`Chaos levert OPEC miljarden aan petrodollars op'

Olie is hot. De hoge prijzen duiden op een krappe markt. Toch zijn de meningen verdeeld. Gisteren was de OPEC aan het woord. Aan haar lag het niet.

,,De markt is ruim voorzien.''

En weer zal de komende 24 uur de wereld 82 miljoen vaten olie verstoken, 13 miljard liter, het equivalent van 2.500 olympische zwembaden vol ruwe olie. Elke dag opnieuw, almaar meer zwembaden.

De Verenigde Staten – met een kwart van die verstookte olie veruit de grootste slokop – raken door hun olievoorraden heen. Venezuela, Nigeria en Irak zijn onbetrouwbare leveranciers geworden. Rusland heeft met de aangerichte chaos rondom olieconcern Yukos zijn reputatie geschaad. China groeit zo hard dat het eenderde van de mondiale groei van de olieconsumptie bepaalt. De Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) zit met haar productie aan haar top. Hou er maar rekening mee dat de olieprijs zal exploderen naar 100 dollar per vat.

Het is allemaal op internet te lezen. Feiten en fictie. Doemdenkersscenario's zijn tegenwoordig op internet ruim voorhanden. Doemdenkers krijgen makkelijk aandacht als de olieprijzen hoog staan. Want onzekerheid, zo niet verwarring heerst op de oliemarkten, de heftige prijsschommelingen weerspiegelen dat. Verwarring waaraan gevestigde instellingen bijdragen, omdat ze elkaar tegenspreken.

Er is momenteel genoeg olie, zegt in zijn jongste olierapport het Internationale Energie Agentschap (IEA), dat niet gelooft dat de olieprijzen nog lang boven de 40 dollar per vat zullen staan. Er is niet genoeg olie, zegt in zijn jongste olierapport het Amerikaanse ministerie van Energie, dat gelooft dat de olieprijzen zeker tot zomer volgend jaar boven de 40 dollar per vat blijven staan. De markt is krap, en kan nog krapper worden, zegt het OPEC-kritische Centre for Global Energy Studies (CGES) op zijn website. ,,De markt is ruim voorzien'', zei gisteren Purnomo Yusgiantoro, de Indonesische olieminister en tevens secretaris-generaal van de OPEC.

Zou het de regie, zou het de markten helpen als buitenlandse investeerders tot de OPEC toegang zouden krijgen, tenslotte beschikt het oliekartel naar eigen zeggen over driekwart van de bewezen reserves in de wereld? Zolang OPEC-landen door ,,olienationalisme'' worden geleid, zal dat niet gebeuren, zegt de econoom Leo Drollas, werkzaam bij het CGES, telefonisch vanuit Londen. ,,Het is droevig, het is een rotzooi, maar vergis je niet, ze genieten ervan, want de dure olie levert hun miljarden aan extra petrodollars op.''

Feit bij alle verwarring is dat niemand de sterke vraag naar olie heeft voorzien, ook de doemdenkers niet. Het IEA zat, zo geeft het toe, er begin dit jaar met 2,56 miljoen vaten per dag behoorlijk naast. Feit is ook dat de OPEC de prijzen niet langer kan beïnvloeden. Het oliekartel produceert naar eigen zeggen bijna 2 miljoen vaten per dag méér dan zijn eigen productieplafond tot gisteren toestond (niemand die het juiste aantal weet). Saoedi-Arabië, het veruit grootste en bovendien enige OPEC-land met substantiële reservecapaciteit, zou nog eens 0,6 tot 0,8 miljoen vaten per dag extra willen produceren. De Saoedische olieminister haalde met zijn aanbod – niet toevallig aan de vooravond van de OPEC-vergadering in Wenen – de wereldpers.

Het aanbod slaat op sour crude, zware olie, en de mondiale vraag is juist vooral gericht op sweet crude, lichte olie. Op zware, zwavelhoudende olie geeft Saoedi-Arabië, tot ergernis van Iran dat haast uitsluitend zware olie produceert, al forse kortingen om die olie maar te kunnen slijten.

