Het dal uit door nóg meer bezuinigen

Nog meer bezuinigingen, terwijl het economisch slecht gaat? Het kabinet gaat in de verdediging.

Opnieuw bezuinigingen. Het is nog steeds crisis. Dat is de boodschap van het kabinet-Balkenende. De economische groei komt in 2005 niet verder dan 1,5 procent. En dat is nog steeds ver onder wat die groei onder normale omstandigheden zou moeten zijn.

De magere vooruitzichten volgen op een periode van vier jaar waarin de groei gemiddeld ,,slechts iets meer dan een half procent bedroeg'', aldus het uitgelekte concept van de miljoenennota. ,,Dat is verreweg de slechtste prestatie van de Nederlandse economie in de afgelopen twintig jaar.''

Sommige andere landen in Europa, en ook de Verenigde Staten, hebben de laagconjunctuur aangepakt door de overheid te laten fungeren als stootkussen. Door niet alleen het begrotingstekort te laten oplopen, maar per saldo ook nog een extra bestedingsimpuls te geven, hebben die landen de ergste pijn voorkomen. Het zogenoemde structurele tekort (het begrotingstekort waarbij al rekening is gehouden met de invloeden van de conjunctuur), is daar fors opgelopen: een teken dat er flink is gestimuleerd. Frankrijk valt in die categorie, evenals Italië, Zweden en Ierland. Kampioen is Amerika. Daar sloeg een structureel begrotingsoverschot van 1,2 procent van het bruto binnenlands product in 2000 om in een structureel tekort - van naar verwachting 3,9 procent in 2005. De defensiekosten liepen op, en president Bush schrok er ook niet voor terug tijdens de laagconjunctuur de belastingen te verlagen. Er bestaat een duidelijke samenhang tussen de stimulering en de economische prestaties van de afgelopen jaren. Landen die meer stimuleerden, wisten het economisch laagtij veel beter door te komen. Nederland doet dat niet. Het structurele tekort liep de afgelopen jaren zelfs iets terug, en zal volgend jaar precies hetzelfde zijn als in 2000. Waarom moet de Nederlandse burger zoveel bezuinigingen slikken?

Dat is een duidelijke beleidskeuze, waar het kabinet in de miljoenennota 2005 uitgebreid op ingaat. Onderstreept wordt dat de hevigheid van de Nederlandse recessie maar gedeeltelijk wordt geweten aan ontwikkelingen in de internationale conjunctuur. Het zijn volgens het kabinet de achterblijvende productiviteit en de uit hand gelopen lonen die van Nederland een uniek geval maken. Aangezien de economie vanaf halverwege de jaren negentig beduidend aan concurrentiekracht heeft verloren, moeten de maatregelen gericht zijn op het herstel hiervan.

Daarnaast benadrukt het kabinet in de nota niet te geloven in het gebruiken van begrotingsbeleid om de conjunctuur te verbeteren. Waar de ideeën van de econoom Keynes, de geestelijk vader van het conjuncturele begrotingsbeleid, in veel landen de afgelopen jaren via de achterdeur naar binnen slopen, komen zij er in Nederland niet in. ,,Het geven van een kunstmatige oppepper ten koste van ontsporende overheidsfinanciën is (daarbij) geen optie.''

Het oppeppen van de economie ten koste van het begrotingstekort verdient dus geen aanbeveling, aldus de miljoenennota 2005. ,,Dergelijk expansief beleid vergroot eerder de persistentie van de problematiek, omdat noodzakelijke ingrepen achterwege blijven en het jaren kan duren voordat de overheidsfinanciën weer onder controle zijn.'' Zachte heelmeesters maken, kortom, stinkende wonden. Kijk maar naar Japan, zegt het kabinet. Jarenlang stimuleren leverde daar geen economische winst op, maar wel een tekort van, volgens de OESO, 7,1 procent in 2004. En een staatsschuld die in tien jaar verdubbelde tot 168 procent van het bbp – met lengte het grootste van de geïndustrialiseerde wereld.

Zelfs het argument dat een vergelijking van het verloop van structurele tekorten bij verschillende westerse landen analytisch wat oplevert, wordt in de miljoenennota opmerkelijk genoeg al bij voorbaat onderuit gehaald. Ramingen over de economie zijn altijd al een ,,hachelijke zaak''. En berekeningen waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen conjuncturele en structurele ontwikkelingen zijn ,,weliswaar beschikbaar, maar de uitkomsten blijken erg afhankelijk van de gehanteerde methodiek, de gekozen tijdshorizon en het moment waarop de berekening wordt gemaakt''. Dat is inderdaad zo. Maar alleen al het feit dat de burger op bladzijde 4 van de nota op een dergelijke theoretische verhandeling wordt getracteerd, onderstreept al dat het kabinet voelt dat het zich moet verdedigen.

Dat blijkt ook uit het commentaar dat werkgeversvoorzitter J. Schraven vanmorgen gaf. ,,Het kabinet zegt dat ze de economie op één zet, maar zet in werkelijkheid de bezuinigingen op één.'' Als ook het bedrijfsleven begint te mopperen, dan is er voor een liberaal-conservatief kabinet wat uit te leggen.

Losse overheidsfinanciën betekenen, in de gedachtenlijn die Balkenende-II aanhangt, dat er later hoe dan ook extra bezuinigd zal moeten worden. En dat die bezuinigingen tegen die tijd juist verhinderen dat het economisch herstel gezond doorzet. Als er tegen die tijd al de politieke wil is om een dan noodzakelijk begrotingsoverschot niet meteen te `verjubelen'. Hoe moeilijk de politiek met zo'n overschot overweg kan, bleek wel onder het tweede paarse kabinet.

Aan de andere kant gaan de Verenigde Staten onder Bush juist uit van het veronderstelling dat een met een expansief begrotingsbeleid `opgepepte' economie het later zo goed doet, dat de bijbehorende extra inkomsten voor de overheid het tekort vanzelf weer gladstrijken. Deze zogenoemde Laffer-curve pasten de VS ook toe na de zware recessie van begin jaren tachtig onder president Reagan.

Het verschil is dat de VS er niet van uit gaan dat er structureel veel mis is met de eigen economie. De Nederlandse regering is daar juist wel van overtuigd. Daarom worden bezuinigingen gepaard aan structurele maatregelen. Kijk naar het kabinetsplan om de vertrekbonus bij ontslag te verrekenen met de WW. Dat bespaart geld, én de werkloze burger krijgt een extra prikkel om weer snel aan de slag te gaan.

Toch blijft het moeilijk om in de plannen voor 2005 het onderscheid te maken tussen de politieke overtuiging van het kabinet, en de meer pragmatische kant van het beleid. Extra bezuinigen is, zo is de miljoenennota samen te vatten, objectief noodzakelijk. Maar er is ook het in de EU afgesproken tekortplafond van 3 procent van het bbp waar de regering koste wat kost onder heeft moeten blijven. Minister Zalm van Financiën ontpopte zich de afgelopen tien jaar als de grootinquisiteur van de begrotingsdiscipline in Europa. Juist hij mag dus niet worden betrapt op ketterse gedachten.

Dat maakt van de mIljoenennota 2005 niet alleen de gebruikelijke samenvatting van het voorgenomen kabinetsbeleid, maar ook een politiek-economische geloofsbelijdenis. En die is niet alleen bij Zalm, maar ook bij de christen-democraat Balkenende in goede handen.

    • Egbert Kalse
    • Maarten Schinkel