`Emissiehandel ten koste van innovatie in energie'

Als Europese landen vrijwel uitsluitend via emissiehandel proberen te voldoen aan de eisen van het Kyoto-protocol over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, kan dat ten koste gaan van technologische ontwikkelingen, zoals op het gebied van windenergie en energie uit biomassa. Dat concludeert Johannes Bollen in zijn proefschrift A Trade View on Climate Change Policies, waarop hij vandaag promoveert.

Volgens econometrist Bollen is wereldwijde emissiehandel (handel in het recht om broeikasgassen uit te stoten) veruit de goedkoopste en meest efficiënte manier om de afspraken van Kyoto na te komen. Volgens Kyoto moet de uitstoot van broeikasgassen als kooldioxide rond 2012 met ruim 5 procent zijn verminderd ten opzichte van ijkjaar 1990.

Bollen berekende dat de kosten voor de Europese Unie van het klimaatverdrag beperkt blijven tot 0,3 procent van het nationaal inkomen als de emissiemarkt volledig vrij zou zijn. Die kosten vallen voor Europa 0,6 procent duurder uit op het moment dat de Verenigde Staten besluiten het Kyoto-protocol alsnog te ratificeren. Dan stijgt de vraag naar emissierechten, waardoor ze duurder worden.

Bollen houdt rekening met een verplaatsing van energie-intensieve naar andere sectoren. Bescherming van de energie-intensieve sectoren zou betekenen dat bijvoorbeeld gezinnen en andere vervuilers meer moeten doen. In dat geval zouden de kosten van `Kyoto' tot 20 procent duurder kunnen uitvallen.

Om emissiehandel doeltreffend te maken is het noodzakelijk dat ook derdewereldlanden als China, India en Brazilië deelnemen. Zelfs dan zal het milieu-effect van Kyoto tegenvallen. In de jaren negentig, dus na het ijkjaar 1990, belandde de Russische economie in een ernstige recessie, waardoor Rusland beschikt over een groot overschot aan emissierechten. Het risico bestaat dat het land zich als een monopolist gaat opstellen en emissierechten uit de markt haalt. Daardoor zou de prijs enorm kunnen stijgen.

vraaggesprek: pagina 20