Zwart circuit kan gemakkelijk worden gelegaliseerd

De Nederlandse economie zal erbij winnen als persoonlijke dienstverlening kan worden verricht zonder afdracht van belasting en premies, meent Arnold Heertje.

De witte werksters ruimen het veld, de zwarte economie heeft gewonnen. De regeling voor de eersten was te ingewikkeld en hield geen rekening met de wensen van de opdrachtgevers. De transactiekosten zijn te hoog. Voor de zoveelste keer leggen georganiseerde betutteling en verstarring het af tegen flexibel ondernemerschap op de werkvloer. De behoefte aan persoonlijke dienstverlening van hulp in de huishouding, thuiszorg, begeleiding in ziekenhuizen en scholen tot kinderopvang is groot. Het aanbod van door collectieve regelgeving beheerste arrangementen mist souplesse en miskent de maatschappelijke dynamiek.

Het vermijden van afdrachten voor sociale zekerheid en het betalen van belasting maakt deel uit van deze praktijk van alledag. De overheid, gesteund door de vakbeweging, de werkgevers en de volksvertegenwoordiging, treedt de arbeidsverhoudingen tegemoet vanuit de relatie tussen werkgevers en werknemers. Met alles wat daar bij hoort aan regelgeving, bescherming, sociale zekerheid en fiscaliteit. Dat is begrijpelijk uit een oogpunt van de traditionele visie op de overheidsfinanciën en noodzakelijk voorzover arbeidsverhoudingen in het teken staan van de betrekkingen tussen werkgevers en werknemers. Maar het is desastreus als het gaat om alle gevallen waarin het economisch verkeer zich onttrekt aan de vertrouwde relatie van werkgever en werknemer.

In feite heeft de samenleving allang ontdekt dat in de sfeer van de dienstverlening ook een andere betrekking opgeld doet. Daarin staan mensen tegenover elkaar als opdrachtgever en opdrachtnemer. Die betrekking verschilt in verscheidene opzichten wezenlijk van die van werkgever en werknemer. Er is een één op één relatie die wordt beheerst door nevenschikking en niet door onderschikking. Op voet van gelijkwaardigheid maken de partijen afspraken over de inhoud van de opdrachten, de uitvoering van de opdracht en de honorering. Partijen onttrekken zich niet aan de rechtsorde, maar vullen deze aan met individuele arrangementen. De opdrachtnemer aanvaardt geen vergoeding te ontvangen als de opdracht niet wordt uitgevoerd. En er is geen collectieve verzekering voor het uitvallen van uren waarin de opdracht zou worden uitgevoerd. Opdrachtnemers aanvaarden niet verzekerd te zijn tegen ziekte langs collectieve weg. Willen zij dit risico afdekken, dan verzekeren zij zich particulier.

Een voorbeeld. Een groot probleem in Nederland is de kinderopvang door de regelgeving en de hoogte van de kosten. Kindercrèches zijn slechts op bepaalde tijden open, tijden die lang niet altijd stroken met de tijden waarop ouders met het oog op hun carrière werkzaam zijn. Door het instituut van de opdrachtgever/opdrachtnemer relatie wordt dat probleem opgelost. De ouder, vader dan wel moeder, is werknemer in de ene rol en opdrachtgever in de andere rol. In die andere rol treft zij een ander persoon tegenover zich die als opdrachtnemer aan huis zorg draagt voor opvang van de kinderen gedurende optimale perioden. Onderling, dus intern, maken zij afspraken, onbelast door de bureaucratische externe regelgeving.

Ouders die de opvang van hun kinderen thuis regelen door op te treden als opdrachtgever, verrichten hun werkzaamheden als werknemer beter. Deze overweging is vooral van belang voor het deelnemen van vrouwen aan het maatschappelijk verkeer en het bedrijfsleven. Van het onderkennen en maatschappelijk erkennen van de opdrachtgever/opdrachtnemer relatie gaat een positieve werking uit op de formele economie. Dit effect op de productiviteit en op de groei en de kwaliteit van het bestaan is niet beperkt tot de geïndividualiseerde kinderopvang. Voor de hulp in de huishouding, voor de zorg, voor begeleiding in het onderwijs, voor bewaking en veiligheid op straat en voor chauffeursdiensten geldt hetzelfde. Om langer zelfstandig te kunnen wonen, is ondersteuning gewenst door hulp bij eenvoudige klussen in huis, administratieve werkzaamheden, koken en boodschappen doen.

