Jaarlijks sterven 529.000 vrouwen in het kraambed

De wereldbevolkingsconferentie van 1994 in Kairo had ,,de potentie om de wereld te veranderen''. Wat is er terechtgekomen van de mooie plannen van destijds?

Zesennegentig procent van 151 ontwikkelingslanden zegt dat ze bevolkingspolitiek in het ontwikkelingsbeleid heeft geïntegreerd. Negenennegentig procent van die landen claimt maatregelen te hebben genomen om de positie van de vrouw te versterken. Maar dat heeft in de meeste landen nog niet tot een daling van de bevolkingsgroei geleid. Grote delen van de wereldbevolking hebben nog steeds niet de mogelijkheid om aan gezinsplanning te doen.

Het bevolkingsfonds van de Verenigde Naties (UNFPA) maakt na tien jaar de tussenbalans op van het actieplan dat in 1994 door 179 landen op de Wereldbevolkingsconferentie in Kairo werd aanvaard. Die bijeenkomst werd destijds als ,,doorbraak'' in de bevolkingspolitiek bejubeld. ,,Een nieuw tijdperk.'' ,,Een aanpak met de potentie om de wereld te veranderen.'' Al maakten het Vaticaan en een aantal islamitische landen sterk voorbehoud bij delen van de tekst.

Anders dan bij eerdere conferentie in 1974 (Boekarest) en 1984 (Mexico-Stad) lag de nadruk bij het terugdringen van de bevolkingsgroei niet op cijfers. De mens stond centraal. Bevolkingspolitiek moest onderdeel van het ontwikkelingsbeleid worden en bijdragen tot vermindering van de armoe. Iedere wereldburger moest vóór 2015 toegang krijgen tot `reproduktieve gezondheidszorg', een verzamelnaam voor alle zorg op het gebied van seksualiteit, voortplanting en gezinsplanning. Dat was een basisrecht, onderdeel van het mensenrecht op gezondheid. En het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw moest worden veiliggesteld. Het actieplan van 98 pagina's stond bol van de afspraken en specifieke doelen die vóór 2015 moesten zijn gehaald.

In het rapport The Cairo Consensus at Ten: Population, Reproductive Health and the Global Effort to End Poverty stelt het UNFPA vast dat er op tal van terreinen flinke vooruitgang is geboekt maar minder dan er destijds overeengekomen werd. Het aantal getrouwde stellen dat voorbehoedsmiddelen gebruikt, steeg de afgelopen tien jaar mondiaal van 55 tot 61 procent. In 1960 was dat nog tussen de 10 en 15 procent. Maar in Afrika kan maar een op de vier stellen aan geboortebeperking doen, terwijl bijna driekwart daaraan behoefte heeft.

Het bevolkingsfonds constateert ook dat behoeften van vrouwen bij de regeringen van ontwikkelingslanden nog steeds niet hoog op de prioriteitenlijst staan. Van de 151 ondervraagde ontwikkelingslanden hebben er 144 maatregelen genomen om sterfte van moeders in het kraambed terug te dringen. Maar slechts in een klein aantal landen heeft die aanpak werkelijk tot grote vermindering van die sterfte geleid, zoals in China, Egypte, Indonesië, Sri Lanka en Tunesië.

Jaarlijks sterven er mondiaal nog 529.000 vrouwen door complicaties in het kraambed, van wie 99 procent in ontwikkelingslanden. De kans dat een vrouw in een van de rijke landen sterft bij een bevalling is 1 op 2.800, in ontwikkelingslanden is dat risico 1 op 61, in West-Afrika 1 op 12. In Zuid-Azië kan maar 35 procent van de vrouwen in het kraambed rekenen op medische bijstand, in Afrika ten zuiden van de Sahara is dat 41 procent.

Waar medische hulp ontbreekt, krijgen de kwakzalvers een kans. Van de 45 miljoen abortussen die er jaarlijks worden gepleegd, vinden er 19 miljoen onder onveilige omstandigheden plaats. Daarbij vallen jaarlijks 70.000 doden.

In Kairo werd destijds becijferd dat er voor het mondiale bevolkingsbeleid tot 2000 jaarlijks 17 miljard dollar nodig zou zijn, daarna 21,5 miljard dollar. De rijke landen zouden eenderde van die kosten voor hun rekening nemen. Maar tot nu toe droegen ze maar de helft bij van wat ze hadden beloofd – 2,6 miljard in 2001, 3,1 miljoen dollar in 2002 – en hun bijdrage daalt.

Sinds George Bush president is geworden, geven de Verenigde Staten geven steeds minder geld voor voorbehoedsmiddelen, onder druk van de machtige conservatieve christelijke lobby.

Het bevolkingsfonds probeert het actieplan van tien jaar geleden nieuw leven in te blazen. De noodzaak om de groei van de wereldbevolking te beperken is intussen alleen maar groter geworden, zei UNFPA-directeur Thoraya Obaid vanmorgen in Londen. Uit alle onderzoek blijkt dat ontwikkelingslanden zich alleen aan de armoede kunnen ontworstelen als ze de aanwas van de bevolking weten te vertragen. Lagere bevolkingstoename leidt tot hogere productiviteit en snellere economische groei. Zonder grotere politieke wil en meer geld zal de wereld de ambitieuze doelen van Kairo over tien jaar niet halen, waarschuwt het bevolkingsfonds.

    • Dick Wittenberg