`Emissiehandel effectiefst om aan Kyoto te voldoen'

Handel in CO2-uitstoot is het meest effectief om aan de voorwaarden van Kyoto te voldoen. De zelfopgelegde restricties van Europa zijn een blunder, zegt RIVM-onderzoeker Johannes Bollen.

,,Pronkiaans beleid'', zegt Johannes Bollen. Hij werkt als econometrist bij het Milieu en Natuur Planbureau van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Vanmorgen is hij aan de Universiteit van Amsterdam gepromoveerd op het onderwerp A Trade View on Climate Change Policies, emissiehandel als instrument van klimaatbeleid. Emissiehandel, de handel in rechten om broeikasgassen uit te stoten, is vergelijkbaar met de handel in melk- of mestquota in de landbouw. Het is een van de mechanismen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, waarover in 1997 in Kyoto een internationaal akkoord werd bereikt.

Volgens Bollen was het destijds bij de onderhandelingen een blunder van Europa om landen te willen verplichten een aanzienlijk deel van hun inspanningen om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan in eigen land te verrichten. Europa plaatste zich daarmee lijnrecht tegenover de Verenigde Staten, die de vrije markt haar werk wilden laten doen en geen restricties duldden bij de emissiehandel. Gesteund door milieuorganisaties vonden veel Europeanen, net als toenmalig minister van Milieu Jan Pronk, dat overheden via emissiehandel hun verantwoordelijkheid konden ontlopen om in eigen land de zorg voor het milieu op orde te brengen.

Johannes Bollen (38) heeft een economisch model, WorldScan, op het klimaatbeleid losgelaten en hij komt tot de conclusie dat emissiehandel het effectiefste middel is om aan de afspraken van Kyoto te voldoen. Daaraan zijn wel een paar voorwaarden verbonden. De belangrijkste is dat deze `heteluchthandel' niet belemmerd wordt door allerlei restricties die landen zichzelf en elkaar vooraf opleggen.

,,Het doet er niet toe waar broeikasgassen de lucht in gaan'', zegt Bollen. ,,Ze verspreiden zich over de hele wereld. Dus maakt het ook niet uit of een land investeert om thuis de uitstoot van broeikasgassen te verminderen of elders op de wereld.'' Sterker nog, als het goedkoper kan in een ander land, blijft er geld over dat voor verdere verbetering van het milieu zou kunnen worden ingezet.

Het WorldScan-model gaat volgens Bollen uit van een evenwichtsbenadering. De markt zal uiteindelijk op een gestileerde manier zoeken naar een balans en in beweging blijven tot die is bereikt. Het model berekent de gevolgen van veranderingen in beleid voor economische sectoren en voor verschillende regio's in de wereld. Het biedt daarmee voor beleidsmakers een instrument om keuzes op te baseren.

Zo stuitte Bollen op basis van zijn berekeningen ook op de nadelen van de handel in emissierechten. ,,Omdat op basis van de emissiehandel steeds gezocht wordt naar de goedkoopste manier om de uitstoot te verminderen, ontbreekt de drang tot innovatie. Als methode voor klimaatbeleid is het ontwikkelen van nieuwe hoogwaardige technologie veel duurder dan bijvoorbeeld het moderniseren van een kolencentrale. Daardoor geef je technieken als energieproductie uit biomassa of windkracht minder kans om te rijpen.''

Volgens Bollen zal het systeem van emissiehandel bovendien pas optimaal functioneren en een rechtvaardige prijs voor de kooldioxide opleveren, als alle landen meedoen. Dus ook de Verenigde Staten, waar na het aantreden van president Bush het Kyoto-protocol als te duur naar de prullenmand werd verwezen, en de ontwikkelingslanden, die in het Kyoto-protocol (voorlopig) zijn vrijgesteld van deelname.

Het is waar dat `Kyoto' de Amerikanen geld zou kosten maar, zegt Bollen ,,deelname van Amerika zou ook voor de Europese Unie duurder uitpakken. Het zal iedereen meer geld kosten, maar de emissies gaan mondiaal omlaag dus er zijn milieubaten. Als de VS meedoen, stijgt de vraag naar emissierechten. Die worden daardoor duurder. Europa zal minder rechten kunnen inkopen en meer gaan zoeken naar mogelijkheden om in eigen land de uitstoot te reduceren.'' Bollen berekende dat bij deelname van de VS op macro-economisch niveau in 2010 de kosten in de EU met 0,6 procent van het nationaal inkomen zouden stijgen.

Dat ontwikkelingslanden zijn vrijgesteld, betekent een ernstige beperking van de mogelijkheden om te handelen in emissierechten. `Kyoto' biedt alleen de mogelijkheid om in ontwikkelingslanden emissierechten te verwerven via het systeem van zogeheten Clean Development Mechanisms (CDM), waarbij milieueffecten van een ontwikkelingsproject op het conto van de geldgever mogen worden afgeschreven. Daar heeft Bollen bezwaren tegen, zeker zolang die landen op nationaal niveau geen emissieplafonds krijgen opgelegd. ,,Stel, je investeert in een milieuproject in China. Je pompt daardoor veel geld in zo'n land. Maar wie garandeert dat dit geld niet in energie-intensieve activiteiten wordt gestoken? Dat noem ik een `weglekeffect'. Als je kolencentrales gaat ombouwen in gascentrales, daalt ook nog eens de prijs van kolen, waardoor energie goedkoper wordt en het verbruik zal toenemen. Van de totale emissiereductie via CDM keert waarschijnlijk zo'n 40 procent via een omweg toch weer terug. Bovendien is het in dit soort landen moeilijk om afspraken te maken met de bestaande instituties.'' Bollen zou liever zien dat ontwikkelingslanden relatief veel emissierechten krijgen, die ze te gelde kunnen maken door zuinig met energie om te springen.

Maar het grootste risico voor Kyoto vormt volgens Bollen de zogeheten hot air. In het Kyoto-protocol is 1990 gekozen als ijkpunt voor de uitstoot van broeikasgassen. In de jaren negentig stortte de Russische economie totaal in. Als gevolg daarvan zit Rusland met een enorm overschot aan emissierechten. Het land dreigt een monopolist op de emissiemarkt te worden, een deel van de emissierechten op te potten, waardoor nu de prijs stijgt.

,,De grote hoeveelheid emissierechten van Rusland leidt ertoe dat `Kyoto' nauwelijks een effect zal hebben voor het milieu'', zegt Bollen. ,,Maar dat betekent niet dat Kyoto niet zinvol is. Het is een goede manier om kennis op te doen en te oefenen met het mechanisme van de emissiehandel.''

    • Paul Luttikhuis