Geef duurzaam ondernemen impuls in EU

Nederland moet nu als halfjaarlijkse voorzitter van de Europese ministerraad zorgen dat duurzaam ondernemen in Europees verband veel meer wordt gestimuleerd, vindt Herman Mulder.

Nederlandse bedrijven zijn internationaal gezien koplopers als het gaat om duurzame ontwikkeling. Dat bleek begin september, toen de nieuwe, gezaghebbende Dow Jones Sustainability Indexes bekend werden gemaakt. Maar liefst vier Europese sectorindices bleken geleid te worden door een (deels) Nederlandse onderneming: ABN AMRO, DSM, Philips en Unilever. Hoe mooi deze leidende positie ook is, Europa en de wereld worden niet veel duurzamer als dit een Nederlands onderonsje blijft.

Wie niet gelooft dat bedrijven wérkelijk betrokken zijn bij duurzame ontwikkeling, gaat voorbij aan de zeer reële mogelijkheid dat deze bedrijven ook in financieel-economische zin de winnaars op de langere termijn zullen zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat maatschappelijk verantwoord ondernemen leidt tot:

Verkleining van risico's (bijvoorbeeld op schadeclaims, klanten die failliet gaan of tekortschietende integriteit van medewerkers en relaties) en dus tot lagere kosten en voorzieningen;

Verhoging van opbrengsten: ook onze klanten vragen om meer aandacht voor duurzame ontwikkeling, wat leidt tot de behoefte aan nieuwe producten en nieuwe vormen van dienstverlening;

Verhoogde aantrekkelijkheid als werkgever, zakenpartner, leverancier en als voorbeeld voor wet- en regelgeving.

Uiteindelijk leiden deze onmiskenbare voordelen voor de bedrijven die vooroplopen in de aandacht voor duurzame ontwikkeling tot een betere marktpositie en tot meer waardecreatie voor hun aandeelhouders. De integratie van duurzame ontwikkeling in de kernprocessen van een bedrijf biedt juist daarom perspectief voor bedrijven; geen marketingstunt, geen charitas, maar welbegrepen eigenbelang.

Bovendien wordt steeds duidelijker dat het bedrijfsleven flexibel, dynamisch en krachtdadig is als het gaat om het vinden van de oplossingen voor duurzaamheidsvraagstukken. Concurrentie en marktwerking hebben bedrijven altijd gedwongen om de beschikbare middelen (denkkracht, financiële middelen, organisatorisch vermogen) maximaal te richten op innovatie in een snel veranderende omgeving. Tegelijkertijd zien wij dat de publieke sector zich terughoudend opstelt in haar regulerende en faciliterende rol. Door deze wat aarzelende houding van de overheid dreigen ontwikkelingskansen voor de Nederlandse economie te blijven liggen.

Duurzame ontwikkeling is een onmiskenbare, maar nog fragiele drijver van succesvol ondernemen elke dag en elke keuze vormen een nieuwe lakmoesproef. De scepsis moet worden overwonnen door transparantie en het afleggen van verantwoording. Het zou een slechte zaak zijn als Nederland een voortrekkersrol blijft vervullen, terwijl dat goede voorbeeld elders niet wordt gevolgd. Klanten die bij ons of bij ING of Rabobank de deur wordt gewezen, omdat hun manier van ondernemen niet deugt, veranderen hun gedrag niet als ze over de grens alsnog voor een krediet terechtkunnen. Dat kan leiden tot een verslechtering van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven op de korte termijn, maar vooral tot een rem op duurzame ontwikkeling op de lange termijn. Naarmate meer bedrijven inzien dat zij zich, om ook op de langere termijn succesvol te kunnen zijn, nadrukkelijker moeten richten op duurzame ontwikkeling, zal het effect des te groter zijn.

Al met al een uniek moment voor de Nederlandse regering als voorzitter van de Europese Unie om duurzame ontwikkeling een impuls te geven. Enerzijds om te bespreken hoe de EU en haar lidstaten een grotere rol kunnen spelen in het bevorderen van duurzame ontwikkeling, anderzijds om ervoor te zorgen dat bedrijven in andere Europese landen het Nederlandse voorbeeld volgen.

Het is goed om te zien dat het kabinet-Balkenende de komende EU-top voor dit doel aangrijpt. Met name de faciliterende rol van de overheid is van groot belang. Europa loopt voor op de VS en de rest van de wereld. Nederland is bij uitstek gepositioneerd om als innovatieve voorloper te fungeren, bijvoorbeeld bij het doorontwikkelen van mogelijkheden bij nieuwe energiebronnen. Naast de reeds beschikbare kennis bij een brede groep van bedrijven (in de energiesector, maar ook in windtechnologie en ruimtevaart) is er sprake van een focus op innovatie en duurzaam ondernemen.

De Europese overheden zouden op korte termijn met gerichtere stimuleringsmaatregelen moeten komen. Zo zou de dialoog over duurzame ontwikkeling tussen de publieke sector, de private sector en non-gouvernementele organisaties meer gestructureerd moeten worden, zowel op nationaal als op Europees niveau.

Meer transparantie bij alle partijen maakt het mogelijk te leren van elkaars inzichten en (on)mogelijkheden. Daarnaast zou het voor zowel investeerders als beleggers aantrekkelijker gemaakt moeten worden om te investeren in duurzame ontwikkeling. Fiscale instrumenten met een brede toepassing zouden het klimaat voor duurzaam ondernemen aanzienlijk verbeteren.

Dat Nederland, als dergelijke initiatieven slagen, straks geen Europees kampioen Duurzaamheid meer is, nemen we graag voor lief als dat betekent dat onze leefomgeving aan kwaliteit heeft gewonnen.

Herman Mulder is directeur-generaal ABN AMRO Risk Management.

Pagina 20Duurzaamheidsverslag ABN AMRO over 2003.