Schelden

Voetbalhaters vragen mij regelmatig wat ik ,,toch te zoeken heb tussen al die idioten in de stadions''. ,,Voetbal'', zeg ik dan altijd maar. Op retorische vragen moet je nooit te diep ingaan. En ik meen het ook nog, want voetbal is een mooie sport als het goed gespeeld wordt.

Sinds kort kan ik mijn repertoire uitbreiden met de reactie: ,,Kijk naar jullie zelf.'' En dan vertel ik het verhaal over de nette mensen die ik onlangs in een treincoupé van de eerste klas tegen elkaar hoorde uitvaren.

Ze waren in Utrecht ingestapt. Een man van een jaar of vijftig nestelde zich met allerlei paperassen royaal op een van de twee bankjes, die in het midden van de coupé tegenover elkaar stonden. Hij ging hard aan het werk. Hij leek me een hoge, ijverige ambtenaar, zo iemand wiens vrouw klaagt ,,dat hij nooit klaar is met zijn werk''. Ergens in de rijen achter hem zaten de vier leden van een gezin – ouders met twee puberende dochters.

Ik had geen acht op hen geslagen, totdat ik de ambtenaar opeens zag opstaan. Hij keek achterom met een gezicht dat verwrongen was van boosheid. ,,Ik hoorde wat u tegen uw dochters zei'', zei hij tegen de ouders, ,,en ik wil u erop wijzen dat dit de eerste klas is.''

Daarop begon hij met strenge stem een korte aanklacht te formuleren. Uit het gesprek tussen ouders en kinderen had hij opgevangen dat de kinderen op een tweedeklaskaartje reisden. Ze hoefden maar een kort stukje te reizen. Bij een controle zouden de kinderen onwetendheid veinzen en op de coulance van de conducteur rekenen. De ambtenaar noemde dit ,,niet acceptabel''.

Het boezemde mij ontzag in dat de ambtenaar dit allemaal had geregistreerd terwijl hij druk bezig was in zijn papieren. Hij leek mij een ideale chef, iemand wie niets ontgaat.

Maar de ouders en hun dochters waren minder onder de indruk. Eerst begonnen ze het requisitoir van de ambtenaar met felle fluisterstemmen tegenover elkaar te becommentariëren. De ambtenaar stond nog steeds kaarsrecht overeind, wachtend op een reactie.

Toen zei een van de dochters spottend: ,,Triest.''

De andere dochter voelde zich aangespoord tot grotere daden. ,,Seksueel gefrustreerde lul'', riep ze.

,,Waar bemoei je je mee, klootzak'', zei de moeder.

En de vader voegde er bij wijze van toefje aan toe: ,,Halve zool.''

De ambtenaar zeeg neer, het hoofd rood opgezwollen van woede en misschien ook wel van schaamte. Hij had zijn burgerplicht gedaan, vond hij, hij gaf het op. Ik was benieuwd wat er zou gebeuren als de conducteur ten tonele verscheen, maar helaas, conducteurs verschijnen nog maar zelden ten tonele.

Ik moest dus mezelf maar inleven in de rol van conducteur, er zat niets anders op. Ik was opeens een soort rijdende scheidsrechter die bekvechtende reizigers in een coupé aantrof. Wat zou ik doen? De ambtenaar had iets aangeverigs, een onsympathiek trekje. Maar de scheldkanonnade van de andere partij was evenmin verheffend.

Nu weet ik het: we moeten ze veroordelen tot een bezoek aan de eerstvolgende wedstrijd ADO Den Haag-Ajax. En dan samen in één vak.

    • Frits Abrahams