De opmars van opdrachtgevers en opdrachtnemers staat niet los van de beweging van onze economie in de richting van een 24-uurs economie. Kern hiervan is dat consumptie- en productiepatronen afhankelijk zijn van individuele wensen van burgers als consumenten en als werknemers. Het sluiten van winkels wordt niet bepaald door regelgeving van bovenaf, maar door voorkeuren van onderop, die in de markt tot uitdrukking komen. Hierin past dat de arbeid niet alleen een productiefactor is, die voor de werknemer inkomen oplevert, maar ook wordt beleefd als consumptiegoed. Potentieel hebben de werknemers wensen omtrent de uren van de dag, de dagen van de week, de weken van de maand, de maanden van het jaar en de jaren van hun leven, waarin ze willen werken. De rol van opdrachtnemer oefent een grote aantrekkingskracht uit. De informatietechnologie versterkt deze ontwikkeling door het bevorderen van de verscheidenheid van arbeidspatronen: thuis werken, duobanen en deeltijdwerk.

Een toenemend deel van de zwarte transacties in de samenleving plaatst partijen tegenover elkaar als opdrachtgever en opdrachtnemer. Veel allochtonen voelen zich als gevolg van hun herkomst tot deze constructie aangetrokken. Dat in de zwarte economie partijen veeleer als opdrachtgever en opdrachtnemer dan als werkgever en werknemer met elkaar verkeren, betekent niet dat te allen tijde de transactie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer zwart wordt afgewikkeld. Wel kan het vermoeden worden uitgesproken dat door het combineren van interne regelgeving en betaalbaarheid het aantal transacties van dit type aanzienlijk zal toenemen. De behoefte aan het uitvoeren van allerlei opdrachten neemt in onze samenleving alleen maar toe. Er is een heel groot potentieel aan mensen die opdrachten willen geven, alsmede aan mensen die opdrachten willen uitvoeren. De website www.regeltante.nl illustreert deze potentie.

De tijd is rijp voor een drastische breuk met het verleden. Het krampachtig vasthouden aan het streven alle arbeidsverhoudingen in het keurslijf van de verhouding werkgever/werknemer te persen gaat gepaard met toenemende onwaarachtigheid, verlies aan welvaartsverhogende dienstverlening en onnodige lijdzaamheid. De oplossing is eenvoudig, ook al vergt deze een andere kijk op ons belastingstelsel.

Als opdrachtnemers hebben burgers geen belangstelling voor sociale zekerheid. Wensen die zij in dit opzicht hebben, worden in de privé-sfeer verwezenlijkt. Daarom is er geen reden opdrachtnemers sociale premies te laten betalen. In geval van ziekte of niet-werken is er formeel geen vangnet. Door de persoonlijke band tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en de wederzijdse afhankelijkheid vinden informeel betalingen plaats die de stabiliteit van de relatie bestendigen, zoals een bijdrage in vakantiegeld. Van ontaarding in een hangmat is geen sprake. Iedereen die wel bescherming wenst en een beroep doet op sociale zekerheid, betaalt premies voor de uiteenlopende sociale wetten. Die situatie is de overheersende in de Nederlandse verhoudingen.

Ons voorstel is de opdrachtnemers die als zodanig niet vallen onder de sociale zekerheid en daarom premievrij zijn, vrij te stellen van het betalen van belasting voor wat betreft het concreet uitvoeren van hierboven bedoelde opdrachten. Daardoor verdwijnt het verschil tussen witte en zwarte werksters. Het niet-criminele deel van het zwarte circuit wordt gelegaliseerd, voorzover het gaat om transacties tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers.

Maar daar blijft het niet bij. Veel belangrijker is dat een vitalisering van de Nederlandse economie wordt bereikt door het aanboren van nu braakliggende arbeidscapaciteit. De werkzaamheden ondergaan een maatschappelijke opwaardering. Mensen die inactief zijn, zoals ouderen, gescheiden vrouwen, allochtonen en alleenstaanden, worden gemobiliseerd, vooral in de sector van de persoonlijke dienstverlening, waardoor in het bedrijfsleven en bij de overheid de kwaliteit van de productie toeneemt.

Prof.dr. A. Heertje is oud-hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.

    • Arnold Heertje