NMa weet van prijsafspraken bij bouw HSL

De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) beschikt bij haar onderzoek naar bouwfraude bij de hogesnelheidslijn en de Betuweroute over verslagen van vergaderingen van de zes grootste bouwondernemingen van Nederland. Uit die notulen, uit 1997, blijkt dat de zogenoemde WO-6 (de zes grote bouwbedrijven) prijsafspraken hebben gemaakt. Dat zei Kamerlid Vos (GroenLinks) vanmorgen bij de verhoren van de tijdelijke commissie infrastructuurprojecten. De commissie-Duivesteijn onderzoekt de besluitvorming over de Betuweroute en de hogesnelheidslijn (HSL). Vos was twee jaar geleden voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie Bouwnijverheid, waarin ook de huidige commissievoorzitter Duivesteijn zitting had.

Volgens Vos was het ,,glashelder'' dat de WO-6 (Ballast Nedam, HBG, Heijmans, KWS, Vermeer en BAM/NBM) afspraken hadden gemaakt over ,,werkverdeling, omzet, geld''. Dat gebeurde aan de hand van zogenoemde schaduwboekhoudingen. Ook haar enquêtecommissie beschikte reeds over notulen van verboden overleg, onder meer uit de jaren 1999 tot 2001, waaruit die afspraken bleken. Maar de commissie hield zich bewust op de vlakte over mogelijke fraude bij de Betuweroute en de HSL omdat de NMa een eigen onderzoek deed.

De HSL-Zuid werd in 1999 aanbesteed. De overheid vermoedde toen al verboden prijsafspraken, maar voerde toch geheime onderhandelingen met de aannemers over de aanbesteding. Wel werd aan de NMa gemeld dat er een vermoeden van prijsafspraken bestond. Volgens onafhankelijk onderzoeker Pheiffer van de commissie-Duivesteijn is die melding ,,niet echt nadrukkelijk gedaan''. Het was volgens hem meer bedoeld om niet achteraf het verwijt te kunnen krijgen het vermoeden van vooroverleg niet gemeld te hebben.

Onderzoeker Pheiffer was kritisch over de aanbesteding, hij noemde die weinig realistisch. Volgens hem werd er ten onrechte rekening gehouden met een gezonde marktwerking. Projectdirecteur Korf van de HSL erkende vanmiddag dat er van marktwerking geen sprake was bij de aanbesteding.

Ook NMa-directeur Kalbfleisch zei dat de onderhandelingen tussen de staat en aannemers ,,niet de schoonheidsprijs verdienden om de marktwerking te bevorderen''. Kalbfleisch wilde niets zeggen over het onderzoek. De NMa denkt over drie of vier weken het rapport klaar te hebben over de Betuweroute en de HSL-Zuid. Vorige week lekte uit dat de NMa na een vooronderzoek voldoende aanleiding ziet de bouwers boetes op te leggen.

Pheiffer sprak zijn zorg uit over de clementieregelng, waarbij bouwers tot 1 mei 2004 de tijd kregen zelf aanvullende informatie over prijsafspraken aan de NMa te leveren. Volgens hem is de clementie niet bedoeld als schikking, maar een ,,instrument om kartels van binnen uit neer te halen.'' Er zijn bij de NMa 473 verzoeken om clementie ingediend.