Scheidende eurocommissaris leest Bush nog een keer de les

Hij wilde zich als Europeaan vanzelfsprekend niet in de Amerikaanse verkiezingsstrijd mengen. Maar toch. De retoriek die in de campagne wordt gehanteerd roept wel vragen op. Wie in bepaalde delen van het land een goedkoop succes wil behalen hoeft de Verenigde Naties, de Fransen of andere partners met een afwijkende mening slechts te kleineren. Hoeft slechts te zeggen dat degenen die een multilaterale benadering van internationale conflicten voorstaan, de buitenlandse politiek van de VS willen uitverkopen aan een combinatie van knoflook kauwende en kaas etende sullen.

Aldus de Britse Europees Commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen Chris Patten gisteren in een van zijn laatste openbare optredens in het Europees Parlement. Zonder hem met name te noemen haalde de nimmer om krachtige woorden verlegen zittende eurocommissaris, die over anderhalve maand afzwaait, keihard uit naar de (her-)verkiezingscampagne van de Amerikaanse president George W. Bush. Een campagne waarin volgens Patten het principe van de founding fathers van de VS – respect voor afwijkende meningen – wordt geminacht.

Wat gisteren begon als een toespraak over Irak, eindigde in een bijtende analyse van de verstoorde verhoudingen tussen de VS en Europa. Wat had het VS-optreden in Irak bereikt? De `bevrijding' was omgeslagen in een bruut bestreden bezetting. De democratie was niet ,,als een Oosters tapijt'' over de woestijnen uitgerold. En de overwinning in Bagdad had niet geleid tot vrede in Jeruzalem en de Palestijnse gebieden.

En juist omdat de door de neo-conservatieven bepleite Amerikaanse Alleingang geen rijk van vrede, vrijheid en democratie had opgeleverd, leek het er even op dat de VS de draad van de gezamenlijke aanpak, het multilateralisme, weer wilden oppakken. Maar de gebezigde toon in de verkiezingscampagne stemt Patten somber, hoewel hij als oud-voorzitter van de Britse Conservatieve Partij ook wel weet dat ,,campagne-retoriek niet verward dient te worden met een platonische dialoog''.

Patten zei er een ongemakkelijk gevoel aan over te houden. ,,Als de Amerikaanse cultuur de noodzaak uitsluit om met het buitenland samen te werken of te praten, als in dat land impopulariteit aan de andere zijde van de Oceaan wordt opgevat als iets om trots op te zijn, dreigt in Europa een spiegelbeeldige fout te worden gemaakt. Dan wordt daar het kritiek leveren op Amerika gelijkgesteld aan het hebben van een eigen buitenlandse en veiligheidspolitiek.''

De Britse commissaris zei bevreesd te zijn dat deze situatie het slechtste bij de partners aan beide kanten van de Atlantische Oceaan naar boven zou brengen. En hij gooide er nog maar eens een laatste one-liner tegenaan: ,,De wereld verdient beter dan het testosteron van de Amerikanen aan de ene kant en de hooghartigheid van de Europeanen aan de andere kant.''