Corus met winst achterop

De eerste winst van Corus blijft nog ver achter bij die van de concurrentie, die nu volop profiteert van de beste condities op de staalmarkt in jaren.

Maar liefst vijf keer heeft Corus dit jaar prijsverhogingen door kunnen voeren. Doordat de enorme vraag naar staal uit China wereldwijd de prijzen opdrijft, kon het Brits-Nederlandse staalconcern in het eerste kwartaal 5 tot 8 procent meer vragen voor zijn belangrijkste staalproducten. In april volgde een prijsverhoging van 10 tot 15 procent, in juli 15 tot 25 procent en in het vierde kwartaal volgt vooralsnog de laatste verhoging, met 5 tot 10 procent.

Alles bij elkaar een prijsverhoging van circa 50 procent in één jaar, die Corus in de eerste zes maanden alvast een omzetgroei van 11 procent tot 4,5 miljard pond (6,6 miljard euro) opleverde. En als 1 januari de jaarcontracten met grote afnemers als de auto-industrie en producenten van blikverpakkingen aflopen – samen goed voor 40 procent van de omzet – krijgt de omzet opnieuw een flinke impuls. ,,We gaan ervan uit dat we bij deze klanten prijsverhogingen van minimaal 20 procent kunnen realiseren'', zei bestuursvoorzitter Philippe Varin gisteren bij de presentatie van de halfjaarcijfers van Corus.

Die cijfers waren beter dan ooit. Voor het eerst sinds de fusie van British Steel en Hoogovens in 1999 boekte Corus een nettowinst: 100 miljoen pond, tegen een verlies van 125 miljoen pond een jaar eerder. ,,Natuurlijk hebben we geprofiteerd van de gunstige marktcondities'', zei Varin. ,,Maar die zorgden maar voor de helft van de verbetering van onze operationele winst. De andere helft is het resultaat van onze vorig jaar ingezette herstelprogramma's.''

Corus boekte een operationele winst (voor rente, belastingen en bijzondere posten) van 147 miljoen pond, 204 miljoen pond meer dan in de eerste zes maanden van 2003. Doordat Corus voor het eerst de resultaten uitsplitste volgens de nieuwe divisiestructuur van Varin, is duidelijk te zien hoe het winstcijfer is opgebouwd. Corus' grootste divisie, die platte staalproducten produceert (zoals plaatstaal voor auto's en wasmachines), was goed voor 41 procent van de omzet en leverde veruit het grootste aandeel van de operationele winst: 110 miljoen pond. Vorig jaar was dat nog 30 miljoen. De divisies die lange staalproducten (zoals treinrails en stalen balken voor de bouw) en producten voor de staalhandel (zoals bouwpanelen) maken, zetten hun verliezen van vorig jaar om in een beperkte operationele winst van respectievelijk 31 en 11 miljoen pond. De aluminiumdivisie droeg 27 miljoen pond bij, een verdubbeling.

Na aftrek van rente (49 miljoen) en belastingen (64 miljoen) blijft er van de operationele winst netto 34 miljoen over. Met het resultaat uit deelnemingen (12 miljoen) en de 53 miljoen opbrengst uit de verkoop van grond en het afstoten van de staalhandelactiviteiten in de VS daarbij opgeteld, komt de nettowinst op 100 miljoen pond – die dus voor meer dan de helft bestaat uit eenmalige meevallers. Dat cijfer steekt schril af bij de recordwinsten van Corus' belangrijkste Europese concurrenten. Het Luxemburgse Arcelor zag zijn nettowinst in het eerste halfjaar meer dan verdubbelen tot 865 miljoen euro (op een omzet van 14,6 miljard) en het Duitse ThyssenKrupp boekte in de eerste negen maanden van zijn gebroken boekjaar een winstgroei van 600 tot 900 miljoen euro, op een omzet van 30,9 miljard.

Toch loopt Corus de achterstand op zijn concurrenten in. Philippe Varin berekende vorig jaar bij zijn aantreden dat de winst voor rente, belastingen en afschrijvingen van Corus 6 procentpunten lager lag dan het Europese gemiddelde. Varin wil dat verschil in drie jaar terugbrengen tot nul. In het eerste halfjaar, zo meldde hij gisteren, is het verschil al geslonken tot 4,5 procentpunt. Corus' winstmarge (voor rente, belastingen en afschrijvingen) steeg van 3 tot 7 procent, het Europese gemiddelde van 9 tot 11,5 procent.

Levensgroot is nog altijd het verschil tussen de winstgevendheid van de staalproductie van Corus in Nederland en Engeland. Terwijl `IJmuiden' een marge van 14 procent haalt, blijft het Britse deel van Corus steken op 4 procent – wat overigens ook te maken heeft met het feit dat het Nederlandse deel alleen platte staalproducten maakt, waar een hogere marge op zit. Corus heeft in Engeland inmiddels saneringsprogramma's in gang gezet die de productie efficiënter moeten maken, maar die zullen pas vanaf de tweede helft van 2005 resultaat opleveren.

Voorlopig moet Corus het voor zijn nettowinst vooral hebben van de hoge staalprijs en incidentele baten uit de verkoop van niet-kernactiviteiten. In het tweede halfjaar kan Corus de opbrengst van de staalfabriek in het Amerikaanse Tuscaloosa bij de winst optellen: die werd in juli voor 48 miljoen pond verkocht aan het Amerikaanse Nucor. Mogelijk komt daar later dit jaar de opbrengst van de staalfabriek in het Britse Teesside nog bij. Varin zei gisteren met verschillende partijen in gesprek te zijn die een meerderheidsbelang in Teesside willen verwerven. ,,Onze onderhandelingspositie is sterk verbeterd ten opzichte van een jaar geleden, omdat Teesside nu profiteert van het mondiale tekort aan staalplakken.'' Tot voor kort was Teesside een stelselmatige verliespost voor Corus.

Het laatste onderdeel dat Corus nog wil verkopen, is de aluminiumdivisie. Eerder dit jaar was er zicht op dat de Canadese aluminiumproducent Alcan na de overname van het Franse Pechiney van Brussel een aantal onderdelen zou moeten afstoten, zei financieel bestuurder van Corus David Lloyd gisteren. ,,We hebben met financiële partijen gesproken over de mogelijkheid om deze onderdelen van Alcan samen te voegen met onze aluminiumactiveiten.''

Alcan koos er echter voor om het mededingingsprobleem met de Europese Commissie op te lossen door zijn walserijen te verzelfstandigen, waardoor Corus weer uit beeld verdween. ,,Op dit moment praten we niet meer met financiële partijen, maar alleen nog met andere aluminiumbedrijven. Maar we verwachten niet dat die besprekingen dit jaar nog iets zullen opleveren'', aldus Lloyd. ,,Het gaat de goede kant op met Corus'', voegde Varin daar aan toe. ,,Maar we hebben nog een hoop te doen.''

    • Jochen van Barschot