Van dwangsommen en wassen neuzen

Het Turkse Kojen heeft beslag laten leggen op het Nederlandse kantoor van ABB omdat het zijn agent in Turkije zou passeren. Volgens ABB is dat verwijt ,,één grote wassen neus''.

De samenwerking tussen de multinationale machinebouwer ABB en zijn Turkse agent Kojen Enerji verliep vanaf het begin stroef en wordt alleen maar slechter, zelfs nu het contract tussen beide is verlopen. Kojen liet eerder dit jaar beslag leggen op het kantoor van ABB in Rotterdam, reden genoeg voor het Zweeds-Zwitsere concern om de Turken te dagen voor de Rotterdamse rechtbank.

De relatie tussen beide bedrijven begon in 1998. In dat jaar kocht ABB het Nederlandse Zantingh en met de overname ook het contract dat Zantingh had met zijn handelsagent in Turkije om waterkrachtcentrales te verkopen.

Het ging al snel mis. Volgens Kojen begon het Zweeds-Zwitserse ABB kort na de overname zijn nieuwe partner tegen te werken. Kojen zou prijslijsten en specificaties van apparatuur die nodig waren voor de verkoop van die apparatuur niet ontvangen en andere informatie werd niet of pas na lang aandringen gegeven. Ook zou ABB achter Kojens rug om zakendoen in Turkije, tegen het contract in.

De strubbelingen brachten beide in 2003 al in de rechtszaal toen Kojen ABB daagde en gelijk kreeg. ABB werd veroordeeld om alle productspecificaties alsnog te leveren, en het mocht niet buiten Kojen om handelen in Turkije. Bij elke overtreding van de uitspraak zou het een dwangsom van 150.000 euro moeten betalen.

Inmiddels heeft ABB volgens Kojen die gerechtelijke uitspraak al meer dan tien keer aan zijn laars gelapt. Om die tien keer 150.000 euro (plus rente) veilig te stellen heeft het Turkse bedrijf beslag laten leggen op het Rotterdamse kantoor, de hoofdvestiging van ABB in de Benelux. Dat gaat het concern veel te ver, en de voormalige partners – het contract is per 1 augustus 2004 opgezegd – komen elkaar weer tegen voor het gerecht. Ditmaal daagt ABB het Turkse bedrijf.

De advocaat van ABB vraagt zich af waar al die nieuwe contracten vandaan komen die het bewijs zouden zijn dat zijn cliënt stiekem in Turkije handel drijft. Advocaat R. Cox legt uit dat in de acht jaar dat het contract tussen ABB en Kojen duurde, vijf waterkrachtcentrales zijn verkocht. ,,Zo'n centrale kost al snel 1 miljoen euro. Ik heb niet de indruk dat die als warme broodjes over de toonbank gaan'', stelt Cox. ,,En dan zou ABB in zo'n drie maanden ineens tien nieuwe contracten genereren.''

Bij enkele van de verkochte centrales zijn onderhoudscontracten gesloten. Omdat klanten over dat onderhoud direct bellen met ABB voelt Kojen zich gepasseerd, vermoedt Cox.

Maar volgens de advocaat van Kojen, P. Mazel, ís zijn cliënt gepasseerd. Kojen moet volgens het contract een bedrag krijgen voor zowel verkoop als onderhoud. Conclusie van Mazel: ,,Als ABB niets zegt, wordt Kojen geld onthouden.'' ABB leverde volgens Mazel onderdelen en diensten zonder Kojen in te lichten. In een dikgevulde gele map heeft Mazel daarvan ,,meer dan honderd voorbeelden'', want bewijs dat ABB Kojen passeerde, kwam vanzelf bij Kojen terecht. Zo werd een klant die vroeger met de agent werkte, geconfronteerd met hotelrekeningen van Nederlandse monteurs, waar Kojen altijd met plaatselijke monteurs had gewerkt. ,,De klant vroeg aan Kojen waarom die rekeningen ineens nodig waren.''

De rechter bekijkt de gele map van Mazel. ,,Zijn de incidenten die u noemt allemaal dit soort gevallen of heeft ABB ook buiten Kojen om een waterkrachtcentrale verkocht?'' Mazel zegt dat er ,,één voorbeeld'' is waar zonder overleg met zijn cliënt ABB naar Turkije kwam voor een bezoek aan een klant, een klant die al drie centrales had en wilde praten over een nieuwe centrale.

Dat betwist Cox van ABB. ,,Er is over die verkoop van meet af aan gecorrespondeerd met Kojen.'' Het verwijt dat ABB zijn agent meerdere keren passeerde, is volgens de advocaat ,,één grote wassen neus''.

Mazel doet nog één poging: ABB leverde niet de specificaties zoals de Haarlemse rechter had bevolen. Het bedrijf stuurde wel een pakket cijfers, maar volgens de advocaat was dat een ,,ongeordende hoop deels onleesbaar papier. De gegevens zijn er wel, maar men vertikt het om ze toe te zenden.'' Volgens Cox waren de papieren ,,werkbaar''. ,,Kojen heeft een overzicht gezonden van wat het had ontvangen en nog wilde hebben.''

Die ontbrekende gegevens hoeft of kan ABB niet leveren, vindt Cox. Het gaat óf om modellen die ABB in Turkije niet verkoopt, óf om modellen die niet eens bestaan.

De rechter bekijkt het met een elastiekje samengebonden pakket en vergelijkt het met de keurige map met specificaties van ABB. De volgorde en inhoud blijkt hetzelfde.

In haar uitspraak, anderhalve week later, komt de rechter tot het oordeel ,,dat het om dezelfde stukken gaat'' en dat ,,ABB heeft voldaan aan het haar opgelegde gebod''. Wat betreft het handelen van ABB in Turkije stelt zij dat ,,voorshands niet blijkt dat er buiten Kojen om contacten hebben plaatsgevonden tussen ABB en Turkse afnemers''.

Het beslag op het ABB-kantoor heft zij op, en Kojen moet ,,de executie en inning van dwangsommen staken en gestaakt houden''. Daarom krijgt deze keer Kojen een dwangsom opgelegd, tot maximaal 2 miljoen euro voor herhaalde overtreding. De partijen zullen verder bakkeleien in een bodemprocedure.

In Het Geding komen juridische geschillen in het bedrijfsleven aan bod. Reacties: hetgeding@nrc.nl