`Kijk eens hoe seksueel onze films waren!'

Film-expert Hamid-Reza Sadr bewaart zijn collectie films van vóór de islamitische revolutie op een geheime plaats, thuis in Teheran. Vrijdag geeft hij een lezing in Amsterdam.

De Iraanse film-expert Hamid-Reza Sadr (48) drukt op een van zijn video-afstandsbedieningen in zijn huis in Noord-Teheran. ,,Kijk eens naar deze film van vóór de islamitische revolutie'', gebiedt hij. Een wulpse dame verschijnt in zwart-wit op tv. Schaars gekleed danst ze voor een groep besnorde mannen met hoeden op. Er staat bier op tafel. ,,Ben ik mooi?'', vraagt ze de mannen herhaaldelijk in het farsi. ,,Heel mooi!'', antwoorden die verlekkerd in koor. ,,Kijk eens hoe seksueel onze films waren!'', zegt Sadr.

De film, Ansanha (De mensen), bewaart Sadr op een geheime lokatie, net als de rest van zijn filmverzameling. Films die naakte delen van vrouwenlichamen, alcohol, feesten of andere – volgens de Iraanse geestelijkheid – immorele zaken vertonen, zijn tegenwoordig verboden in Iran. Aanstaande vrijdag kan Sadr echter alles laten zien wat hij wil, als hij een lezing geeft in de Balie, Amsterdam, over de Iraanse geschiedenis van de laatste 25 jaar aan de hand van filmfragmenten.

Sadr is bezeten van films. Drie jaar geleden schreef hij met behulp van het Prins Claus Fonds een boek, Tegenwind, over de politieke lading van de Iraanse cinema van de afgelopen honderd jaar. De schokkendste verandering voor de Iraanse filmindustrie was de islamitische revolutie van 1979, waarna plotseling niets meer mocht.

,,Binnen een paar weken was er een radicale omslag'', vertelt Sadr, die destijds student was. De obsessief westerse, seksueel getinte films moesten worden vervangen door zedelijke islamitische. De huidige overheidscensuur, die ruimte vrijlaat voor eigen inbreng, deed de Iraanse film echter uitgroeien tot een van de belangrijkste export-producten van de islamitische republiek.

,,In andere landen kan en mag alles in de film. In Iran zijn er zoveel beperkingen. Filmmakers moeten hier wel origineel zijn'', zegt Sadr. Hij wijst op het gebruik van kindacteurs in de Iraanse cinema. ,,Kinderen mogen dingen die volwassenen niet mogen: dansen, vragen stellen, hun haar laten zien. Ze zijn vrij van censuur.'' De witte ballon (1995) van regisseur Jafar Panahi is daar een goed voorbeeld van. Een meisje verliest haar geld om de traditionele goudvis voor het Iraanse nieuwjaar te kopen en begint een tocht door de straten van Teheran op zoek naar geld. Ze komt allerlei eigentijdse problemen tegen.

Intellectualisme wordt in Iran sinds de revolutie gelijkgesteld aan verwestelijking. De film Hammoum (1988) over de problemen van een intellectueel echtpaar in Teheran, was dan ook taboe doorbrekend. Sadr: ,,Het was de eerste film die het nachtmerrie-achtige leven van Iraanse intellectuelen liet zien.'' Wat Sadr `De invasie van de jeugd' noemt, heeft sinds halverwege de jaren negentig de grootste invloed op de Iraanse film. Hij laat een clip zien van Mohsen Makhmalbafs film Salaam Cinema (1994), waarin de regisseur een kleine advertentie in een krant heeft geplaatst voor filmaudities. We zien Makhmalbaf tussen honderden gillende acteurs in spe die hem smeken, bijna aanvallen om een rol te bemachtigen. ,,Dit laat zien wat er aan de hand is in Iran. Er is veel te veel energie, maar er is geen uitlaatklep voor.''

Sadr ziet de films als spiegel voor de snelle veranderingen in de Iraanse maatschappij. Een populaire actrice als Hediyeh Tehrani verhuurt in Party (2001) haar huis als illegale feestruimte om geld bijeen te krijgen voor de borgsom voor haar man die als journalist in de gevangenis zit. Sadr: ,,Het is grappig dat dit soort films niet worden vertoond op de westerse filmfestivals. Men vindt ze `te gewoon', ze lijken te veel op westerse films.''

Een immens populaire film als Marmoulak (2003), over een dief die de kleren van een geestelijke aandoet en mensen maant op hun eigen manier dichter tot god te komen, zal op het filmfestival van Cannes niet worden vertoond. Ondanks het feit dat er islamitische taboes in werden doorbroken en de film in Iran werd verboden.

,,Het is paradoxaal dat sommige westerse festivals claimen dat ze het ware Iran te laten zien, terwijl veel kunstzinnige Iraanse films juist rolbevestigend zijn, met veel plattelanders en ezeltjes'', vindt Sadr. Zo krijgen buitenlanders een actrice als Hedayeh Tehrani niet te zien, ,,terwijl die alles vertegenwoordigd waar de urbane, Iraanse vrouw op dit moment voor staat: kracht, stoerheid en klasse.''

Sadr hoopt dat de nieuwe generatie filmmakers die nu opstaat in Iran ,,minder beïnvloed door [is door] politieke en regionale barrières'', schrijft hij in zijn boek Tegenwind. ,,Wat er ook gebeurt, de Iraanse film reflecteert altijd de hopen en wensen van het Iraanse volk. Het is een graadmeter.''

Eutopia Live: Iraanse Cinema. Lezing van Hamid Reza Sadr, 17 sept. in De Balie, Amsterdam. Aanvang 20.00 u. Inl. 020-5535100 of www.balie.nl.