De helden zijn nog lang niet verdwenen

De ouderwetse helden en hoogtepunten keren terug in een nieuw, mooi overzicht van de Gouden Eeuw. Het boek verscheen gisteren als eerste deel van een nieuwe negendelige reeks over de Nederlandse geschiedenis.

Wat was de betekenis van Willem van Oranje voor Nederland? Wie in de afgelopen drie decennia de basis- en middelbare school heeft bezocht, kreeg maar weinig of geen les in de vaderlandse geschiedenis en moet het antwoord schuldig blijven. Nederland kent zijn eigen verleden niet meer. De historicus A.Th. van Deursen, voormalig hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, betreurt dat, en heeft daarom een boek geschreven dat moet bijdragen aan het behoud van de Nederlandse overlevering, aldus het voorwoord van zijn gisteren verschenen De last van veel geluk. De geschiedenis van Nederland 1555-1702.

Dat we Willem de Zwijger niet meer weten te plaatsen ligt niet alleen aan het onderwijs. Historici hebben het tegenwoordig niet zo op helden. In de moderne geschiedschrijving was Willem dan ook steeds meer verworden tot zomaar iemand van adel die meer door de omstandigheden dan uit overtuiging voorman werd van de opstand tegen de Spaanse koning.

Oranje behoorde tot hoge Nederlandse adel die de landvoogdes Margaretha van Parma in 1566 vroeg om matiging van de strenge godsdienstvervolgingen. Onder Alva werden leden van de adel gearresteerd of zij vluchtten in ballingschap, waarna al hun goederen in beslag werden genomen. De ballingen hadden daarmee een persoonlijk belang bij het succes van de opstand: alleen zo zouden zij hun bezittingen kunnen terugkrijgen.

Godsdienstvrijheid

Van Deursen bevestigt dat de jaarlijkse inkomsten van Oranje uit zijn bezittingen in de Nederlanden moeten worden geschat op meer dan 150.000 gulden, naar hedendaagse begrippen zou het om miljoenen euro's gaan. Maar de prins riskeerde met zijn partijkeuze welbewust zijn leven en daarom vermoedt Van Deursen dat Oranje niet alleen werd gedreven door opportunisme en er nog een ander motief moet zijn geweest. Oranje dacht zelf, aldus een brief uit 1566, dat hij zijn leven nog kon redden door zich te verzoenen met de Spaanse koning. Maar dat heeft hij niet gedaan. Hij koos voor de strijd voor de vrijheid van het Nederlandse volk.

Aan het einde van het tweede hoofdstuk van De last van veel geluk, bespreekt Van Deursen het belang van Oranje. Het gewicht dat hij onze Vader des Vaderlands toeschrijft is niet gering: Oranje vestigde een nieuwe regeringsvorm die het nog twee eeuwen zou uithouden: een staatshoofd dat moet samenwerken met de Staten Generaal. Daarnaast heeft hij kunnen voorkomen dat de calvinistische kerk in Nederland een staatskerk werd. Willem van Oranje was volgens Van Deursen een werkelijk overtuigd pleitbezorger van vrijheid van godsdienst. Kerk en staat bleven gescheiden en hoewel de godsdienstoefening van andere geloofsrichtingen officieel was verboden behielden de Nederlanders vrijheid van geloof en waren zij tenminste niet verplicht lid van de gereformeerde kerk.

Van Deursen werd beroemd met het in 1974 verschenen Bavianen en Slijkgeuzen. Kerk en kerkvolk ten tijde van Maurits en Oldebarnevelt. Het was toen een vernieuwend boek. Omdat kerkgeschiedenis tot dan toe het terrein van theologen was geweest, ging het altijd over de leer en de leraren. Van Deursen beschreef daarentegen niet alleen de inhoud van de theologische conflicten voorafgaand aan de Synode van Dordrecht in 1618, maar ook de praktijk van alledag van gewone kerkgangers, de weg van de doop tot het graf, en de rol van de kerk in de samenleving. De aandacht voor het leven van gewone mensen in de zeventiende eeuw is sindsdien zijn handelsmerk geworden. Eind jaren zeventig verschenen er vier boekjes onder de titel Het kopergeld van de Gouden Eeuw over de cultuur van het dagelijks leven, later herdrukt onder de titel Mensen van klein vermogen. En tenslotte schreef Van Deursen Een dorp in de polder. Graft in de zeventiende eeuw (1995), een beschrijving van alle facetten van het dorpsleven, een studie die in deze krant werd vergeleken met Montaillou door de Franse historicus LeRoy Ladurie.

