Mr. Euro

Sinds het weekeinde kunnen twee personen in de Europese Unie aanspraak maken op de titel Mr. Euro. Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse premier en minister van Financiën, is door zijn collega-ministers van Financiën voor een periode van twee jaar benoemd tot voorzitter van de eurogroep. De eurogroep omvat de twaalf lidstaten van de EU met de euro als munt. Als zodanig zal Juncker het politieke `gezicht' zijn van de eurolanden, de discussies over het financieel-economische beleid coördineren en namens deze landen het woord voeren in internationale gremia. Hiermee komt een einde aan de gewoonte van het roulerende voorzitterschap van de eurogroep waardoor een telkens wisselende minister van Financiën de eurolanden vertegenwoordigt. De andere Mr. Euro bestaat al langer en is de president van de Europese Centrale Bank in Frankfurt. Jean-Claude Trichet, die vorig jaar Wim Duisenberg is opgevolgd, is het monetaire gezicht van de euro en als zodanig verantwoordelijk voor de stabiliteit van de munt.

Toen de euro vijf jaar geleden met de koppeling van de wisselkoersen van de deelnemende landen werd ingevoerd, bestond er breed verzet tegen de aanwijzing van een coördinerend politicus voor de euro. De centrale bankiers, beducht dat hun onafhankelijkheid zou worden aangetast, wilden er niet aan en de ministers van Financiën van landen – waaronder Nederland – die hun autonomie op begrotingsgebied koesterden, evenmin. Er diende niet de indruk te worden gewekt dat de ,,coördinatie van het economische beleid'', zoals dit in het Verdrag van Maastricht stond, handen en voeten zou krijgen. Maar in de twee jaar na de fysieke invoering van de bankbiljetten en munten zijn de eurolanden steeds nauwer met elkaar gaan samenwerken. In het kader van het Stabiliteitspact dat regels stelt voor de omvang van begrotingstekorten, voeren de ministers van Financiën intensieve gesprekken over elkaars begrotingsbeleid en onderhandelen ze over de mate van flexibiliteit bij de toepassing van de regels. Het inzicht is gegroeid dat een muntunie niet alleen een gemeenschappelijk monetair beleid nodig heeft, maar ook afstemming van het macro-economische en financiële beleid.

Het eurogebied is een monetaire unie zonder begrotingsunie. Overheidsuitgaven en belastingheffing blijven het prerogatief van de lidstaten. Eén gemeenschappelijk Europees macro-economisch beleid zal er niet komen, maar onderlinge afstemming is wel degelijk gewenst omdat het begrotingsbeleid van het ene land dat van de overige eurolanden in positieve of negatieve zin kan beïnvloeden. Bovendien kan een vaste voorzitter van de eurogroep een bijdrage leveren om het politieke beleid te coördineren met het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank. Sinds zijn invoering heeft de Europese munt monetaire stabiliteit gebracht, een harde wisselkoers ten opzichte van de dollar, lage inflatie, gebruikersgemak over de grenzen en een verruiming van de onderlinge handel tussen de eurolanden. De benoeming van Juncker tot tweejarige Mr. Euro is niet het begin van de vorming van een Europese financieel-economische regering. Maar wel een teken van het succes van de euro.