Veel jongeren geen diploma na onderwijs

Nederlanders in de leeftijd van 25 tot 34 jaar zijn minder goed opgeleid dan hun leeftijdgenoten in andere Europese landen. Dat komt doordat in ons land meer jongeren zonder diploma het onderwijs verlaten.

Het aantal jongeren tussen de 20 en 24 jaar dat geen onderwijs meer volgt en geen diploma heeft, is in Nederland een van de hoogste in de Europese Unie. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van de Organisatie voor economische samenwerking in Europa (Oeso) naar onderwijs in Europa. Minister Van der Hoeven (Onderwijs) heeft het onderzoek gisteren naar de Tweede Kamer gestuurd. De minister geeft in haar brief aan dat ze het aantal voortijdige schoolverlaters in 2010 wil hebben gehalveerd.

Uit het Oeso-rapport blijkt ook dat het aantal jongeren dat nog onderwijs volgt als ze niet meer leerplichtig zijn, in Nederland sneller afneemt dan in de omringende buurlanden. Wel wordt het Nederlands onderwijs intensief bezocht. Dertien jaar lang gaat ongeveer 90 procent van de jeugd naar school. Een Nederlands kind krijgt naar verwachting vanaf het vijfde jaar ongeveer 17 jaar lang onderwijs. Dat komt overeen met het EU-gemiddelde.

Nederland heeft nog altijd het hoogste aandeel hoger opgeleiden, al blijft de groei in deze sector achter bij die in omringende landen. In technische en exacte studies heeft Nederland betrekkelijk weinig afgestudeerden. Wat betreft het aantal vrouwen dat voor deze richtingen kiest, ligt Nederland internationaal gezien op achterstand. Voor buitenlandse studenten lijkt Nederland niet echt aantrekkelijk. Hun aandeel in de studentenpopulatie is beduidend lager dan in de buurlanden.

In eerdere Oeso-rapporten bleef Nederland altijd achter als het ging om het het aandeel van het bruto binnenlands product (bbp) dat naar onderwijs gaat. Deze achterstand is Nederland aan het inlopen, maar met 4,9 procent van het bbp blijft Nederland nog altijd onder het EU-gemiddelde. Ook vergeleken met omringende landen blijft Nederland nog achter – in die landen wordt meer dan 5 procent van het bbp aan onderwijs besteed.

Op basisscholen en de onderbouw van de middelbare scholen krijgen leerlingen relatief veel lesuren. Ongeveer de helft van de lestijd wordt besteed aan de basisvakken lezen, schrijven en rekenen. Het salaris van leraren op basis- en middelbare scholen ligt iets boven het EU-gemiddelde. Nederlandse middelbare scholen vallen internationaal gezien op vanwege hun relatief grote beslissingsbevoegdheid.