Het is over

We gaan tegenwoordig harder met elkaar om in het bedrijfsleven en andere organisaties. We vertellen elkaar sneller dat we overbodig zijn, ook in de hogere managementregionen, en dat is een schok. Mensen in administratieve en productiefuncties – zeg maar de CAO-werknemers – wisten allang dat zij in de hoek zitten waar bij reorganisaties altijd de klappen vallen. Voor het management was er altijd een gevoel daar boven te staan: ontslaan was iets dat jij deed omdat dat goed was voor het bedrijf. Dat een ander dat om dezelfde reden ooit bij jou zou doen, dat kwam niet bij je op. Dat is veranderd. Slechtnieuwsgesprekken met adjunct-directeuren en vice-presidents zijn inmiddels net zo gewoon als beneden de CAO-grens. Plotseling blijken er lijsten te bestaan van misbare en onmisbare medewerkers, en in de misbaar-kolom staan hoog en laag. Vooral hoog, want laag is vaak al collectief afgevloeid.

Voor wie het treft, is het vaak een verdovende slag, zeker in gevestigde bedrijven en bedrijfstakken waar dienstverbanden voor het leven gebruikelijk waren. Dat zijn vooral banken en verzekeringsmaatschappijen, voor wie stabiliteit op alle fronten van oudsher tot de bedrijfsformule hoorde. In die sfeer zijn nogal wat solide ogende posities van afdelings- of adjunct-directeur ontstaan. De bedrijven zijn nu plotseling in de turbulentie van een groter Europa en een opener wereld terechtgekomen.

Dit is de context waarin veel zekere en zelfverzekerde mannen en sommige vrouwen te horen krijgen dat ze misbaar zijn. Het is over, ze kunnen gaan.

Het is hard, maar vaak niet hard genoeg. Want er is één groot gevaar dat hen bedreigt, en dat is dat de harde slag wordt gevolgd door zachte hulpverlening. Sommige bedrijven vatten compassie – het is een ouderwets woord; sociaal beleid noemen we het tegenwoordig – zo op, dat zij mensen die op de vertreklijst zijn komen te staan, vervolgens zorgzaam en omzichtig bejegenen. Door open te houden dat er misschien ooit wel een kans is om elders bij het bedrijf een plek te vinden. Door een carrièrebegeleidings- of outplacementprogramma hier, een tijdelijke plek in een interne detacheringsclub daar. Dat lijkt lief, maar het is laf. Het houdt de blik, de aandacht en de betrokkenheid van de vertrekker half naar binnen gericht, met een vaak illusoire hoop waar hij in elk geval zelf geen invloed op heeft. ,,Jullie hulp maakt hulpelozen'' las ik jaren geleden op een protestposter die iemand op de gevel van een sociale hulpdienst had geplakt. Want zo is het vaak. Er is maar één plek waar een vertrekker zijn energie met laserfocus op gericht moet hebben en dat is zijn toekomst buiten. Harde duidelijkheid is hier barmhartigheid. Zachtheid, hoe goedbedoeld ook, leidt ertoe dat via de weg van valse hoop kostbare energie wegsijpelt.

Mensen veranderen alleen als het heden acute pijn oplevert. Het bedrijf, en wel bij voorkeur de directe baas, moet die pijn aanleggen, ferm en duidelijk, en hem in stand houden. Dat vergt lef. Lef is Hebreeuws voor hart, moed. Als de wachtaanzegger een hart heeft, zegt hij hard en duidelijk wat er aan de hand is: het is over, je moet weg. Niet om pijn te doen als doel op zichzelf, maar om tot actie te brengen. Ook met compassie, maar dan begrepen in een heel speciale zin, namelijk met het besef dat hem morgen kan overkomen wat de ander vandaag meemaakt. Wie zichzelf toewenst dat hij dan daadkracht en energie zal hebben, zal de ander vandaag een hard standpunt geven. Dat die vervolgens witheet en vloekend het pand verlaat, is prima. In woede zit energie, en dat is veel beter dan de smekende blik van iemand die zich vastklampt aan valse hoop.

Hoe sta je er zelf voor als je als 50-jarige vice-president van een grote bank na 25 jaar te horen krijgt dat het over is, dat het tijd is om te gaan? ,,Geef mij een plek om te staan en ik zal de aarde bewegen'', zei Archimedes. Hij had het over wat je met een hefboom kunt doen: krachten uitoefenen waar je zonder hulpmiddelen niet over zou beschikken. Wat je nodig hebt, is een vast punt buiten je bestaande werkelijkheid. Een stevig, hard en onwrikbaar standpunt, als aanzetpunt voor je inspanning. Zeker als je iets groots moet ombuigen als je levensloop tot nu toe. Een harde werkelijkheid is beter dan een zachte, dus zorg dat je werkelijkheid zo hard mogelijk is. Als iemand anders je niet aan een hard standpunt helpt, doe het dan zelf. Als een ander het wel doet, maak het dan zelf nog harder. Creëer iets hards en stevigs waar je je hefboom op kunt zetten.

Doe wat je kunt om je tastbare werkelijkheid in overeenstemming te brengen met de veranderde feiten. Je bent ontslagen, daar gaat het om. Als de buitenkant van je leven niet verandert, als de dingen om je heen mogen blijven staan waar ze stonden, dan is dat een discrepantie die gemakkelijk tot zelfbedrog leidt. Als alles om je heen nog steeds is zo het was, dan is dat ontslag vast een boze droom, en boze dromen gaan vanzelf over.

Kijk vooral naar je huis. Het is je belangrijkste bezit, het anker van je bestaan, je maatschappelijke visitekaartje, je trots, en de warme plek waar je de boze buitenwereld achter je laat. Juist dat maakt het nu zo ongeveer de gevaarlijkste plaats die er is. Het is als een luxe hut op een oceaanstomer die zojuist op een ijsberg gevaren is: de ideale plek om lethargisch je ondergang af te wachten terwijl je je, hopend op betere tijden, vastklampt aan wat ooit was.

Zet het te koop en ga huren of koop iets kleiners. Ook al doet niemand het, er is geen betere manier om jezelf duidelijk te maken dat je wereld veranderd is. En doe het snel, want alleen zo toon je dat het jouw vrije keuze is en niet een machteloze, afgedwongen capitulatie. Het maakt ook duidelijk dat je nog steeds zelf commandant bent van je leven, en dat het wezenlijke daarvan niet ligt in het uiterlijk, de accessoires en de spullen. Tenzij je besluit dat dat wel zo is. Dan hadden ze misschien gewoon gelijk: dan is het over.

    • Johan Schaberg