De bijbel, maar dan helemaal anders

Onze taal wemelt van bijbelse uitdrukkingen, in veel huizen is nog wel een bijbel te vinden en dit jaar verschijnen twee nieuwe bijbelvertalingen. Hoewel er veel over de bijbel gesproken wordt, is het met de kennis ervan droevig gesteld. Het zicht op een deel van onze cultuur dreigt zo verloren te gaan. Om dit proces te keren heeft Carel ter Linden, emeritus-predikant van de Haagse Kloosterkerk en vooral bekend als voorganger in de kerkdiensten bij Oranje-huwelijken, een boekje geschreven om de betekenis van de oude geloofsverhalen opnieuw te belichten.

In aansluiting op moderne theologische inzichten wijst hij erop dat men er niet goed aan doet de bijbel te betitelen als `het Woord van God'. De bijbel is een neerslag van menselijk spreken over de zin van het bestaan. De bijbel als klassieke literatuur die je moet kennen. Het gaat in de bijbelverhalen niet om concrete geschiedschrijving, maar om menselijke interpretaties van de werkelijkheid waarin de schrijvers van de verschillende bijbelboeken leefden. Ter Linden onderschrijft de stelling van de neo-gereformeerde theoloog Kuitert die stelt dat alles wat over God in de bijbel staat uiteindelijk bij de mens vandaan komt.

God, aldus Ter Linden, is een codenaam voor de diepste zin van het menselijk bestaan, het geheim dat deze wereld van binnenuit samenhoudt. Over dat geheim spreekt de bijbel uitsluitend in beelden. Het volk Israël kende God als `Ik zal er zijn'. `Zoals een moeder dat zeggen kan tegen een kind dat ziek is en koorts heeft: wees maar niet bang, ik laat de deur op een kier, ik ben hier vlak naast, je roept maar en ik ben er...'

Ter Linden bepleit een zekere naïviteit bij het luisteren naar die oude bijbelverhalen, een innerlijke ontvankelijkheid voor de boodschap ervan: God als barmhartige vader, als liefdevolle moeder, als aanhoudende minnaar. God komt niet naar de mens toe in de vorm van een theoretische uiteenzetting, maar vooral in de vorm van verhalen. Veel van die verhalen maken duidelijk dat de mens onderweg is. De wereld is er wel, maar zij is nog niet af. Daarom trok Abraham uit Ur naar Kanaän, daarom trok het volk Israël uit Egypte naar Kanaän en daarom keerde het volk Israël terug uit de ballingschap in Babel. Ieder mens mag zijn eigen bestaan als het ware die verhalen binnenlezen.

Het is die associatieve kijk op de bijbel die Ter Linden bij het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima deed kiezen voor het verhaal van Ruth, een Moabitische vrouw die zich bekeerde tot de God van Israël. Zij mocht op die manier de overgrootmoeder worden van de legendarische koning David, voorafbeelding van de messias. Zo kreeg ze een eigen plaats in de intieme relatie tussen God en het volk Israël.

Ter Linden laat overtuigend zien dat je de verhalen heel nauwkeurig moet lezen en geen jota of tittel moet overslaan. Enerzijds neemt hij afstand van tal van traditionele opvattingen, bijvoorbeeld over het goddelijke karakter van Jezus, maar tegelijkertijd wijst hij op onnavolgbare wijze de perspectieven van de wonderverhalen aan. De uitleg van de bruiloft te Kana, waar water in wijn veranderd werd, is daar een voorbeeld van.

Na lezing van Ter Lindens boek bekruipt de lezer het gevoel dat hij een tamelijk gepolijste bijbel overhoudt. De ergerlijke kanten die de bijbel ook kent, zoals Paulus' uitleg van Christus' dood als straf voor de zonden van de mens, worden als `orthodoxe karikatuur' weggeschaafd. Het mag nergens gaan schuren. De opstanding van Christus uit de doden verstaat Ter Linden als `een strijdbaar getuigenis van mensen die het met de moed der hoop wagen op te komen voor het recht en de humaniteit'.

Door de eeuwen heen hebben vele kunstenaars zich beziggehouden met bijbelse verhalen en thema's. Als begeleider van predikanten van de Protestantse Kerk in Nederland op het theologisch seminarium Hydepark bekeek de hervormde predikant Anne Marijke Spijkerboer met haar `leerlingen' zeer oude en recente voorstellingen van bijbelse verhalen. Doel hiervan was: `nieuwe mogelijkheden van de tekst ontdekken, door goed te leren kijken en nog beter te leren lezen'. In het boek Wij hebben ongelofelijke dingen gezien, een weerslag van haar cursussen, laat Spijkerboer zien hoe kunstuitingen van vele eeuwen een nieuw licht kunnen werpen op de uitleg van bijbelse verhalen.

In het eerste gedeelte van haar boek vertelt Spijkerboer hoe ze te werk ging, waarbij ze onder meer aandacht vraagt voor de reacties van de kijker op bijbelse afbeeldingen en voor de betekenissen van structuren, kleuren en achtergronden van bijbelse voorstellingen door de eeuwen heen. In het tweede deel passeert een aantal afbeeldingen de revue van verhalen uit het evangelie naar Johannes. Ook Spijkerboer bespreekt het verhaal van de bruiloft te Kana, waar Jezus water in wijn veranderde. Ze doet dit aan de hand van de beschilderde plafondpanelen van het Romaanse kerkje St. Martin in het Zwitserse Zillis (1030) en van een veertiende-eeuwse miniatuur uit Armenië. Op de Zwitserse afbeelding neemt niet alleen Jezus' moeder Maria, maar ook haar man Jozef een belangrijke plaats in, wat erop kan duiden dat de makers het menselijke karakter van Jezus wilden onderstrepen. Op de Armeense afbeelding ontbreekt Maria echter. Het eerste wat daar opvalt zijn scheel kijkende mannen, een bijna cartooneske verwijzing naar de overvloed van wijn die Jezus' wonder betekende. Daaruit trekt ze de conclusie dat Johannes met dit verhaal mogelijk het Dionysische motief uit de Griekse cultuur gebruikte voor zijn eigen boodschap: de vreugde die Jezus brengt is onvoorstelbaar groot – vreugdedronken door het evangelie.

Een andere, meer eigentijdse brug tussen bijbel en cultuur, opgezet door de Amsterdam University Press, is de site www.bijbelencultuur.nl. Op deze site, die nog volop in ontwikkeling is, staat inmiddels een groot aantal bijbelboeken. Alle teksten zijn rijkelijk voorzien van links naar afbeeldingen uit de kunstgeschiedenis, naar exegetische, historische en geografische toelichtingen, naar parallelle bijbelteksten of naar nadere uitleg van bepaalde begrippen. Dezer dagen werden de boeken Tobit en Handelingen der Apostelen toegevoegd, inclusief uitgebreide toelichtingen. Het is bijvoorbeeld aardig om te lezen dat de uitdrukking `naar de ratsmodee gaan' afkomstig is van Aschmedai, de naam van een demon die (volgens Tobit 6,14) zeven huwelijkskandidaten doodde. Om de weg te vinden in de veelheid aan informatie op deze site is enig besef van de inhoud van de bijbel wenselijk. Wie niet weet wat hij zoekt, verdwaalt makkelijk in de veelheid aan weetjes.

Carel ter Linden: Wandelen over het water. Bijbelse beelden en hun geheim, Meinema, 144 blz. €14,90 Anne Marijke Spijkerboer: Wij hebben ongelofelijke dingen gezien. Johannes vanuit de kunst gelezen, Meinema, 142 blz. €18,50

    • Herman Amelink