De hervormingsagenda

Terwijl zich een broos herstel van de Nederlandse economie aftekent, schetst het kabinet in de miljoenennota 2005 een somber beeld van de macro-economische ontwikkelingen in Nederland. Hier is na vier magere jaren reden toe, temeer omdat de prestaties van Nederland in vergelijking met die van andere Europese lidstaten onder de maat zijn gebleven. Het besef dat Nederland er niet florissant voorstaat, drong vorig jaar pas echt door. Dit viel samen met het aantreden van het tweede kabinet-Balkenende. Sindsdien is het kabinet begonnen om achterstallig onderhoud aan de financiële en sociaal-economische structuur te verrichten en, waar nodig, reparaties aan te kondigen. Uit het ongemak dat dit heeft opgeroepen, blijkt dat het geen eenvoudige taak zal zijn deze hervormingsagenda in de resterende jaren uit te voeren.

In overeenstemming met de Europese afspraken over het begrotingsbeleid wil het kabinet de overheidsfinanciën saneren. Dat is juist, maar niet gemakkelijk omdat er zoveel minder te verdelen valt. Daarom wil men tegelijkertijd de economische groei bevorderen door de deelname aan het arbeidsproces te verruimen, de productiviteit van de arbeid te vergroten en de kosten van arbeid te verlagen. Deze drieslag, samengevat in de `groeistrategie' van het kabinet, vertaalt zich in talrijke maatregelen om de arrangementen van de sociale zekerheid, het pensioenstelsel en de gezondheidszorg te herzien, en om de concurrentiepositie van het in Nederland gevestigde bedrijfsleven te verbeteren. Juist door de sterke stijgingen van de loonkosten is Nederland op het ogenblik een achterblijver in de Europese Unie en profiteert 's lands economie met zoveel vertraging van de sterke groei van de wereldhandel.

Een andere oorzaak van de malaise is het gedaalde consumentenvertrouwen. Door de oplopende werkloosheid, verminderd besteedbaar inkomen en de onzekerheid over toekomstige pensioenvoorzieningen hebben burgers hun consumptieve uitgaven teruggeschroefd en hun besparingen vergroot. De sombere verwachtingen zoals die tot uitdrukking komen in de miljoenennota, versterken onbedoeld het negatieve sentiment. Het is psychologie, maar sommige bewindslieden mogen wel wat meer vertrouwen in het herstel uitstralen. Ook de confrontaties van het kabinet met de vakbeweging hebben niet bijgedragen aan een herstel van het economische klimaat. Het kabinet zal ervoor moeten zorgen dat er een breed draagvlak voor hervormingen bestaat. De Nederlandse economie kan zich een totale vervreemding van de vakbeweging domweg niet veroorloven.

Een kabinet bestrijkt normaal gesproken een periode van vier jaar. In deze politieke cyclus bestaan de eerste jaren uit pijnlijke maatregelen om de tekortkomingen uit het verleden te herstellen en kunnen de vruchten hiervan in de laatste jaren geplukt worden. Langetermijnontwikkelingen in de samenleving houden zich hier niet aan. Nederland staat, evenals de rest van de EU, aan de vooravond van de pensionering van de `geboortegolf', de kinderen die in de jaren na de Tweede Wereldoorlog geboren werden. Deze demografische zekerheid vormt de basis voor de hervormingsagenda van het kabinet. Een aantrekkende economische groei is het beste scenario om de collectieve stelsels te hervormen. De signalen van herstel zijn daarom minstens zo belangrijk als de boodschap van het kabinet.