Kokkelvissers krijgen nu nee van Raad van State

De mechanische kokkelvisserij mag niet meer uitvaren. De Raad van State wees gisteren een verzoek van de kokkelvissers af om de schorsende werking op te heffen van het bezwaar van de natuurorganisaties tegen hun jaarlijkse vergunning. De Raad van State oordeelt dat ,,niet buiten twijfel'' is dat vergunning terecht is verleend, omdat er redelijke wetenschappelijke twijfel bestaat over de schadelijke gevolgen voor het ecosysteem. In voorgaande jaren verwierp de Raad van State het bezwaar van de natuurorganisaties.

De Raad van State verwijst in zijn uitspraak naar een recent arrest van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. Mechanische kokkelvisserij moet volgens dit arrest niet worden beschouwd als bestaand gebruik, maar als een jaarlijks terugkerend project waarvan moet worden vastgesteld dat het geen schadelijke effecten heeft op de natuur. Die schadelijke effecten kunnen niet worden uitgesloten, stelt de Raad van State. Er zijn aanwijzingen dat het mechanisch kokkelen, waarbij de kokkels uit de wadbodem worden gezogen, op de middellange en langere termijn leidt tot een slibarmere bodem, waardoor er minder bodemfauna ontstaat.

Minister Veerman (LNV) moet nu een nieuwe beslissing nemen over de vergunning, waarbij hij rekening zal houden met de uitspraak van de Raad van State en met het arrest van het Europees Hof. Als de bewindsman besluit de vergunning alsnog te verlenen, dan zal door beroepsmogelijkheden en schorsingsverzoeken zoveel tijd zijn gemoeid, dat de kokkelvissers wellicht pas in december kunnen gaan vissen. De vergunning loopt echter half december af.

Niet vissen betekent dat de kokkelvissers een toegestane oogst van acht miljoen kilo kokkelvees mislopen met een totale waarde van twintig tot dertig miljoen euro. De kokkelvissers kregen van minister Veerman dit jaar voor het laatst een vergunning. Het kabinet wil de mechanische kokkelvisserij vanaf komend jaar verbieden. Het handmatig verzamelen van kokkels blijft toegestaan. Hiertegen hebben natuurorganisaties nooit bezwaar gemaakt.