EU-maatregelen pakken duur uit

Europese maatregelen pakken vaak tientallen miljoenen euro's duurder uit dan door Nederlandse regering vooraf is geraamd. Bovendien slagen diverse departementen er onvoldoende in om de Tweede Kamer tijdig en goed onderbouwd te informeren over de (financiële) gevolgen van Brusselse maatregelen. De Tweede Kamer zelf is matig geinteresseerd in deze informatie.

Dit concludeert de Algemene Rekenkamer in het vandaag gepubliceerde onderzoek `Aandacht voor financiële gevolgen van Europees beleid'. Als voorbeelden van `verrassingsdossiers' noemt de Rekenkamer onder meer de Luchtkwaliteit-, Water-, Nitraat-, Arbeidstijden- en Habitat- en Vogelrichtlijnen van de Europese Unie. De meeste kwamen in de jaren negentig tot stand. Bij alle vier beloopt het verschil tussen de oorsponkelijke ramingen door Nederland en de uiteindelijke kosten van implementatie enkele tientallen miljoenen euro's, soms zelfs (bij de luchtkwaliteit) honderden miljoenen euro's.

Daarnaast wijst de Rekenkamer op hoge, meer indirecte kosten als gevolg van de implementatie van Europese richtlijnen, zoals de administratieve lastendruk voor onder meer het bedrijfsleven. De totale omvang van administratieve lasten wordt geschat op 16,4 miljard euro. Volgens het ministerie van Financiën is 40 procent daarvan het gevolg van Europees beleid.

In een reactie zegt het kabinet de zorgen van de Rekenkamer te delen. Het wijst er echter ook op dat juist de laatste jaren, in samenspraak met de Tweede Kamer, de informatievoorziening verbeterd is. Bovendien wijst het kabinet op de spanning tussen een snelle en goede informatievoorstrekking. Ook is Nederland afhankelijk van de – soms gebrekkige – informatie die de diverse ministeries van de Europese Commissie krijgen.

De Rekenkamer constateert dat een goede onderbouwing van de totale weergave van de financiële gevolgen nog steeds ontbreekt. Bovendien is de tijd die verstrijkt tussen de publicatie van een voorstel van de Europese Commissie en de datum van de brief van het kabinet hierover aan de Tweede Kamer, gemiddeld twee keer zo lang als de regering zich heeft voorgenomen.