Grimmig en langdradig leerstuk over racisme

Het begint feestelijk. Toeschouwers dansen met de acteurs, spelers schminken elkaar en de muzikanten blazen en trommelen erop los. Maar de sfeer wordt al gauw grimmig. De negers van Jean Genet, door hemzelf aangeduid als een clownerie, krijgt in de regie van Rik Hancké de trekken van een bitter leerstuk.

Een leerstuk over de verwrongen zwart-witte beeldvorming, een leerstuk over de haat. In de hoop daarmee het tegenovergestelde te bereiken. Drieëneenhalf uur doet Hancké erover om zijn punt te maken, terwijl we in het eerste half uur al weten wat hij bedoelt: al het lelijks dat de negers in De negers over zichzelf zeggen, moeten we opvatten als een aanklacht tegen het racisme van de blanken.

Dus als er gezegd wordt: ,,Wij zijn dieven. Wij zijn leugenaars. Wij stinken'', dan dient de zaal die beweringen verontwaardigd te ontkrachten – wat niet zo moeilijk is gezien de botheid van zulke uitspraken. Het is vergeefs wachten op geraffineerdere racistische taal, op redeneringen waarvan je de kwaadaardigheid minder snel herkent. Echt scherpe teksten, kortom, komen er niet voorbij.

Bij een regisseur met hetzelfde tegendraadse temperament als Jean Genet zou dat misschien niet storen. Zo'n regisseur zou Genets eigen haatdragendheid tegen het licht gehouden hebben, zijn wrok tegen de wereld, gevoed door zijn afkomst als zoon van een hoer, een verworpene, uitschot. Zo'n regisseur zou de zelfhaat van dat zogenaamde uitschot hebben onderzocht, de spanning tussen opstandigheid en masochistische onderwerping. Dat zou nog eens opwindend zijn geweest – en een rechtvaardiging voor een opvoering van dit buiten Frankrijk nog maar zelden gespeelde stuk. Hancké echter zegt met De Nieuw Amsterdam en De Verrukking iets simpels langs een omslachtige weg. Hij ensceneert De negers volgens het boekje, wat neerkomt op heel veel poeha.

Een groep zwarten, stuk voor stuk acteurs met een kleurtje, speelt een rechtszaak over de moord op een witte vrouw. Twee partijen staan tegenover elkaar. Hier het zwarte zooitje ongeregeld, daar het blanke hof, uitgebeeld met behulp van witte maskers. Uiteindelijk nemen de zwarten wraak op hun onrechtvaardige rechters. Althans, in hun spel. Achter de coulissen gebeurt iets anders: daar rekent de groep, wellicht een verzetsgroep, af met een verrader uit eigen kring.

Tot vervelens toe wijzen Hancké en zijn acteurs ons erop dat we met een spel-in-een-spel te maken hebben, en door die nadruk is de speelsheid er snel vanaf. Onvoorstelbaar hoe zwaar hier de lichtheid werkt, hoe looiig de grappigheid. Elke lettergreep krijgt een klemtoon en de uitbundigheid van de aankleding (met mooie kostuums van Rien Bekkers) wordt teniet gedaan door de pathetische stroperigheid van de poses. Marline Williams, Dennis Rudge en zelfs Sabri Saad El Hamus als de capriolen makende ceremoniemeester: zij allen vallen ten prooi aan een merkwaardige traagheid.

Alsof ze de intelligentie van het lang niet alleen blanke publiek schromelijk hebben onderschat. En daarmee die van henzelf, de `negers'.

Voorstelling: De negers van Jean Genet, door De Nieuw Amsterdam en De Verrukking. Regie: Rik Hancké. Gezien: 14/9 Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 30/11. Inl: 020-6278672 of www.denieuwamsterdam.nl.