Kamer heeft genoeg van incidenten op OCW

Minister Van der Hoeven verantwoordde zich gisteren in de Kamer voor de excessieve beloningen van haar ambtenaren. Moreel verwerpen deed zij deze beloningen niet.

Beschamend en beschadigend. Zo typeerde SGP-fractievoorzitter Van der Vlies het gedrag van topambtenaren van het ministerie van OCW tijdens een spoeddebat dat gisteren plaatsvond in de Tweede Kamer.

Andere partijen toonden zich even kritisch over de zichzelf al lange tijd bevoordelende topambtenaren van Onderwijs, en over hun politieke baas die daar de afgelopen twee jaar geen einde aan heeft gemaakt. Drie vorige week gepubliceerde onderzoeken legden tot medio 2004 tal van onrechtmatigheden bloot in de beloning van de ambtenaren: ongemotiveerde salarissen, automatische bonussen, te riante vertrekregelingen. Niet voor het eerst zag minister Van der Hoeven zich gedwongen om zich in de Kamer te verantwoorden voor misstanden op haar ministerie. Opnieuw liep ze enige schade op, en opnieuw kwam ze met de schrik vrij.

Tot een motie van wantrouwen tegen Van der Hoeven kwam het niet, maar die ligt klaar voor de volgende keer, waarschuwde de PvdA. In een mede door LPF, SP en GroenLinks ondertekende motie stelt de PvdA dat zich ,,in haar ambtstermijn geen nieuwe incidenten meer mogen voordoen''. In een door alle partijen ondertekende motie van het CDA vraagt de Kamer om bij onjuiste beloningen over te gaan tot terugvordering van salaris, bonus of vertrekregeling en om in zulke gevallen disciplinaire maatregelen op te leggen.

Zelf had de minister al een stap verder gezet. Naast alle aangekondigde aanscherpingen van de controleprocedures heeft zij de landsadvocaat gevraagd om te adviseren over de mogelijkheid van eventuele strafrechtelijke vervolging. Ze liet weten dat in een aantal gevallen, inzake een verhuisregeling, representatiekosten en een mobiliteitstoeslag, al geld is teruggevorderd.

Van der Hoeven benadrukte dat veel herstelmaatregelen al in gang zijn gezet voor mei dit jaar, toen de ambtelijke top van OCW in een anomieme brief van lagere ambtenaren aan de Kamer werd beticht van graaien en zelfverrijking.

Werkelijk overtuigen kon Van der Hoeven de Kamer echter niet. Daarvoor was haar verdediging te ,,technocratisch'' (D66), te ,,boekhoudkundig'' (LPF) en te ,,genuanceerd'' (ChristenUnie). Kamerlid M. Hamer (PvdA) concludeerde dat het niet het verantwoordingsdebat was geworden dat het had moeten zijn.

Volgens N. Azough (GroenLinks) had Van der Hoeven laten zien dat ze politiek handig is, maar geen goed bestuurder. Zij verweet de minister niet ronduit te willen zeggen dat ze haar handen in het vuur steekt voor haar ambtelijke top. Van der Hoeven: ,,Ik ben redelijk hittebestendig.'' Azough: ,,Dat spreekt niet in uw voordeel.''

Wat bijna alle partijen van de minister wilden horen, was morele verontwaardiging over de royale beloningen. M. Kraneveldt (LPF): ,,U krijgt niet uit uw strot dat het moreel verwerpelijk is.'' Van der Hoeven: ,,Op suggestieve opmerkingen ga ik niet in, ik houd me bij de feiten.'' De minister beperkte zich tijdens het debat over de beloningscultuur tot het aandragen van beleidsmatige oplossingen. In haar streven om termen als zelfverrijking te vermijden, sprak Van der Hoeven over ,,regels die op een aantal punten geoptimaliseerd zijn nageleefd''.

Duidelijker was de minister in haar veroordeling van het interview dat secretaris-generaal K. van der Steenhoven, belast met het uitvoeren van een cultuuromslag bij OCW, vorige week gaf aan het radioprogramma Met het oog op morgen. Tot verbijstering van de Kamer zei Van der Steenhoven in dat interview dat hij niet van plan is om vanaf nu de vigerende beloningsregels altijd toe te passen. De regels worden onverkort toegepast en daar denken minister en secretaris-generaal hetzelfde over, aldus Van der Hoeven.

Waren zijn woorden dan niet zeer ongelukkig gekozen, wilde Kamerlid Slob (CU) weten. Van der Hoeven: ,,Ja, die woorden waren ongelukkig. Dat hebben de heer Van der Steenhoven en ik uitgebreid met elkaar gewisseld.''

Wat Van der Steenhoven, overigens aanwezig bij het debat, volgens de minister had willen overbrengen, is dat veel van de nu aan het licht gekomen misstanden voortkomen uit de ongelijke beloningsstructuur bij de verschillende departementen. Overstappende topambtenaren moeten daardoor soms op `creatieve' wijze worden gecompenseerd.

Het kabinet streeft naar een eenduidige beleidslijn voor de hele rijksdienst, kondigde Van der Hoeven aan. Het loongebouw van dertien departementen wordt op dit moment onderzocht. Voor het einde van dit jaar presenteert de Algemene Rekenkamer een review van al die onderzoeken.

    • Mark Duursma