Drie ministers onmachtig om trein te stoppen

Drie ministers van Verkeer verklaarden alles naar behoren te hebben gedaan. Mogelijke fouten bij de besluitvorming rondom Betuweroute en HSL zijn gemaakt door anderen.

De Betuweroute was voor ministers van Verkeer en Waterstaat ,,een open-zenuw erfenis''. Oud-minister Netelenbos (PvdA) liet het zich vanmorgen tijdens de verhoren voor de tijdelijke commissie infrastructuurprojecten (de commissie-Duivesteijn) bijna terloops ontvallen. Maar dat zij vier jaar lang geworsteld heeft met deze goederenspoorlijn was hiermee helder.

Gisteren en vandaag hoorde de commissie drie opeenvolgende minister van Verkeer & Waterstaat: CDA'er Hanja Maij-Weggen (1989-1994), VVD'er Annemarie Jorritsma (1994-1998) en PvdA'er Tineke Netelenbos (1998-2002). In die dertien jaar kwamen zowel de Betuweroute en de hogesnelheidslijn op de politieke agenda en werd begonnen met de bouw van beide grote projecten. Ook liepen onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van deze drie bewindslieden de kosten van beide projecten gigantisch op. Duivesteijn c.s hoopten door deze ministers aan de tand te voelen greep te krijgen op de besluitvorming, op de kostenoverschrijdingen en de wijzigingen die in de loop der jaren zijn aangebracht. Maar dat was lastiger dan verwacht.

De drie bewindslieden hadden allen in hun ogen sluitende verklaringen voor de gang van zaken onder hun bewind op het departement. De afgelopen weken kwam in de verhoren een groot aantal concrete aantijgingen naar voren voor de drie bewindslieden. Vooral Netelenbos kreeg veel kritiek, onder meer van oud-secretaris-generaal Sweder van Wijnbergen. Netelenbos zou de ICES, een ambtelijke commissie die over de economie gaat, hebben gepasseerd om de Betuweroute erdoor te drukken. Netelenbos ontkende dat ten stelligste. Ook Jorritsma kreeg kritiek. Maar ook zij hield staande nooit ingegerepen te hebben in de commissie-Hermans, die in 1995 op verzoek van het kabinet onderzoek deed naar de aanleg van de Betuweroute. Duidelijk werd dat in dat jaar de laatste mogelijkheid bestond om `nee' te zeggen tegen de Betuwelijn. Jorritsma: ,,Als de commissie toen had gezegd dat het niet kon, was de lijn er nooit gekomen.''. Hermans adviseerde anders.

Netelenbos trof op haar beurt in 1998 een `projectorganisatie' aan waarover binnen het departement een felle discussie was ontstaan. De departementale boekhouder had eerder al verklaard de financiële gang van zaken rondom de Betuweroute onacceptabel te vinden. Netelenbos heeft daarop ,,direct gehandeld'', zei ze. Dat dat handelen niet aan de Kamer gemeld is, komt omdat het departement ,,zeer hiërarchisch georganiseerd is''. De uitkomst van het `aanpakken', waarbij een risico voor vertraging van de aanleg van de route werd weggewerkt, is wel aan de Kamer gemeld. ,,Als je alles transparant maakt, stelt niemand zich meer kwetsbaar op. Ik ben voorzichtig geweest zodat niet de pleuris uitbrak op het departement'', zei Netelenbos.

Duivesteijn c.s. probeerden ook de vinger te krijgen achter het jarenlang in stand houden van een bedrag van 1,5 miljard gulden aan private financiering voor de Betuweroute. Maij zei dat wat haar betreft er nog steeds geen spa de grond in zou gaan als de financiering niet rond zou komen. ,,Ik vond de 7 miljard gulden die we hadden staan het maximum. 5,5 miljard voor de overheid, 1,5 miljard privaat'', zei ze. Dat haar opvolgster Jorritsma vervolgens begon met de aanleg zonder dat die private financiering geregeld was, daar kon Maij dan weer niks aan doen. Jorritsma zei daarentegen dat private financiering in zo'n vroeg stadium geen enkele zin zou hebben. De onzekerheden rond de aanleg waren zo groot dat financiers een hoog rendement zouden eisen. En vanmorgen tenslotte haalde Netelenbos hard uit naar Maij: ,,De 1,5 miljard gulden aan private financiering is uit de lucht gegegrepen, dat heeft Maij niet goed aangepakt'', zei Netelenbos. Ook oud-minister Roelf de Boer (LPF) werd bij zijn aantreden geconfronteerd met nieuwe tegenvallers op zijn begroting, die bij zijn voorganger Netelenbos nog niet officieel gemeld waren. Volgens Netelenbos omdat dat slechts `spanningen' waren en geen harde cijfers. Daarom ook had ze de Kamer er niet van op de hoogte gebracht. Ten onrechte, volgens de commissie, want in strijd met de procedureregeling grote projecten.

Commissie-voorzitter Duivesteijn werd er bijkans wanhopig van. ,,Het probleem is: wie kun je waar nou op aanspreken'', zei hij. ,,We horen hier drie ministers en die zeggen allemaal dat de fouten ergens anders liggen. Maar hoe krijgen wij de grote projecten nou beheersbaar?''