Dure windenergie

Het streven van minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) om de windenergie in Nederland een nieuwe impuls te geven, ziet er op het eerste gezicht aantrekkelijk uit. Zolang het gebruik van kernenergie politiek en maatschappelijk omstreden is, zolang de verbranding van olie en aardgas vervuilend en de voorraden van deze koolwaterstoffen bovendien eindig zijn, zolang zijn er goede redenen om te investeren in duurzame alternatieven. Waaien doet het bijna altijd in Holland-molenland, en de wind is gratis. Aan de kust en op zee waait het het hardst. Als het aan de minister ligt, wordt het (tijdelijke) verbod op de bouw van windmolenparken in de Noordzee opgeheven. Als de ministerraad en de Tweede Kamer met de plannen van Brinkhorst instemmen, en als de industrie er iets in ziet, dan zullen voor de Nederlandse kust grote windmolenparken verrijzen die op termijn (rond 2020) miljoenen huishoudens van energie zouden kunnen voorzien.

Bij de voortvarende aanpak van de minister passen een paar kanttekeningen. Windenergie is op dit moment bij lange na niet concurrerend. Het is een peperdure en gesubsidieerde vorm van energieopwekking waarvan al jaren wordt beweerd en gehoopt dat ze ooit competitief zal worden. Maar bij niet al te scherp stijgende olieprijzen kan dat nog lang duren. De overheid zal dus naar verwachting nog jaren diep in de knip moeten tasten om windenergie financieel mogelijk te maken. De grootse plannen van de minister verdienen een navenante financiële onderbouwing, een objectieve kosten-batenanalyse die in overeenstemming is met de omvang en het prestige van dit project. Er zijn nogal wat variabelen, maar het kan, gelet op ervaringen in het verleden en in het buitenland (Duitsland onder andere), geen kwaad om met tegenvallende scenario's rekening te houden. Behalve financiële bezwaren zijn er technische en esthetische bedenkingen. Het bezwaar van de `horizonvervuiling' is al eerder belicht. Technisch zijn windmolens nog lang niet uitontwikkeld en los daarvan: deskundigen spreken elkaar tegen over het nut en het rendement van windenergie. Feit is dat `schone' waterkracht aanzienlijk meer energie oplevert dan windkracht, die door zijn aard – het waait niet altijd even hard – ook nog reservecapaciteit nodig heeft. Politiek vertaald: voor een grootschalig en dus kostbaar plan voor het gebruik van windenergie is meer energie- en materiaaltechnisch onderzoek nodig.

Deze week werd bekend dat China in de eerste acht maanden van dit jaar 40 procent meer olie heeft ingevoerd dan in dezelfde periode vorig jaar. Over enkele jaren is de Volksrepubliek een absolute grootverbruiker, de internationale olievoorraden verder uitputtend. De wereld is het aan zichzelf verplicht naar (serieuze) alternatieven voor olie te zoeken. Het valt te betreuren dat het energiedebat in sommige West-Europese landen, waaronder Nederland, lijdt onder het taboe op kernenergie. Politiek is het als onderwerp geparkeerd. Maar de discussie over duurzame alternatieven voor olie en gas kan niet in ernst worden gevoerd zonder na te denken over het gebruik van kernenergie. Daarmee zou de politiek echt in de wind gaan staan.