`Geen effect-beluste show in Fries Museum'

Deze week stemden B & W van Leeuwarden in met de bouw van een nieuw Fries Museum. Een belangrijke bruikleengever strijdt met de directeur over de inrichting.

,,In het Fries museum toon Friesland zijn kunst, cultuur en geschiedenis aan de rest van de wereld'', zegt museumdirecteur Cees van 't Veen. Het nieuwe onderkomen moet over ruim vier jaar op het Wilhelminaplein (`Zaailand' in de Leeuwarder volksmond) in Leeuwarden worden geopend. Deze week gaven B & W van Leeuwarden groen licht voor verdere ontwikkeling van het plein, waarmee een investering is gemoeid van 118 miljoen euro.

Momenteel speelt de discussie in Friesland of het nieuwe museum (bouwkosten 36 miljoen) de totale collectie moet herbergen of alleen een soort kunsthal moet worden. In dat laatste geval zou de historische collectie in de oude panden blijven.

Voorzitter Rienk Wegener Sleeswijk van de Ottema Kingmastichting, een belangrijke bruikleengever van het museum, is voorstander van een apart historisch museum. Hij verzet zich tegen Van 't Veens visie om ,,via voorwerpen laagdrempelige verhalen te vertellen.'' ,,Wij zijn gericht op collectievorming.'' Wegener Sleeswijk moet niets hebben van de ,,effect-beluste show'' die Van 't Veen naar zijn smaak voor ogen heeft met het nieuwe museum. ,,De collectie verdwijnt in zo'n geval in de kast.'' Een historisch museum kan volgens hem in de bestaande panden komen.

De ongeveer 20.000 voorwerpen die aan het Fries Museum in bruikleen zijn gegeven, zijn juridisch eigendom van de stichting. Als die zal meeverhuizen naar de nieuwbouw, kan volgens Wegener Sleeswijk ,,een logische gedachte'' zijn dat de stichting geen voorwerpen meer aankoopt.

Maar Van 't Veen wil ,,vroeger en nu'' juist verbinden. ,,We willen interactie tussen collectieonderdelen. Friese geschiedenis krijgt betekenis in dingen van nu.'' Niet alleen heb je op twee locaties dubbele personeels-, overhead- en beveiligingskosten, Friesland zit volgens hem niet te wachten op ,,weer een historisch museum of een historisch depot erbij.'' ,,Een splitsing is de dood in de pot.'

Een legaat van 18 miljoen van wijlen architect Abe Bonnema maakt de bouw mogelijk. Als voorwaarde stelde Bonnema dat architect Hubert-Jan Henket het museum zou ontwerpen. Henket maakte een voorlopige schets. Medio volgend jaar moet het definitieve ontwerp op tafel liggen, waarna de schop in 2007 de grond in moet. Henket ontwierp een vierkante blokkendoos met een glazen voorgevel, die uitkijkt op en contrasteert met de gesloten ingang van het statige gerechtsgebouw aan de andere zijde van het grote plein.

,,Het moet een krachtig gebouw worden, maar niet al te uitgesproken, zodat het evenwicht op het plein niet wordt verstoord. Het nieuwe museum moet transparant, aantrekkelijk en uitnodigend zijn'', stelt Van 't Veen. Bij binnenkomst staat de bezoeker in een openbare museumhal met een museumcafé, een winkel en auditorium. In de hal voert een trap naar de diverse collecties boven. Over de transparante bovenverdieping zal een luifel komen, die zowel over het museumgebouw zelf als over de aangrenzende winkels, stegen en woningen zal hangen.

Het huidige Fries Museum aan de Turfmarkt is ondergebracht in de oude zestiende-eeuwse Kanselarij, het Van Eysingahuis en nog enkele monumentale panden. Hoewel het negen jaar geleden voor 20 miljoen gulden werd verbouwd, voldoet het niet, zegt Van 't Veen. ,,Het huidige gebouw is een harnas. We hebben geen grote tentoonstellingszaal, onze collectie zilver staat in de kelder en de entree is onooglijk.''

    • Karin de Mik