is ondertekend door alle leden, inclusief de vijf (oud)hoofdredacteuren van respectievelijk de Volkskrant, RTL, NOS Journaal, De Telegraaf en Netwerk? Eén van hen, oud-hoofdredacteur Maria Henneman, kwam in M uitvoerig aan het woord als criticus van ,,de paternalistische overheid'', maar dat zij ook in de commissie-Wallage zat, werd niet vermeld. Evenmin als het al lang bekende feit dat zij af en toe dagvoorzitter is op overheidscongressen, iets wat volgens de commentator van deze krant wijst op ongewenste belangenverstrengeling.

De door Van Westerloo geciteerde hoofdredacteuren kwamen soms met voorbeelden die te denken geven, zoals de weigering van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Maar er werden ook oncontroleerbare klachten geuit. De hoofdredacteur van NRC Handelsblad legde PvdA-Kamerlid Klaas de Vries kritiek op onderzoeksjournalistiek in de mond. Die beschuldiging werd niet geverifieerd en later gaf De Vries op zijn website (www.klaasdevries.nl) een compleet andere lezing.

Een andere hoofdredacteur klaagde dat ministers zich minder makkelijk laten interviewen. Maar de RVD ontkent dat en cijfers ontbreken. In ieder geval lieten Balkenende, Donner en Kamp zich de laatste tijd geregeld interviewen.

Of de regels voor zulke interviews steeds meer in het nadeel van de pers zijn, is ook nog de vraag. Men werkt volgens een protocol dat door voorlichters en journalisten samen is opgesteld en waarvan de essentie is dat de bewindslieden de tekst te lezen krijgen, opmerkingen kunnen maken, maar de eindtekst niet autoriseren. Die komt voor rekening van de journalisten. Haagse journalisten hebben wel klachten over timing en spinning, zoals ook bleek uit recent onderzoek, maar dat heeft Van Westerloo niet verder uitgezocht.

Zijn artikel lijkt op een ballon die langzaam leegloopt. Eerst is het oorlog tussen pers en politiek. Dan is er een heftige schotenwisseling tussen de beide kampen, maar sommige van die schoten blijken losse flodders. En bijna alle hoofdredacteuren schieten schuldbewust in eigen voet als ze erkennen dat er inderdaad te veel fouten worden gemaakt. Het stuk eindigt – in de woorden van de schrijver zelf – met een `anticlimax'. Staatssecretaris Van der Laan blijkt namelijk niet van plan de pers te breidelen. ,,Een laat inzicht'', heet het dan. Je kunt ook zeggen dat de schrijver meer suggereerde dan hij kon waarmaken.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist' blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Alle eerdere bijdragen op www.nrc.nl/krantachteraf