Het succes van het mengsel van sociale geschiedenis en mentaliteitsgeschiedenis is in al deze boeken te danken aan de eruditie en bijzondere verbeeldingskracht van de auteur. Een mengsel dat tegelijkertijd andere historici soms irriteert. De methode van Van Deursen is naar hun zin te weinig systematisch en daarom ook niet te toetsen. In het hoofd van Van Deursen bevindt zich een onmetelijke hoeveelheid kennis en de analyse en ordening van die gegevens is een onnavolgbaar proces dat achter de schermen plaatsvindt, in datzelfde geleerde hoofd. De lezer ziet slechts wat eruit komt: een goedlopend en inlevend verhaal. Van Deursen is een heel goede verteller.

Maar sinds Van Deursen met emeritaat is schrijft hij met een grote gedrevenheid een ander soort boeken. Van zijn hand verschenen biografische studies van Willem van Oranje en Maurits van Nassau. En nu dus deze vaderlandse geschiedenis die deel gaat uitmaken van een negendelige geschiedenis van Nederland geschreven door evenzoveel historici van naam, een loffelijk initiatief van uitgeverij Bert Bakker.

In De last van veel geluk geen of nauwelijks mensen van klein vermogen. Geen mentaliteitsgeschiedenis van het gewone volk, geen dagelijks leven. Dit is een boek over helden en hoogtepunten uit de vaderlandse geschiedenis die, aldus Van Deursen in zijn voorwoord, behoorden `tot de vaste overlevering, aan elke ontwikkelde Nederlander bekend.' Hij waarschuwt daarbij dat het boek bewust een traditioneel karakter draagt. Dat klopt. De last van veel geluk klinkt, in zijn bij vlagen gedragen stijl, naar Het Land van Rembrand van Busken Huet, of Nederland's beschaving in de zeventiende eeuw van Huizinga. Het is in diverse opzichten een traditioneel boek.

Dogmatici

Om te beginnen is het een chronologisch verhaal waarin de politieke en staatkundige geschiedenis centraal staat. Het begint in 1555 bij het aantreden van Filips II als koning van Spanje en heer in de Nederlanden en eindigt met de dood van Willem III in 1702. Het vertelt van de beeldenstorm, van Alva en zijn bloedraad, Oldenbarnevelt en de Synode van Dordrecht, van de Vrede van Munster, de stadhouderloze tijdperken, van Michiel de Ruyter en van Johan de Witt.

Voor wie geschiedenisles heeft gehad in de tijd van de schoolplaten – ook dat was niet alles – eindelijk weer eens het verhaal bij de mythische maar vaak betekenisloos geworden jaartallen en begrippen. De slag bij Heiligerlee, de verassing van Den Briel, het turfschip van Breda, allemaal passeren ze de revue. Het staatsvormingsproces van Nederland tijdens en na de opstand wordt heel precies en nauwkeurig beschreven en in de internationale context geplaatst, evenals de ontstaansgeschiedenis van de Nederlandse gereformeerde kerk en de kerkelijke verhoudingen in de Republiek. Op deze terreinen is Van Deursen deskundig als geen ander. En De last van veel geluk is dan ook een degelijk handboek. Sociale en economische geschiedenis, kunst en cultuur komen beperkter aan bod. Wie daarover wil lezen kan terecht bij andere recent verschenen, meer thematische geordende overzichtswerken over de zeventiende eeuw: 1650: bevochten eendracht van Willem Frijhoff en Marijke Spies (1999) en Gouden Eeuw van Maarten Prak (2002).

