De achterkant van het gelijk van ambtenaren

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat liet in 1995 een programma opnemen met Marcel van Dam. Voor intern gebruik.

De Betuwelijn zal de nachtmerrie worden van opeenvolgende ministers van Verkeer en Waterstaat, waarschuwde oud-senator H. Eversdijk (CDA) in 1995 tijdens een interne sessie van ambtenaren van Verkeer en Waterstaat onder leiding van VARA-presentator Marcel van Dam. De quote staat op de videoregistratie van de bijeenkomst waar het programma De Achterkant van het Gelijk werd gedaan. De parlementaire commissie Duivesteijn bekeek de videoband vandaag.

Kunnen partijen eigenlijk nog terug als ze zich aan zo'n project als de Betuwelijn hebben gecommitteerd, vroeg Van Dam tijdens de sessie aan de aanwezige ambtenaren en politici. ,,Nee'', zei Eversdijk. ,,Het zal verschrikkelijk veel geld kosten, maar je kunt niet meer terug. De betere oplossingen zijn al vele malen aangedragen, en even zo vaak verworpen door de ene na de andere commissie. Als je ziet hoe de kamer, ministerie, bedrijfsleven en Rotterdam reageert, dan komt die lijn er. Daar ben ik heilig van overtuigd. Maar toekomstige ministers van Verkeer en Waterstaat zullen daar dromen van hebben à la Oosterschelde. Want het gaat geen 6, geen 8, maar ontzaglijk veel geld kosten.''

Meerjarenramingen van Rijkswaterstaat horen tot stand te komen aan de hand van objectieve criteria. Maar in de praktijk spelen belangengroepen een belangrijke rol bij het vaststellen van prioriteiten op de lijst. ,,Een project ontstaat niet toevallig'', antwoordde toenmalig directeur-generaal G. Blom van Rijkswaterstaat op Van Dams vraag hoeveel projecten er op de meerjarenprogramma infrastructuur en transport (MIT) komen als gevolg van politieke druk. ,,Op een gegeven moment worden er allerlei problemen gesignaleerd door belangengroepen, gemeenten. Vervolgens wordt nagedacht over zekere urgenties. Het is een samenspel van invloeden die daartoe leiden.''

Maar je hebt ramingen en ramingen, zo blijkt. Ramingen is dat rekenen of beleid, vroeg Van Dam aan projectmanager D. Smits van de directie Zuid-Holland van Rijkswaterstaat. ,,Technisch ramen is een kwestie van rekenen. (..) In eerste instantie is het puur rekenwerk. Daarna komt het beleid, wordt het scharrelen.''

Wat doet een topambtenaar van Verkeer en Waterstaat die weet dat een project veel duurder uitpakt dan politiek wenselijk is voor zijn minister? Zoals het project dat oorspronkelijk op 400 miljoen gulden geraamd was, maar inmiddels 800 miljoen gulden gaat kosten. Wat als de ambtenaar van zijn secretaris-generaal te horen krijgt dat hij dat bedrag niet naar buiten mag brengen? R. van Dunnen, toenmalig secretaris-generaal bij het ministerie van VROM, vond dat een ,,lastige'' vraag. ,,Je gaat er eerst met de secretaris-generaal over praten. (..) Ik wil dan wel mijn mening vastgelegd hebben. En als er vervolgens een akkoord is en de secretaris-generaal erover heen is? Dan ga ik mee. Dan verschuif ik de verantwoordelijkheid. Ik leg hem neer waar die hoort te liggen. Als hij het wil: prima, maar dan wel met zijn handtekening erbij.'' En als vervolgens besloten wordt om het project verder te `strippen', wilde Van Dam weten. ,,Je bent loyaal, dus dan doe je dat. Zo werkt dat natuurlijk toch.''

Hoe hoort een ambtenaar om te gaan met een project dat duurder uitvalt, terwijl de directeur-generaal intern besloten heeft om dat voorlopig intern te houden? Wat moet hij doen als de minister hem er rechtstreeks naar vraagt? Toenmalig hoofdingenieur-directeur van de directie Zuid-Holland (opvolger van Blom), H. Prins, zou die informatie voor zich houden: ,,Ik zal dan iets zoeken in de geest van: `ik weet niet van elk project alle ramingen'. Ik zal een smoes zoeken. Of vage vermoedens uitspreken. Maar ik zal me in ieder geval houden aan de afspraak die met de directeur-generaal is gemaakt.''

Amsterdam diende een voorstel in voor een metrolijn. Op het ministerie is bekend dat de ramingen veel te laag zijn om de politieke besluitvorming te sturen, bracht Van Dam als casus in. Wat hoort een ambtenaar dan te doen? Volgens DG Blom kwamen zulke dilemma's inderdaad voor. ,,Ik heb daar nooit zo'n probleem mee want er zijn duidelijk gescheiden verantwoordelijkheden. Het is mijn verantwoordelijkheid om de minister adequaat te informeren. Wat de minister daar mee doet, is zijn politieke verantwoordelijkheid.''

    • Jos Verlaan
    • Joep Dohmen