Start ijshockeycompetitie Noord-Amerika uitgesteld

De start van de competitie in het Amerikaanse profijshockey (National Hockey League) is voor onbepaalde tijd uitgesteld. De dertig clubeigenaren sloten gisteren formeel de arena's omdat de collectieve arbeidsovereenkomst vannacht om twaalf uur afliep en besprekingen met de spelersvakbond over een nieuwe CAO al in eerder stadium afgebroken werden.

Het is de eerste zogenaamde `lock-out' sinds het seizoen 1994/'95. Toen lag de ijshockeycompetitie in Canada en de Verenigde Staten 103 dagen stil lag.

De clubs hadden op woensdag 13 oktober moeten beginnen aan de competitie over 82 wedstrijden. De meeste clubs waren van plan vandaag te beginnen met hun traingskampen ter voorbereiding op het seizoen. Ook die werden gisteren afgelast.

Het conflict tussen eigenaren en spelers draait om geld. De eigenaren willen een salarisplafond ('salary cap') waardoor ze het gemiddelde jaarsalaris kunnen terugdraaien van 1,8 naar 1,3 miljoen dollar, respectievelijk 1,5 miljoen en 1,1 miljoen euro. De NHL zegt over het afgelopen seizoen rond de driehonderd miljoen dollar verlies te hebben geleden. De salarispost mag in de ogen van de clubeigenaren maximaal vijftig procent van de inkomsten bedragen.

De spelersvakbond (NHLPA) is voorstander van een vrije markt en verzet zich daarom tegen de invoering van de salary cap. Volgens de vakbond zijn zes van de dertig clubs verantwoordelijk voor 76 procent van het totale verlies. Als tegemoetkoming van de noodlijdende clubs is een voorstel gedaan een speciale belasting (luxury tax) in te voeren. In dat plan worden de winsten van de grote clubs afgeroomd ten bate van de kleinere clubs in de Noord-Amerikaanse profcompetitie.

Daarnaast ontwikkelde de spelersvakbond een plan voor zogenoemde `revenue sharing', het verdelen van de inkomsten. De NHL weigerde de vakbondsvoorstellen in overweging te nemen. De eigenaren van de teams claimen driehonderd miljoen dollar te hebben opgespaard om de spelersvakbond te dwingen concessies te doen.