Ook de grote aandacht die Van Deursen aan de kerkgeschiedenis besteedt is traditioneel te noemen. In de zestiende en zeventiende eeuw beheersten geloofskwesties het maatschappelijke en politieke leven. Vanaf de beeldenstorm tot de bestandstwisten tussen Arminianen en Gomaristen, remonstranten en contraremonstranten tot de latere Coccejanen en Voetianen. In overzichten worden de conflicten soms afgedaan als het wetmatige geruzie tussen dogmatici en vrijzinnigen, maar Van Deursen gaat diep in op de inhoud. De ontkerstende lezer mag zich wel schrapzetten voor zijn uitleg van de predestinatieleer volgens Arminius versus die van Gomarus. Van Deursen reageert daarmee ook op zijn collegae historici. Zij zijn teveel geneigd de geschiedenis te verklaren aan de hand van eigentijdse maatstaven die zakelijk zijn, rationeel en vooral wereldlijk. Daarbij dreigen ze het geloof als drijfveer over het hoofd te zien. Nochtans wilden (en willen) mensen sterven voor hun geloof. En die mensen, dat zijn onze voorvaderen met wie wij ons verbonden zouden moeten voelen. Het staat er vaak en nadrukkelijk: `Ze handelden vanuit hun geloof, in gehoorzaamheid aan het gebod Gods.'

Dat geloof is geen abstractie, net zo min als de verschillen in geloofsopvattingen. De zeventiende-eeuwers vlogen elkaar er niet zomaar voor in de haren. Op dit gebied tolereert Van Deursen geen oppervlakkigheid bij de lezer. Dirck Volckertsz. Coornhert bijvoorbeeld, is een auteur die altijd als voorbeeld voor de Nederlandse tolerantie wordt aangehaald. Vooral door mensen die nooit iets van Coornhert hebben gelezen, voegt Van Deursen er dan aan toe. Want: `Coornherts tolerantie is een triomf over 's mans eigen vechtlustige natuur.' En, zo staat er even later: `Met morele laksheid had vroegmoderne tolerantie niets gemeen.'

De last van veel geluk is vooral een traditioneel boek omdat het uitvoerig stilstaat bij de rol van grote mannen, individuele keuzes en persoonlijke overtuigingen in de geschiedenis. Sterker nog, Van Deursen probeert hun motieven te peilen en hun betekenis vast te stellen, niet alleen historisch maar ook moreel. Hij probeert de rechters van Oldenbarnevelt te begrijpen, maar veroordeelt resoluut de moordenaars van de gebroeders de Witt. En passant is het boek een eigentijdse cultuurkritiek, een veldtocht tegen de eenentwintigste-eeuwse morele verloedering en vooral tegen het gebrek aan kennis en opvoeding. In zijn voorwoord geeft Van Deursen blijk van bezorgdheid. De toon in het boek is zo nu en dan regelrecht cynisch. Onverwachts krijgen we het voor de kiezen: `De naam van Cats is weliswaar zeer bekend gebleven, doch niet in gunstige zin. Dat zegt niet alles, omdat de gemiddelde beschaafde Nederlander van Cats evenveel gelezen heeft als van Vondel of Huygens, dus helemaal niets.'

Ik vind het wel grappig, dit gemopper. Tussen de preken door is Van Deursen gewoon de oude genuanceerde, geleerde en buitengewoon heldere verteller. Voor wie echt geen flauw benul heeft wie Willem van Oranje was, is het een pittig boek. De auteur gaat nergens op de knieën. Maar voor de zogeheten `ontwikkelde Nederlander', met wat vage voorkennis en ontheemde jaartallen in het hoofd, leest het als een trein en valt alles op zijn plaats.

A. Th. van Deursen: De last van veel geluk. De geschiedenis van Nederland 1555-1702 Bert Bakker, 373 blz. €30,–. na 1 januari €35,–