,,Er is te veel zware olie op de markt'', zegt William R. Edwards, olieanalist uit Texas, een van de vele analisten die gisteren rond de OPEC-bijeenkomst zwermden. Dus reageerden de oliemarkten niet op het Saoedische gebaar, en vervolgden de olieprijzen de weg omhoog. ,,Het is een loos gebaar'', bevestigt Drollas.

Diens Londense instituut – in 1990 opgericht door sheik Yamani, die tot zijn ontslag jarenlang olieminister van het Saoedische koninkrijk was en sindsdien de luis in de pels van de OPEC is – verwijt het kartel dat het sinds 2000 niet meer in nieuwe capaciteit heeft geïnvesteerd. Sterker: de OPEC beging de blunder om na 11 september 2001 de productie in te krimpen, uit paniek, zegt Drollas, om te laat, pas dit jaar, de productie op te voeren. De OPEC was doodsbenauwd dat de situatie van 1998 zich zou herhalen. De Azië-crisis was toen uitgebroken en de OPEC voerde de productie op (voor analisten nog aldoor een ondoorgrondelijk raadsel), waarop de prijzen kelderden naar 10 dollar. ,,Maar de situatie was in geen enkel opzicht met 1998 vergelijkbaar. Azië boomt'', zegt Drollas.

Wie ook blundert is volgens olieanalisten de Amerikaanse regering. Terwijl de olieprijzen al hoog stonden, kocht zij voortdurend olie in om de strategische reserves aan te vullen. Olie uit commerciële reserves werd daartoe overgeheveld; van het ene vat in het andere vat, schampert Drollas. Dat heeft de olieprijs verder opgestuwd, zegt hij. ,,Als ik begin dit jaar als uitgangspunt neem zeker structureel met 2 dollar per vat, en dat is niet weinig.'' Met als gevolg dat de commerciële olievoorraden sinds jaren niet zo klein zijn geweest (Drollas: ,,De OESO kan nog 50 dagen vooruit, inclusief overheden 70 dagen.''). Wat – naast uiteraard het beroep op de voorraden door de onverwachts grote vraag en het slechte aanbod – de prijzen nog eens extra opstuwt.

Zou de Amerikaanse regering de strategische olievoorraden moeten aanspreken? Een Amerikaanse analist uit Louisiana (,,Ik kom naar elke OPEC-bijeenkomst'') wil er niets van weten. Alleen als er oorlog is, klinkt het vastberaden. Het is toch oorlog? ,,Dit is anders, dit is een oorlog tegen een onzichtbare vijand.''

En de speculanten, wie de OPEC bij hoge prijzen altijd de schuld in de schoenen schuift? Gisteren opnieuw. Volgens het IEA was er bij de jongste prijspiek in augustus, toen WTI bijna 50 dollar per vat bereikte, juist minder speculatie dan bij de vorige piek van begin dit jaar. Daar zit een kern van waarheid in, zegt Drollas, hoe lastig het overigens ook is om speculatie precies te meten. Maar daar staat tegenover dat andere partijen, zoals luchtvaartmaatschappijen, actief op de markt zijn geworden. Verontrustend kleine voorraden zijn, tenminste voor de korte termijn, de belangrijkste prijsopdrijvers, gevolgd door de dynamiek op de termijnmarkten, meent hij.

Voor de OPEC is de wereld simpeler, zeker als dertien tv-camera's het wereldbeeld registreren. De fundamentals zijn gezond, verzekerde gisteren de secretaris-generaal, want wereldwijd is er een overaanbod van 2,5 miljoen olievaten per dag. Aan de OPEC lag het dus niet. De non-fundamentals voegen 10 tot 15 dollar aan de prijs toe, legde hij uit. Kan de OPEC niet helpen. ,,Op non-fundamentals als speculatie, geopolitieke spanningen, orkanen in de Golf van Mexico, heeft de OPEC geen controle.''