Kuiken

Het gezin Meerkoet is een lust voor het oog. Maar soms ook een last.

Het gezin bestaat uit vader, moeder en twee kindertjes. Ze huizen in een grotendeels verzonken bootje in de smalle gracht bij mijn huis. Op een chaotische stapel viezig afval houdt moeder haar kroost onder de vleugels, terwijl vader in de nabijheid de kost verdient. In de vrije uren trekken ze er gezamenlijk op uit, een pril gezin waarvan de kinderen leren fietsen.

Er zijn momenten waarop ik nauwelijks naar ze durf te kijken. Dan komt er zo'n grote, patserige boot aangedenderd, terwijl een van de kuikens natuurlijk net op dat moment wil oversteken. Je zou in afgrijzen willen schreeuwen, maar je weet dat het toch niet helpt. Het hoeft bovendien ook niet. Het kuiken is weggeslagen op een grote golf en dobbert alweer vrolijk verder.

Toch zijn er momenten waarop je wel degelijk tot actie moet overgaan. Dat gebeurde al meteen de eerste keer dat ik het gezin in het vizier kreeg.

Ik stond voor het raam te telefoneren en zag de ouders met één kuiken voorbijzwemmen. Het kuiken sprong opeens in de plooi van een plastic zeil dat over een onbeheerd motorbootje lag. Dit deel van het zeil hing half in het water. Er bleken zich nóg twee kuikens in de plooi te bevinden, ongetwijfeld familie. De ouders zwommen achteloos door, op zoek naar voedsel voor die drie snaveltjes.

Opeens verscheen een jong mensenpaar met een kind aan de kade. Ze stapten plomp in de boot die daardoor enigszins kantelde. De plooi in het zeil met de kuikens schoot omhoog, waardoor ze te hoog boven het water kwamen te hangen. Wat nu?

De mensen hadden niets in de gaten, maar ík wel. Een van de kuikens keek over de rand en dacht: het is hoog, maar het moet maar. Het sprong dapper over de rand, duikelde in het water en zwom weg. Een tweede kuiken volgde.

Maar het derde kuiken durfde niet. Sommige kuikens durven nu eenmaal meer dan andere kuikens. Dit kuiken bleef angstig over de rand kijken, terwijl alle familieleden onbekommerd steeds verder wegzwommen. Op de boot begon de man aan het zeil te sjorren. Met een zeldzaam scherp vooruitziende blik voorzag ik het volgende drama: de man zou het zeil optillen en langzaam met wurgende zorgvuldigheid dichtvouwen – mét kuiken. Ik staakte mijn telefoongesprek en rende naar buiten. Een man moet zijn plicht doen.

De man op de boot keek me hulpeloos aan. Hij had het zeil al gedeeltelijk opgevouwen en hield een piepend kuiken naar me omhoog. ,,Wat moet ik nou doen?'' vroeg hij. ,,Wij konden deze boot voor een dagje lenen – en nu dit.''

,,Ga gauw naar de familie, die moet daar ergens zijn'', zei ik, terwijl ik in de verte wees.

Hij rende alsof de dood hem op de hielen zat, wat in zekere zin ook zo was. Even verderop knielde hij op de kaderand neer en liet het kuiken voorzichtig bij zijn familie in het water zakken. We slaakten allemaal een zucht van verlichting. Het was volbracht.

Maar toen.

Twee dagen later stond ik vanaf de brug naar hetzelfde gezin te kijken. Opeens drong het tot me door dat er nog maar twee kuikens over waren. Het derde was spoorloos verdwenen. Wedden dat het hetzelfde kuiken was?