Van haremvrouw naar zelfmoordterroriste

Een kwart eeuw nadat Edward Saïd in het klassieke Orientalism de stereotypen waarmee het Westen het Oosten beziet aan de kaak stelde, is er nog niet veel veranderd. Dat schrijft Ieme van der Poel in haar inleiding bij Rond Eufraat en Tigris. Literatuur uit het Midden-Oosten, het themanummer van Armada. Hooguit zijn er `typen' bijgekomen: ,,de wellustige haremvrouw uit de negentiende-eeuwse schilderkunst kreeg gezelschap van de met explosieven behangen zelfmoordterroriste, terwijl de op dollars beluste, kiele kiele koeweit oliesjeik [...] zijn ereplaats heeft moeten afstaan aan de bebaarde fundamentalist.''

Armada probeert tussen de oude en nieuwe stereotypen de nuance te zoeken en doet dat met wisselend succes. Interessant is het artikel van Helge Daniëls over het werk van de Palestijnse schrijfster Sahar Khalifa, die de dubbele onderdrukking waar Palestijnse vrouwen onder lijden aan de kaak stelt. Zoals een van haar hoofdpersonen zegt: ,,Vaders slaan, echtgenoten slaan, de joden slaan. Steeds weer slaag. Nee, bij God, je kunt het beste door de joden worden geslagen, dan heb je tenminste het gevoel dat je fatsoenlijk bent.''

Daniëls ziet bij haar het begin van `het nationalisme van het persoonlijke'. De strijd tegen de Israëlische overheersing moet samengaan met de bevrijding van de Palestijnse vrouwen. ,,Als er al voor Palestina gevochten moet worden, dan is het in de eerste plaats voor de mensen, niet voor de grond.''

De Syriër Ammar Abdulhamid was ooit een fanatiek moslim, maar is inmiddels de auteur van de provocerende roman Menstruation (hier verschenen als Een verborgen leven), waarin Allah onder meer de slechte smaak van sperma wordt verweten en waarin ,,menstruatiebloed in allerlei geurtypes en kleurgradaties wordt benoemd''. Na lezing van Christa Stevens' stuk over hem vraag je je vooral af hoe de strijd om openheid in de Islam samenkomt met de meer vulgaire stromingen in de Westerse verbeelding – een combinatie die ook te zien is in Ibrahim Selmans opstel over eerwraak. Waarmee je prompt aanlandt bij de stereotypen die er bij de `bebaarde fundamentalisten' over het Westen bestaan.

Maurits Berger trekt in Lezen is asociaal ten strijde tegen het vooroordeel dat het weinige lezen in de Arabische wereld zou duiden op culturele armoede. Hij beschrijft op vermakelijke wijze hoe het onmogelijk is om in een Arabische bus een boek te lezen zonder dat de omstanders je dadelijk uit bezorgdheid komen storen: ,,och, die arme, zit daar helemaal alleen zonder aanspraak, gaat alles wel goed?'' Jammer is dat Berger niets zegt over wat dat weinige lezen dan wél betekent, bijvoorbeeld voor de ontvankelijkheid voor radicale ideologieën. Een aantal andere stukken blijft steken in goede bedoelingen, zoals een looiïg interview met de Syrische dichter Faraj Bayraqdar en een te weinig duidend overzicht van hedendaagse Iraakse schrijfsters. Sommige jargongestuurde observaties doen vreemd aan in het licht van de doden die vallen in Israël en de bezette gebieden, zoals deze van Richard van Leeuwen: ,,Muren tussen volken zijn altijd een poging om een `Ander' uit te sluiten van een `natuurlijk' historisch proces, om wat voor reden dan ook, en om een eenzijdige visie op de realiteit op te leggen.''

Armada, juli 2004. Uitg. Wereldbibliotheek, 112 blz. €11,–

    • Arjen Fortuin