China kan rempedaal groei niet vinden

Peking wil de onstuimige economische groei naar rustiger vaarwater leiden. Dat gaat niet makkelijk.

Als China de hoge economische groei (9,7 procent over het eerste halfjaar) niet weet af te remmen, dan zullen de wegen verstopt raken, het tekort aan energie zal onbeheersbare vormen aannemen, er zullen te veel fabrieken, huizen, winkelcentra en kantoren worden gebouwd, en uiteindelijk zal China's economische motor vastdraaien.

Dat is het angstbeeld van de Chinese premier Wen Jiabao, en daarom meldde hij dit voorjaar dat hij China's stormachtige economische groei wil afremmen. Maar dan liefst niet al te hevig, want als de groei zakt onder de 7 procent per jaar, dan komen er onvoldoende nieuwe banen bij om de vele nieuwe betreders van de arbeidsmarkt aan werk te helpen. En als de werkloosheid te hoog oploopt, dan is er meer kans op sociale onrust.

Wen vergeleek zichzelf tijdens een diner met vierhonderd Britse zakenlieden in mei met de bestuurder van een te hard rijdende wagen, die probeert een noodstop te voorkomen. ,,We kunnen niet te hard op de rem trappen, we moeten het zachtjes doen'', aldus Wen.

Interessant daarbij is dat de Chinese centrale bank er nog steeds niet toe is overgegaan de rentetarieven te verhogen, in andere landen toch een beproefde methode om de economische groei naar beneden toe bij te stellen. In plaats daarvan heeft Wen de banken opgeroepen om de bestaande regels omtrent het verstrekken van leningen strenger toe te passen en minder kredieten te verstrekken, hij heeft maatregelen genomen om overinvestering in oververhitte sectoren tegen te gaan, ook land mag minder makkelijk worden uitgegeven voor bebouwing en de banken zijn verplicht om een groter percentage van hun geld in reserve te houden.

Reden om de rente niet te verhogen, is dat die maatregel waarschijnlijk niet het gewenste effect zou hebben. China wordt nog maar zeer gedeeltelijk geregeerd door de wetten van de vrije (geld-)markt. Kredieten komen vooral terecht bij staatsbedrijven en bij instanties die aan de overheid verwant zijn. Die groepen laten zich bij het aanvragen van leningen niet weerhouden door hogere rentetarieven, want zij voelen zich niet persoonlijk aansprakelijk voor terugbetaling van de leningen. De banken hebben ook vrijwel geen middelen om hun geld terug te vorderen; zij blijven keer op keer zitten met een forse hoeveelheid slechte leningen.

Dat dat nog steeds goed gaat, heeft te maken met de grote hoeveelheid spaargeld die de burgers uit angst voor een onzekere toekomst bij de banken inleggen. Een renteverhoging zou betekenen dat China's consumenten hun spaargeld in nog grotere hoeveelheden naar de bank gaan brengen, terwijl de consumentenuitgaven toch al zwak zijn. De recente hoge inflatie van ruim 5 procent heeft meer te maken met de hogere prijzen die China op de wereldmarkt moet betalen voor grondstoffen als olie en metalen en met duurdere landbouwproducten dan met een sterk gegroeide consumentenvraag.

Premier Wen probeert vooral via interne druk vanuit de partij, via het uitgeven van richtlijnen en het houden van studiebijeenkomsten de lokale overheden ertoe te bewegen minder te lenen en minder leningen goed te keuren.

Voor de lokale overheden is dat een weinig aantrekkelijke optie. Met het geleende geld kun je namelijk de arbeiders in noodlijdende staatsfabrieken langer aan het werk houden, en zo voorkom je bijvoorbeeld dat ontslagen arbeiders stenen door de ruiten van je plaatselijke overheidsgebouw gaan gooien. Of je kunt er investeringen mee doen in de infrastructuur, en juist bij de aanleg van wegen en gebouwen worden er onder tafel aantrekkelijke sommen geld betaald aan de ambtenaren die aan dergelijke projecten hun goedkeuring verlenen. Bovendien: welke functionaris wil er nu niet bekendstaan als degene die de regio tot bloei heeft gebracht, een bloei die voor iedereen zichtbaar is in de vele nieuwe wegen en gebouwen?

Het zijn dit soort zaken waarnaar Wen verwees toen hij het eerder deze week tijdens een bijeenkomst van het Chinese kabinet had over de `ongezonde systemen en mechanismen' die moeten worden doorbroken om een evenwichtige economische groei mogelijk te maken. Er moet meer geld naar de boeren en minder naar de steden.

Grote vraag is of Wen met zijn beperkte maatregelen in staat zal zijn om de economie op de langere termijn voldoende af te remmen. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) uitte eind vorige maand in een rapport zijn twijfels aan de effectiviteit van wat eerder politieke decreten dan economische maatregelen zijn. ,,Als de impact van de bestuurlijke maatregelen afneemt, dan is het mogelijk dat de kredietgroei weer toeneemt'', aldus het rapport.

De Engelstalige krant China Daily, vooral een spreekbuis van de overheid, meldde op 11 september dat de industriële productie in augustus weer iets was toegenomen. De krant duidde dat als een teken dat het afkoelende effect van de overheidsmaatregelen op de economie alweer begint af te nemen.

China's economie lijkt al met al moeilijk geleidelijk af te remmen, en het wordt nu interessant om te zien wat Wen verder nog voor maatregelen kan bedenken om te zorgen dat hij de controle over het stuur niet verliest.

    • Garrie van Pinxteren