Illegale informatie voor chique Haagse advocaten

Een bedrijfje wist illegaal vertrouwelijke informatie over privé-personen te verzamelen. Het werkte in opdracht van onder anderen de landsadvocaat.

Heeft het kantoor van de landsadvocaat, de prestigieuze Haagse firma Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, gebruik gemaakt van de diensten van een criminele organisatie? Of maakt het er zelfs deels van uit? Die vragen hingen gisteren in de lucht tijdens het proces tegen twee directeuren van het handelsinformatiebureau Mariëndijk, dat door justitie in Den Haag wordt beschouwd als een criminele organisatie.

De informatiemakelaar uit Zoetermeer heeft volgens het openbaar ministerie tussen 2001 en 2003 talloze keren de privacywetgeving geschonden bij het opstellen van verhaalsrapportages over personen met schulden. Mariëndijk liet in die periode in opdracht van vrijwel alle grote Nederlandse advocatenkantoren, waaronder het kantoor van de landsadvocaat, onrechtmatig privé-gegevens opsporen over bankrekeningen, belastingschulden, uitkeringen, autobezit, huurschulden, inkomen of strafblad. De kantoren wilden op die manier onder meer voor hun cliënten achterhalen of zij schulden konden terugeisen.

Maar dergelijke financiële gegevens zijn alleen langs illegale weg te verkrijgen bij banken, sociale diensten, justitie, uitkeringsinstanties of woningcorporaties, omdat medewerkers van dergelijke instanties een geheimhoudingsplicht hebben. Volgens justitie namen medewerkers van Mariëndijk vaak onder een valse naam contact op met de banken en instanties om onder valse voorwendselen gegevens over privé-personen los te krijgen, bijvoorbeeld door zich voor te doen als een collega van een ander filiaal van een bank. Zij vroegen dan informatie over de hoogte van een bepaalde bankrekening onder het voorwendsel dat het eigen computersysteem niet werkte. Zo verzamelden zij bij alle grote banken onrechtmatig privé-gegevens.

Een oud-directeur van Mariëndijk, de 38-jarige R.V. uit Zoetermeer, zei gisteren voor de Haagse rechtbank dat hij niet wist dat zijn bedrijf op grote schaal de wet overtrad, hoewel hij toegaf dat hij ook zelf met enige regelmaat onder een valse naam had geprobeerd informatie los te peuteren bij een bank. Tegen hem eiste officier van justitie mr. L. van der Wees een gevangenisstraf van 27 maanden, waarvan negen voorwaardelijk, wegens oplichting en deelneming aan een criminele organisatie. Ook de 45-jarige oprichter en huidige directeur van Mariëndijk, D.E. uit Leidschendam, zei niet te hebben geweten van het structurele karakter van de oplichtingspraktijken bij zijn bedrijf. Toen hij er vorig jaar van hoorde zei hij ,,danig geschrokken'' te zijn. De officier eiste tegen E. een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk. Volgens haar blijkt uit verklaringen van tal van ex-medewerkers van Mariëndijk dat zij zich ,,stelselmatig'' bedienden van valse namen om informatie los te krijgen. De leiding van Mariëndijk was daarvan op de hoogte, concludeerde de officier.

De raadslieden van beide verdachten wezen de rechtbank op de rol die de grote advocatenkantoren speelden in deze zaak. Tot de opdrachtgevers van Mariëndijk behoorden Nauta Dutilh, De Brauw Blackstone Westbroek en Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, de landsadvocaat, ,,een van onze grotere opdrachtgevers'', aldus oud-directeur R.V. Volgens advocaat mr. E. Deen hadden de opdrachtgevers, ,,die uit hoofde van hun beroep op de hoogte zouden moeten zijn van de privacywetgeving, opdrachten verstrekt waarvan ze weten, althans behoren te weten, dat die niet naar behoren uitgevoerd kunnen worden zonder de wet te overtreden''. Volgens oud-directeur V. vroeg de landsadvocaat ,,nooit hoe wij aan onze gegevens kwamen. We kregen wel steeds nieuwe opdrachten.''

Uit een van de opdrachten van de landsadvocaat, namens de Staat der Nederlanden, bleek zelfs dat het ministerie van VROM zich ervan bewust was dat de informatie die Mariëndijk over een debiteur moest opduiken niet langs legale weg te verkrijgen was. Omdat Mariëndijk door justitie als een criminele organisatie wordt beschouwd, vroegen Deen en V.'s raadsman mr. M. Winter zich af of de opdrachtgevers niet ook als lid van die organisatie moeten worden gezien. ,,Heeft Pels Rijcken wellicht deelgenomen aan een gestructureerde samenwerking met Mariëndijk, gericht op oplichting?'', vroeg Winter. Hij voegde eraan toe dat het OM ,,de rug recht moet houden'' en de opdrachtgevers voor ,,het hekje'' zou moeten plaatsen.

Het OM heeft de kantoren niet aangeklaagd wegens hun rol in de zaak-Mariëndijk. Dat geldt ook voor de medewerkers van de instanties die hun geheimhoudingsplicht schonden en onrechtmatig informatie verstrekten.

Vorig jaar werd in dezelfde zaak de 37-jarige Hagenaar M.K. veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, die met zijn eenmanskantoor veel werk had verricht voor Mariëndijk. Volgens officier Van der Wees werd de Hagenaar door Mariëndijk gebruikt omdat hij door het aannemen van talloze verschillende identiteiten in korte tijd alle relevante gegevens over een burger illegaal boven water kon halen, inclusief een eventueel strafblad. De Mariëndijk-directeuren zeiden gisteren voor de rechtbank dat zij zich nooit afvroegen of M.K. zich bij zijn werk wel aan de wet hield. Directeur D.E. had wel ,,het vermoeden'' gehad dat K. onrechtmatig handelde, maar zeker wist hij het niet.

De rechtbank doet uitspraak op 29 september.

    • Rob Schoof