`Nederland moet weer windmolens bouwen'

Minister Brinkhorst wil dat Nederland weer parken met windmolens gaat bouwen. Critici noemen de energieopbrengst van wind ,,pietluttig''.

Windmolenparken van duizenden megawatts moeten de komende jaren in de Noordzee verrijzen. Minister Brinkhorst (Economische Zaken) en staatssecretaris Schultz van Haegen (Verkeer en Waterstaat) willen dat het kabinet het tijdelijke verbod op nieuwe windmolenparken zo snel mogelijk opheft.

Windmolens worden efficiënter en krachtiger. Hadden de eerste exemplaren uit de jaren tachtig een vermogen van nog geen 100 kilowatt, de nieuwste windmolens hebben een vermogen van vier megawatt, genoeg voor de elektriciteitsbehoefte van zo'n 4.000 huishoudens. Het is de bedoeling dat in 2010 9 procent van de landelijke elektriciteitsbehoefte door windenergie wordt opgewekt (nu nog zo'n 3 procent).

Niet iedereen is overtuigd van de zegeningen van de `witte stroom'. Hans Halkema, Delfts ingenieur en deskundige in energietechniek, veegt geregeld de vloer aan met de argumenten die de voorstanders van windenergie aanvoeren. ,,Zinloos en lelijk, in die volgorde'', is zijn oordeel over windmolens. Zinloos vindt Halkema de windmolens, omdat ,,wind absoluut ongeschikt is'' om energie op te wekken. ,,Wind is bewegende lucht'', zegt Halkema, ,,en heeft daardoor de laagst denkbare massa. Bovendien is de snelheid pietluttig. De energie die met waterkracht kan worden opgewekt is bij wind totaal ondenkbaar. En door de lage windsnelheden wordt een groot aantal dagen per jaar nauwelijks of geen stroom opgewekt.''

De onzekere beschikbaarheid die inherent is aan windenergie heeft als consequentie dat er altijd reservecapaciteit nodig is. Als het niet hard genoeg waait, moet een centrale het werk overnemen van de windmolens, en dat kost geld. De precieze hoogte van deze `onbalanskosten' zijn onderwerp van discussie onder energiedeskundigen, maar in een rapport van Energieonderzoekscentrum Nederland (ECN) uit 2003 worden ze geschat op 0,6 cent per kilowattuur op een gemiddelde opwekkingskosten van ongeveer 9 cent.

Ook afgezien van die toeslag is windenergie nog altijd veel duurder dan stroom uit centrales. Om de prijs van windenergie voor consumenten gelijk te brengen met die van grijze stroom, legt de overheid op elk kilowattuur 5 cent subsidie toe, via de zogeheten MEP-regeling (Milieukwaliteit Energieproductie). Voor windmolenparken op zee is de subsidie nog hoger: bijna 7 cent per kilowattuur.

De zee lijkt een geschikte plaats om windmolenparken te bouwen. Het waait er vaker en harder dan op land, er is meer ruimte beschikbaar, en mits ver genoeg uit de kust gebouwd, bederven ze niet het uitzicht. Maar er zijn ook serieuze nadelen. De omstandigheden zijn er ruiger. Reparaties zijn moeilijker te realiseren dan aan land, als de zee te ruw is. Defecte windmolens blijven daardoor langer buiten bedrijf zijn dan op het land.

Bovendien is de aanleg veel duurder. ,,Het is een harde leerschool'', zegt Gijs van Kuik, hoogleraar windenergie in Delft. Ingenieurs werken nu aan de ontwikkeling van ventilatoren die bestand zijn tegen het zoute zeewater. En voor de relatief slechte toegankelijkheid zijn ook oplossingen in de maak, zegt Van Kuik. Zo worden er extra zware vaartuigen gebouwd die werken met stevige golfslag mogelijk maken.

Van Kuik is er vast van overtuigd dat de hardere wind op zee de hogere investeringen dekt, ondanks de hogere MEP-subsidie. Bert Janssen, verbonden aan het onderzoekscentrum ECN in Petten, gelooft dat windenergie op zee duurder zal blijven. ,,Als de windsnelheid op land zeven meter per seconde is, is hij op zee negen meter per seconde. Het verschil is te klein.''

Uiterlijk in 2020 zal windenergie volgens hem concurrerend zijn. Niettemin is Bert Janssen een voorstander van windenergie en, opmerkelijk genoeg, ook van kernenergie. ,,We kunnen het ons niet veroorloven om energiebronnen niet te gebruiken. De fossiele brandstoffen raken op, China zal over 20 jaar evenveel energie gebruiken als de VS. We moeten alle bronnen gebruiken.''

    • Arnoud Veilbrief