Iedereen kan het gedaan hebben

Stille nacht is spannend. Dat is in ieder geval goed gelukt. Een thriller over een serieverkrachter hóórt natuurlijk spannend te zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat dat ook altijd zo is. De flat, om maar eens een droevige mislukking te noemen, was helemaal niet spannend. En Sliver, om maar eens een Hollywoodproduct te noemen, was niet meer dan ranzig.

In Stille nacht is een nachtelijk fietstochtje in het bos nagelbijten. Regisseur Ineke Houtman en cameraman Sander Snoep brengen dat teweeg zonder er een spookbos van te maken met geluiden uit het griezelkabinet. Ze filmen gewoon een allenig meisje in een bos, magere bomen, schelpenpaadje, zoals het er ongetwijfeld uitziet in de omgeving van Utrecht, het jachtterrein van de serieverkrachter.

Net als Van god los is Stille nacht ontleend aan de realiteit, maar anders dan de zaak van de Bende van Venlo is die van de Utrechtse serieverkrachter in werkelijkheid nog niet ten einde gekomen. Dat gaf Houtman (Madelief, Polleke) en scenarist Frank Ketelaar (Bij ons in de Jordaan) de gelegenheid vijf meisjes te verzinnen die het heft in eigen hand nemen en op jacht gaan naar de dader.

Houtman kiest zorgvuldig het perspectief van de meisjes. In de film kunnen we geen aardige mannen verwachten. Het zijn zakken, egoïstisch en slap, en als ze eens een keertje vriendelijk zijn, dan is het omdat ze straks zullen vragen of het meisje naakt wil poseren of god weet wat. Het is een vondst om de film te situeren tegen de achtergrond van een voetbalkampioenschap, met alle jongens in oenig oranje kleren.

Er is een onvermijdelijke associatie met de eerste films van Marleen Gorris, begin jaren tachtig, De stilte rond Christine M. en Gebroken spiegels. Films die controversieel waren omdat ze als anti-man werden beschouwd. Kun je iets anders verwachten van een film over zo'n onderwerp? Stille nacht komt op gang met een cross-cut van twee scènes. In een café doet een jongen een intimiderende versierpoging en in het bos wordt een meisje over een boomtak gelegd en verkracht door een gehelmde man. Als hij klaar is, draait hij zich om, slaat zijn vizier op en hijgt uit. Het is echt. Doodeng.

Houtmans keuze voor het meisjesperspectief dwingt het publiek mee te kijken naar alle jongens en mannen als daders. Elk gedrag, elk geluid, elke accessoire wordt geregistreerd en geanalyseerd. Daar is de film op zijn best; kijken en, via kijken, laten voelen. De paranoia en woede van de studentes worden niet geringer als de bekeken man in kwestie toevallig de serieverkrachter niet blijkt te zijn. Hij hád het kunnen zijn, dat telt.

Het enige zwakke punt is het scenario, de traditionele achilleshiel van de Nederlandse film. We worden soms verwend met de briljante dubbelzinnigheid van Maria Goos, de zomerse nonchalance van Eddy Terstall of de doorgedreven logica van Alex van Warmerdam. Maar zowel Stille Nacht als Cool!, de tweede Nederlandse première van deze week, brengen je weer terug bij motieven en dialogen met de subtiliteit van een ANWB-bord.

Vooral de hoofdrolspeelsters hebben er last van. Liesbeth Kamerling, Caro Lenssen, Josefien Hendriks, Victoria Koblenko en Christel Oomen hebben te veel naturel om ze op te zadelen met zinnen als: ,,Dat er mensen zijn die tot zoiets in staat zijn!'' Als je Laura (Lenssen) wilt laten zeggen dat ze het beeld niet uit haar hoofd kan krijgen van haar vriendin die over een tak gebogen wordt verkacht, dan moet je haar dus vooral niet laten zeggen: ,,Ik kan het beeld niet uit mijn hoofd krijgen van mijn vriendin, etc.''

Het is aan de stuurmanskunst van Houtman en het acteertalent van de speelsters te danken dat de scènes desondanks werken.

Stille nacht. Regie: Ineke Houtman. Met: Liesbeth Kamerling, Caro Lenssen, Josefien Hendriks, Victoria Koblenko, Christel Oomen, Victor Löw, Jeroen Spitzenberger, Peter Blok, Jaap Spijkers. In: 31 bioscopen.