Commissie roept Aznar alsnog op

De conservatieve Spaanse oud-premier José María Aznar zal moeten aantreden voor de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van de elfde maart in Madrid.

Dat is vanochtend besloten in een zitting waarin de commissie de agenda van haar werkzaamheden heeft bepaald. De verschijning van de premier en de verlenging van de enquêtecommissie vinden plaats onder druk van de publieke opinie, nadat zowel de socialistische regeringspartij als de conservatieve oppositie aanvankelijk de werkzaamheden had willen afronden.

Het oproepen van Aznar was tot dusver een zeer controversiële aangelegenheid. Zowel socialisten als conservatieven voelden er weinig voor.

Van conservatieve zijde vreesde men de voormalige leider als politieke zondebok aan de enquête bloot te stellen. De socialisten zijn bang dat de ex-premier door zijn aanvallende optreden de gezamenlijke eindconclusie van de commissie zal bemoeilijken.

De kleinere partijen hielden evenwel vast aan de eis om Aznar op te roepen en het onderzoek voort te zetten.

Zij werden hierbij gesteund door de kritiek in brede kring op de onderzoekscommissie. In de Spaanse commentaren in de kranten en op de televisie werd vrij algemeen gesproken van een lamentabele vertoning. De verantwoordelijke conservatieve politici, die na de aanslag dagenlang beweerden dat de Baskische terreurbeweging ETA verantwoordelijk was, ontkenden dat zij de waarheid hadden achtergehouden of fouten hadden gemaakt. De socialistische regeringspartij, die haar voorgangers verweet het publiek te hebben voorgelogen, leek vervolgens zo snel mogelijk te willen overgaan tot de orde van de dag.

Onder druk van de kritiek verklaarde premier Zapatero eerder deze week dat ook hij voorstander is van het aantreden van Aznar. De conservatieve partij dreigde op haar beurt Zapatero op te roepen, maar zag hier uiteindelijk toch vanaf.